Vaarwel Sjakie

Foto Elmer van der Marel

FRENK DER NEDERLANDEN

Oude tijden herleefden: eindelijk marcheerden er weer Ajaxsupporters door Betondorp. En net als vroeger, toen De Meer nog bestond, verzamelden ze zich voor café Het Praathuis aan de Brinkstraat. Onder het klassieke, nog niet gestroomlijnde Ajaxlogo dronken ze als vanouds een pot bier of rookten ze een joint. En ze proostten op Sjakie Wolfs, de materiaalman die deze donderdag aan zijn laatste tocht begon. 'We love you, Sjakie, we do.'

Ik worstelde me door de meute en liep naar binnen. Alles ademde hier Ajax: de foto's aan de wand, de oude bordjes uit het stadion, het in memoriam voor Carlo Picornie, de supporter die in de Slag om Beverwijk het leven liet. 'We'll never forget'. Een boom van een kerel vroeg wantrouwend wat ik kwam doen. ''Ik ben ook Ajacied,'' zei ik gauw, en dat stelde hem gerust. ''Mooi, anders hadden we vandaag twee crematies gehad.''

En daar gingen we, in een straf tempo de Middenweg op, langs de heilige grond, nu een woonwijk. Ter hoogte van de Rinus Michelsbrug klonken de eerste strijdliederen. 'Sjakie, Sjakie, we worden kampioen.' Grote kerels, brede schouders, kale koppen. Een enkeling droeg rozen, rode en witte. De voertaal was plat Amsterdams.

We sloegen linksaf de Kruisweg op. 'We're singing Sjakie Wolfs, Sjakie Wolfs is great!' Bij de entree van De Nieuwe Ooster mengden de Afca-mannen zich met de andere, minder grofstoffelijke supporters. Ome Arie en tante Truus, een paar rolstoelers en Willem, de bloemenman. ''Sjakie kocht altijd een bloemetje bij me, nu krijgt hij er eentje terug.''

De fans, misschien wel drie-, vierhonderd mannen en een handjevol vrouwen, vormden stilzwijgend een erehaag. Eerbiedig knikten ze naar Danny Blind, ook al zo'n clubicoon. De technisch manager vervoegde zich bij de oud-spelers die naast de aula stonden te wachten: Frank de Boer, Richard Witschge, John van 't Schip, Tijjani Babangida, Michel Kreek, Shota Arveladze en Jan Wouters. Louis van Gaal en Marco van Basten ontbraken. De training gaat altijd voor.

Nadat de rouwstoet met fakkels en vuurwerk was verwelkomd, stroomde de aula in een mum van tijd vol. De verwanten van Sjakie op de eerste rij, zijn voetbalfamilie daarachter. Een broze Bobby Haarms in een rolstoel, Aron Winter, Bryan Roy, Pim van Dord, en verdomd, ook Dennis Bergkamp - ik kon hem bijna aanraken.

Op de met een Ajaxvlag bedekte kist een foto van Sjakie met de Uefa-cup. Ernaast het schilderij dat hij bij zijn afscheid in 2003 kreeg. 'Met dank aan de leer-meester.' Bloemstukken van Sneijder, Van der Vaart en Heitinga en van Frank Rijkaard. 'Een godenzoon is heengegaan.' Uit de speakers galmde You'll never walk alone. Een Surinaamse zong zachtjes mee. Het was de moeder van Patrick Kluivert. Een stem als een nachtegaal.

De toespraken waren kort maar krachtig. Voorzitter Uri Coronel citeerde de liederen van de supporters en zei: ''Als er één een strijder was, was het Sjaak wel. Dapper, fier en koen.' Louis Armstrong zong What a wonderful world. Teammanager David Endt noemde Sjakie 'een houvast in een wereld die steeds minder Amsterdams werd'. Fats Domino beklom zijn Blueberry Hill en namens de fans bracht Joark een eresaluut: ''Jij was onze enige echte Ajaxmascotte.''

Toen klonk I did it my way van Frank Sinatra. En die kerels, die grote kerels, stonden nu te snotteren als kleine kinderen. Maar na het dankwoord van Sjakies neef Barry Hulshoff gingen de vuisten de lucht in en zongen ze uit volle borst de ode van Jiskefet: 'Dit is mijn club, mijn ideaal. Dit is de mooiste club van allemaal.'
Maar dat wisten de goden al.

Zie ook: Er is een Amsterdammer doodgegaan (fotoreeks)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden