Plus Column

'Vaak zien we pas wat ertoe doet als zich een drama voltrekt'

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Het fort brandde. Ik stond op het strand, zandkorrels gloeiden onder mijn voeten. Ik schermde mijn kinderen af, mijn vader, mijn man. En ik keek. Hoe vuurtongen de hemel likten, hoe de houten ophaalbrug krakend verkruimelde. Er was niets anders meer.

Nadat mijn moeder van de trap was getuimeld, had ik drie weken een terugkerende droom. Zij kwam er niet in voor. Ik zag slechts vuur. Elke nacht werd voor mijn ogen een fort verzwolgen.

Destijds vond ik het een achterlijk beeld. Mijn moeder lag in coma, ze stond niet in de fik. Bovendien was ze allesbehalve een stabiel fort. Ook ons onbewuste kent slechte analogieën, mopperde ik. Maar ik keek niet goed. Ik zag de bedoeling pas toen de droom zich niet meer toonde.

Het fort brandt al tijden niet meer. Het gaat goed met ons. Er is weer ruimte voor plezier, voor rust, geluk zelfs. Maar ook voor muizenissen. En dat verbaast. Want toen die ene val alles afbrak wat vanzelfsprekend leek, wist ik zeker: vanaf nu telt onzin niet meer.

Twitterfitties, verkeersruzies, politici met luchtballonnen - alle ergernissen waren weg. Mijn fort stortte in, de rest kon me gestolen worden. En dat zou zo blijven. Ik zou vanaf nu weten wat belangrijk is.

Niet dus. Een racefietser die 'opzouten, kankerhoer' roept. Een echtelijke ruzie over wie in mozesnaam een linkervoetbalsok heeft zoekgemaakt. Een autodeuk. Ik maak me er allemaal druk om. Weg is mijn focus op ­relevantie.

Toen mijn fort in lichterlaaie stond, haalde ik mijn schouders op als een lummel me een prostituee-met-een-vreselijke-ziekte noemde.

Nu zit ik een uur daarna nog achter mijn bureau te bedenken dat ik hem iets veel snedigers had moeten toebijten dan mijn verblufte 'nou zeg'.

Vaak zien we pas wat ertoe doet als zich een drama voltrekt. Vorige week vertelde Rutger Jeuken, waarnemend hoofdofficier tijdens de aanslag in Utrecht, hoeveel werk er in luttele uren werd verzet bij de zoektocht naar de dader:

"Als dit soort dingen gebeuren, staan alle neuzen in de organisatie dezelfde kant op. Niemand moppert meer over de koffie, iedereen stapt over zijn eigen ego. Zo'n aanslag bindt."

Zo'n aanslag bindt. Zoals alle rampspoed. Het bindt ons aan de ander, onszelf, de essentie. Maar als we opkrabbelen, gluurt het ego weer om de hoek. Met verhaaltjes die het zichzelf vertelt. Ik ben belangrijk. Ik doe ertoe.

Ik laat me gelden. Ook als het om niets gaat. Misschien komt het daardoor dat wij, wonend in een van de welvarendste landen op aarde, wereldkampioen klagen zijn.

We staan niet in lichterlaaie. Zouden ze bij het Utrechtse OM alweer zeiken over koffie? Het kan zomaar. De herdenkingsbloemen zijn deze week al weggehaald. We jeremiëren weer. Misschien is dat fijn.

Wie ruimte heeft voor kleinigheden, zit niet echt in de penarie. En toch ging ik laatst in gedachten terug naar dat veel te hete strand. Gewoon om te weten wie ik toen was. Ik gun niemand een brandend fort. Maar het kan geen kwaad je soms te herinneren wat er smeulde.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden