Plus

Uva-promovendus: 'Tribunalen beloven veel meer dan ze waarmaken'

Tribunalen kunnen niet de exacte loop van de geschiedenis achterhalen. Het bewijs is te fragiel, de blik van de rechtbank te beperkt, blijkt uit onderzoek van Thijs Bouwknegt van het Niod.

Verdachten van de genocide in Rwanda wachten vaak jaren in de gevangenis op hun proces. Beeld Getty Images

In Rwanda hebben ze lang geen woord gehad voor verkrachting. Er waren woorden die het ongeveer omschreven: 'iemand op een bepaalde manier aanraken'. Terwijl tijdens de genocide in 1994 heel veel vrouwen, kinderen, zelfs mannen zijn verkracht.

"Het is een misdrijf waarmee je een bepaalde bevolkingsgroep laat weten dat zij eigenlijk niet mag voortbestaan," zegt historicus Thijs Bouwknegt (37). "Als een Hutuman een Tutsivrouw verkracht, dan is het kind dat daar eventueel uit voortkomt automatisch Hutu. Dat zou je een vorm van genocide kunnen noemen."

Een ander voorbeeld: goedemorgen in het Kinyarwanda, de officiële taal van Rwanda, is maramutse - maar eigenlijk betekent dat 'heb je de nacht overleefd?'

"Dat woord is veel poëtischer, heeft veel meer lading. Maar wij hebben daar geen vergelijkbaar woord voor. Als een getuige in de rechtszaal uit zichzelf begint te vertellen in deze bewoordingen, zal een westerse rechter daar dus niet snel op aanslaan."

Twee gegevens die illustreren hoe ingewikkeld het is voor internationale strafhoven om greep te krijgen op de aard van een conflict in Afrika ten zuiden van de Sahara. Thijs Bouwknegt, werkzaam aan het Niod, het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, promoveert morgen op de functie van internationale strafhoven.

Verzoenen
Zijn conclusie: tribunalen beloven veel meer dan ze waarmaken. In het beste geval kunnen ze mensen schuldig of onschuldig verklaren, maar de loop van de geschiedenis beschrijven, boven water krijgen wat er nu écht is gebeurd, partijen met elkaar verzoenen - dat gaat niet. "Terwijl ze dat wel beloven. En dat maakt dat wij vaak denken dat ze falen."

Dat heeft vooral te maken met het beschikbare bewijsmateriaal: de landen die Bouwknegt onderzocht, Congo, Sierra Leone en Rwanda, zijn niet-documentaire, orale samenlevingen.

"In Nederland wordt alles bijgehouden. In Hitler-Duitsland deden de nazi's dat ook, ze schreven op hoeveel Joden er waren afgevoerd, hoeveel er waren omgekomen, wie, waar, wat, wanneer. In Neurenberg, het eerste tribunaal, was het bewijs dus overduidelijk. De aanklager kon zeggen: u heeft het zelf bijgehouden - wat is daarop uw antwoord?"

In veel landen in Afrika is weinig tot niets gedocumenteerd. Bevelen werden niet op papier gezet, er werden geen verslagen gemaakt. "Het bewijs dat het misdrijf moet verbinden met de verdachte moet dus van getuigen komen, van slachtoffers, omstanders, of van mensen die onderdeel waren van het misdrijf zelf."

"Daar kun je natuurlijk allerlei vragen bij stellen, want het geheugen is fluïde, past zich aan aan wat je in de krant hebt gelezen, wat je is verteld. Het beeld van het verleden is de inkleuring vanuit het ­heden. Meningen, impressies. Getuigen halen mensen door elkaar, kunnen voor hetzelfde misdrijf vier verschillende daders aanwijzen."

Beperkte blik
Dat is niet alleen een fragiele basis voor een veroordeling, betoogt Bouwknegt, maar al helemaal om te bepalen hoe een conflict zich heeft ontwikkeld, wie er echt verantwoordelijk was.

Daarbij komt: tribunalen hebben een beperkte blik. Het Rwandatribunaal keek alleen naar de genocide in 1994 - terwijl het conflict in 1990 begon. Het Internationaal Strafhof in Den Haag onderzoekt geen misdrijven gepleegd voor de oprichting van het hof in juli 2002, wat betekent dat Thomas Lubanga alleen kon worden vervolgd voor wat hij in 2002 en 2003 in Congo had gedaan: het ronselen en gebruiken van kindsoldaten.

Terwijl hij ook wordt beticht van het plegen van massamoorden, in de jaren ervoor.

"Zo schrijf je dus een microgeschiedenis die niet zo veel vertelt over wat in de grote context is gebeurd. Je bevindt één iemand schuldig of onschuldig. Als je belooft dat je in Congo alle slachtoffers een stem zult geven, maar vervolgens met een vonnis komt dat je niet eens vertaalt in de lokale taal, wat heb je dan gedaan voor de lokale bevolking?"

Historicus Thijs Bouwknegt volgde tot 2012 de internationale tribunalen voor de Wereldomroep. Morgen promoveert hij aan de UvA. Beeld -

Rwanda
Conflict 1990-1994, Rwanda­tribunaal keek naar april-juli 1994:
de genocide op de Tutsi's
Aantal doden: 500.000 tot 1 miljoen (het tribunaal heeft nooit het aantal slachtoffers bepaald)
73 mensen berecht, 14 vrijspraken

Thijs Bouwknegt: "De Veiligheidsraad heeft specifiek het mandaat gegeven te kijken naar 1994, de genocide op de Tutsi's. Dat heeft politieke en emotionele redenen: 'genocide is toch het ergste'. Maar dat sluit een bredere blik op de geschiedenis uit. Er waren vanaf 1990 meer partijen betrokken, het rebellenleger is ook beticht van misdrijven, maar blijft nu volledig buiten schot."

Sierra Leone
Burgeroorlog tussen 1991-2002, Speciaal Hof voor Sierra Leone keek vanaf 1996
Aantal doden: de conservatiefste schatting is tussen 20.000-30.000, hoogste is 70.000
13 aanklachten, 9 vonnissen

"De Liberiaanse president Charles Taylor was een van de veroordeelden. Hij ontkende niet dat de misdrijven waren gepleegd. Hij zei: 'Mensen zijn de handen afgehakt, ze zijn verkracht, vermoord, het was allemaal even verschrikkelijk. Maar ik heb het niet gedaan.' En toch kwam 30 procent van de getuigenissen van de slachtoffers. Zij moesten nog steeds vertellen wat hun was overkomen, terwijl die misdrijven allang waren vastgesteld. En zij konden hem niet als dader aanwijzen, want Taylor heeft nooit een voet in Sierra Leone gezet. Je kunt je afvragen of je slachtoffers dat moet aandoen."

Congo
De 'Afrikaanse Wereldoorlog' tussen 1996-2003, negen landen raakten betrokken. Het Internationaal Strafhof in Den Haag kijkt vanaf 2002
Aantal doden: aan het conflict en de gevolgen ervan zijn ongeveer 5 miljoen mensen gestorven
3 Congolezen veroordeeld: Thomas Lubanga, Germain Katanga en Jean-Pierre Bemba. Twee verdachten gingen vrijuit (Matthieu Ngudjolo en Callixte Mbarushimana), één proces is nog bezig (Bosco Ntaganda).

"In de zaak tegen Thomas Lubanga was de eerste getuige een ex-kind­soldaat. Hij zat op twee meter van de verdachte, zijn kidnapper dus, die hem aan zat te staren. Dat leidde ertoe dat hij op een gegeven moment zei: alles wat ik hiervoor heb gezegd is niet waar, een ngo heeft mij gezegd dat ik dit moest vertellen. Twee weken later heeft hij weer een verklaring afgelegd - nu was er een scherm geplaatst tussen hem en Lubanga. Toen heeft hij weer verteld dat hij op weg van school van straat is geplukt en is opgenomen in de eenheden van Lubanga. Maar in het uiteindelijke vonnis is hij als onbetrouwbaar bestempeld. Hij had twee verhalen verteld en was gecoacht door een ngo. Die kan hem gezegd hebben: als je naar Den Haag gaat en een verklaring aflegt, krijg je een nieuwe naam, een nieuwe jas en misschien wel een nieuw huis."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden