Opinie

Universitaire docenten: 'Toerisme is best te stoppen'

Volgens universitair docenten Federico Savini en Mendel Giezen presenteren politieke partijen veel aannames over stedelijke ontwikkeling als feiten. 

De wachtrij voor het ­Stedelijk Museum.Beeld Remko de Waal/ANP

In de aanloop naar de verkiezingen worden door politieke partijen aannames gedaan over stedelijke ontwikkelingen en die worden vervolgens gepresenteerd als feiten. Wij willen vijf van deze aannames tegen het licht houden om de kiezer in staat te stellen de politieke standpunten beter op waarde te schatten.

1. Het vergroten van de dichtheid is noodzakelijk voor stedelijk welzijn

Veelal wordt in het debat gesteld dat Amsterdam moet groeien en verdichten om internationaal competitief te zijn en te blijven. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat een grotere stad ook meer welvaart voor haar bewoners brengt.

Steden van de grootte van Amsterdam, ­Kopenhagen en Barcelona zijn prominent te vinden in de lijstjes van meest competitieve steden. Nog belangrijker: zij staan vaak bovenaan met betrekking tot gezondheid, duurzaamheid en het algemene welzijn van hun burgers.

Amsterdam is juist zo aantrekkelijk doordat het een stad is met een menselijke maat en met culturele voorzieningen van wereld­niveau. De Amsterdammer wil kwalitatief goed leven en de stad verdichten zal daar ­zonder goed extra beleid niet aan bijdragen.

Mendel Giezen, docent duurzame stedelijke ontwikkeling en infrastructuur aan de UvA.Beeld -

2. Toerisme kan niet gecontroleerd worden

Er bestaat het idee dat de groei van het toerisme naar Amsterdam niet gestopt kan worden en dat het dus geaccommodeerd moet worden. Dit is echter een markt die juist vrij goed gestuurd kan worden door het aanbod in te perken. Beperk het aantal vergunningen voor hotels, B&B's en private woningverhuur aan toeristen.

Door een beperkt aanbod stijgen de prijzen en zullen toeristen eerder geneigd zijn naar een alternatief te kijken. Dit biedt zelfs een kans om de rest van de regio verder te ontwikkelen doordat toeristenaccommodaties daar competitiever worden.

3. Circulaire ontwikkeling is duurzaam

Nagenoeg alle partijen zijn voorstander van de circulaire economie met als argument dat het duurzamer is. MVO Nederland definieert de circulaire economie als 'een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren.'

U ziet dat dit niet noodzakelijk leidt tot duurzaamheid, omdat er niets wordt gedaan aan het minder consumeren van producten. De circulaire economie is aantrekkelijk voor de politiek omdat er geen harde maatregelen genomen hoeven te worden maar er vertrouwd wordt op technologie en innovatie.

Als circulaire economie echt duurzaam wil zijn, dan zal er vooral minder moeten worden geconsumeerd, anders leidt circulariteit alleen tot meer consumptie en meer transport. Daarnaast kan een circulair Amsterdam nooit bereikt worden zonder nationaal en internationaal beleid. Dus circulariteit ja, maar kijk goed naar hoe de partijen daar invulling aan geven en kijk vooral naar de andere duurzaamheidsmaatregelen.

4. Faciliteer de samenleving en de oplossingen komen vanzelf

De afgelopen jaren is het idee eringeslopen dat de overheid faciliterend moet zijn en dat de ­samenleving en bedrijven met oplossingen zullen komen. Maar als we bijvoorbeeld kijken naar het faciliterende 'duurzame' energiebeleid van de laatste jaren, zien we dat juist ­Nederland van voorloper naar achterblijver is gegaan qua duurzame energieopwekking. ­

Innovatie is gebaat bij heldere en sterke regels die voor elke partij gelijk zijn. Stel de norm en partijen zullen zich aanpassen aan de norm. Maar convenanten of 'green deals' zonder heldere sancties zorgen voor uitstelgedrag.

Daarnaast is het ook belangrijk dat de gemeente de controle houdt over de ruimtelijke ordening. Bijvoorbeeld bij erfpacht is het zaak om deze aan te passen aan de huidige uitdagingen, maar door deze eeuwigdurend te laten zijn verliest men dit sturingsinstrument.

Pas de erfpacht aan zodat die gebruikt wordt voor investeringen in duurzaamheid en openbare ruimte in de directe omgeving van de erfpachtbetaler. Zo zorgen we voor een duurzame aantrekkelijke stad waarbij de erfpachtbetaler ook direct ziet waar zijn/haar geld naar toe gaat.

Federico Savini, docent stedelijke en regionale planning aan de UvA.Beeld Michael Chia/JPI Urban Europe Conference

5. Amsterdamse problemen kunnen binnen Amsterdam worden opgelost

Amsterdam moet 50.000 woningen bijbouwen binnen de stadsgrenzen is het huidige beleid, en dat wordt ook omarmd door veel partijen. Het idee is dat mensen graag in een hoog­stedelijk milieu willen wonen en dat een compacte stad het groen om de stad beschermt.

Nieuwe bewoners leveren maar beperkt ­extra inkomsten op en zorgen voor meer druk op voorzieningen, openbaar groen, het aanpassen van de stad op klimaatverandering, de circulaire ambities en ga zo maar verder.

Het is belangrijk om te kijken naar de Amsterdamse regio. Door de woningbouw op regionaal niveau te regelen, en in Amsterdam te beperken is het ook mogelijk voor de omliggende steden om zich meer hoogstedelijk te ontwikkelen. Hierdoor wordt de regio sterker en blijft de groene ruimte om de stad beschermd.

Een sterk Amsterdam is een sterke regio, maar een sterke regio is ook zeker een sterk Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden