Plus

Uitbater Febo Amsteldijk (93) blikt terug op leven vol frituuravonturen

Sinds zijn val vorig jaar woont uitbater van de Febo aan de Amsteldijk Jan van Boven (93) in het Sarphatihuis. Hij blikt terug op een leven vol frituur en avontuur.

Jan van Boven, voormalig filiaalhouder van de Febo op de Amsteldijk. Hij zit sinds kort in het Sarphatihuis.Beeld Marc Driessen

In de zithoek van het Sarphatihuis staat een bijzonder tv-toestel. De bewoners van de afdeling kunnen er televisie kijken, maar ook filmpjes zien over hun leven. Dat zijn vaak foto's van vroeger, maar voor Jan van Boven is er de clip die de Amsterdamse meidengroep Zazi in 2015 maakte bij hun nummer Elke dag friet, een eerbetoon aan de legendarische uitbater van de Febo op de Amsteldijk en zijn vrouw Fatima.

De clip toont het echtpaar in de zaak die zij sinds 1975 dreven, de 91-jarige Jan van Boven in zijn onafscheidelijke witte slagersjas. "Nu moet ik je dan toch iets moeilijks vragen," zingen de meiden van Zazi in een gevoelige passage tegen het einde van het liedje. "We slapen in hetzelfde bed. Maar mocht ik op een dag niet wakker worden. Stop dan mijn as in een vleeskroket."

Witte jas
Die humor zal de vaste klanten van de snackbar bekend voorkomen. Van Boven genoot aan de Amsteldijk een reputatie als groothandelaar in grappen en grollen met een hang naar de zwarte soort, en die eigenschap is gewoon met hem mee verhuisd naar het Sarphatihuis waar hij sinds dit voorjaar woont. "Het gaat eigenlijk vanzelf," antwoordt de inmiddels 93-jarige Amsterdammer droog op de vraag hoe het met hem gaat. "Gewoon rustig blijven ademhalen."

Van Boven zit in een rolstoel en draagt een blauw vest. Het is even wennen om hem te zien zonder witte jas. Twaalf had hij er, zodat hij altijd een schoon exemplaar tot zijn beschikking had. Soms trok hij drie keer op een dag een nieuwe jas aan.

De jas ging lijnrecht in tegen de regels van de Febo over het dragen van de huiskleding in alle filialen, maar Van Boven mocht zijn slagersjas blijven dragen.

Uit respect voor zijn verdiensten voor de onderneming, maar vermoedelijk speelde ook het besef een rol dat een eventuele strijd met de franchisenemer niet in het eigen voordeel zou worden beslist.

"Jan regeerde als een koning in de zaak," vertelt Fatima (58) trots. "Die witte jas was belangrijk voor hem. Het was zijn uniform. Hij vond het ook een visitekaartje voor de kroket. Het gaf klasse en uitstraling aan de zaak."

Dramatisch genoeg speelde de gekoesterde jas een rol in het ongeluk dat Van Boven augustus vorig jaar dwong afscheid te nemen van zijn werk. Hij stond buiten te kijken naar de mannen die de pui aan het schilderen waren, toen het stuur van een passerende fietser achter zijn jas bleef hangen; hij viel. Zijn hoofd kreeg een klap waarvan hij niet is hersteld. Hij lag zeven weken in het Onze Lieve Vrouwe, de eerste weken in zijn witte jas, die hij weigerde uit te trekken.

Bananenmilkshake
Het Sarphatihuis zal waarschijnlijk zijn laatste huis zijn, zegt Fatima. "We hadden aanvankelijk nog de hoop dat hij weer terug naar huis zou kunnen, maar dat zit er niet meer in. We gaan nu zijn kamer een beetje gezellig maken."

Fatima is dagelijks in het huis te vinden. Drie keer in de week neemt ze een kroket voor haar man mee, en een bananenmilkshake. "Alleen omdat hij het lekker vindt hoor," voegt ze er haastig aan toe. "Hij wordt hier heel goed verzorgd."

Sinds het ongeval hapert het kortetermijn­geheugen, maar verhalen over vroeger worden nog steeds met smaak opgedist.

Het dienstverband bij de Febo is slechts een onderdeel in een avontuurlijk leven dat voor een belangrijk deel in het buitenland werd doorgebracht.

Van Boven runde een camping in Spanje, een autoverhuurbedrijf in Mexico en een cashewnotenfabriek in Indonesië met vijfhonderd medewerkers.

Zware criminelen
Het echtpaar zat samen korte tijd in Nigeria, opnieuw in de cashewnoten. Een ontvoering maakte een einde aan dat avontuur. "Een vreselijk corrupt land," zegt Fatima. "We zijn 48 uur vastgehouden door mannen die daarbij hulp van de politie kregen. Na onze vrijlating zijn we meteen het land uitgevlucht. We hebben onze bezittingen daar moeten achterlaten en er nooit een cent van teruggezien."

De automatiek was wat dat betreft een rustige haven. De mooiste tijd noemt Van Boven de jaren dat hij dag en nacht open was, en moeiteloos de hoogste omzet van alle filialen in het land draaide.

"Ik kon toe met weinig slaap en hield van de nachtvogels. Van politiemensen tot ­studenten tot zware criminelen, ze schoven 's nachts allemaal aan voor een kroket, een broodje krabsalade of een kom erwtensoep in de winter. Het was verschrikkelijk gezellig in de zaak."

'Het gaat eigenlijk vanzelf.' antwoordt de inmiddels 93-jarige Amsterdammer droog op de vraag hoe het met hem gaat. 'Gewoon rustig blijven ademhalen.'Beeld Marc Driessen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden