Plus Klapstoel

Uitbater Café Nol: 'De mensen willen meezingen'

Anne-Marie Grijzenhout (1965) is uitbater van Café Nol, de klassieke Jordaankroeg die in 1966 werd geopend door haar grootouders. Maandag geeft ze onder de noemer Café Nol XXL een groot feest in Paradiso.

Anne-Marie Grijzenhout op de Klapstoel Beeld Harmen de Jong

Jordaan
"Altijd gewoond. Alleen tijdens mijn middel­bareschooltijd woonden we in Castricum. Toen mijn 10 jaar jongere broer onderweg was, besloten mijn ouders de stad uit te gaan. Castricum kenden ze omdat we in de zomer op camping Bakkum stonden. Ik had het best naar mijn zin in Castricum, maar ben wel altijd een stadsmeisje gebleven."

"Mijn vader had een groot aannemersbedrijf, hij was echt een bouwer. De ­familie van mijn moeder is de horecakant. En dan ook echt, hè. Mijn moeder, haar broers en alles wat aangetrouwd was of langs kwam waaien; iedereen had een functie in het café."

Nol Uilenbroek
"Mijn opa en de naamgever van het café. En een heel markante Amsterdammer, al werd hij geboren in Rotterdam. Hij werkte als zaalober in de Mercurius, een populaire zaak op de Nieuwendijk. Pas toen ze al een eind in de veertig waren, zijn mijn grootouders in 1966 café Nol begonnen. Het was toen nog een dagzaak en mijn moeder werkte er ook."

"Tussen de middag zat ik er met een cola en een tosti in een hoekje. Naar school was maar een klein stukje, maar soms bracht opa me er met de auto naartoe. Hij had altijd een grote Amerikaan, een tijd zelfs met onder het dashboard een klein platenspelertje - bij elke hobbel sloeg dat ding over. Mijn opa zag er ook altijd piekfijn uit, soigné, zoals wij dat noemen. Hij liet twee keer per week zijn haar föhnen bij de kapper."

Portier
"Gastheer, zeggen wij. Vroeger stond mijn opa aan de deur, tegenwoordig hebben we Jamie. De gastheer zorgt ervoor dat het niet te vol wordt - wij verkeren in de gelukkige omstandigheden dat het eigenlijk altijd druk is."

"Hij let er ook op dat het publiek gemêleerd blijft en dat in de winter de mensen hun jas afgeven. Hoe minder jassen, hoe meer klanten, zo simpel ligt het. Wat absoluut niet mag: op de barkrukken staan, op tafel zitten en aan de lampen komen."

Rood
"Dat is dé kleur in Nol, ja. De mensen weten het nauwelijks meer, maar de Jordaan was vroeger echt een arbeidersbuurt en geld was daar best wel een dingetje. Als ze dan toch een beetje sfeer in hun woning wilden creëren, draaiden ze er een rood bolletje in. Dat was gezellig, warm. Mijn oma vond dat een café eruit moest zien als een huiskamer, dus die heeft dat rode licht ook naar Nol gebracht."

"Het zag er bij opa en oma thuis net zo uit als in de zaak. Bij mij niet. Ik ben meer van strak en wit. Nol is ook een beetje een museum, hè. Hoe mooi ik alles ook vind, ik zou het van mijn levensdagen niet thuis ophangen. In de Jordaan heb je van die gidsen die mensen rondleiden. Vanaf mijn dakterras hoor ik ze soms zeggen: 'Je kunt aan de kanten gordijntjes zien waar de echte Jordanezen wonen.' Ik wil dan roepen: 'Hallo, we zijn wel vijftig jaar verder, hè'."

Baco
"Bier verkopen we het allermeest. En daarna baco, dat wel. En dan wodka. We hebben een periode gehad dat opeens iedereen aan de gin ging, maar dat is wel voorbij."

"Je moet ook niet denken dat je die hippe drankjes bij ons krijgt met een schijfje komkommer, een randje zout of wat voor grappenmakerij ook. Een stukkie ­citroen, dan mag je in je handjes knijpen. Ikzelf drink niet of nauwelijks. En áls ik een borreltje drink, is het Southern Comfort met Spa rood. Vroeger dronk ik dat met 7Up, maar als je me dat nu voorzet, krijg je het terug. Brrr, zo zoet."

Paradiso
"De eerste keer dat we er een feest hadden - bij ons 50-jarig bestaan - was zo ontzettend ­gezellig. Meteen na afloop begonnen mensen te zeuren: wanneer doe je het weer? Die eerste keer ben ik geholpen door de organisatie van Dutch Valley, waar we al vijf jaar een eigen podium hebben: 'Bij ons in de Jordaan hosted by ­Café Nol'. Met diezelfde mensen hebben we een kleinschalige theatertournee opgezet, een voorstelling met echt oude Jordaanliedjes als De dievenwagen en zo."

"In Paradiso sluiten we maandag het theaterseizoen af, maar behalve de cast van de voorstelling treden bijvoorbeeld ook een Dries Roelvink en een Robert Leroy op. Ik was nog nooit in Paradiso geweest, maar je kunt er een feestje bouwen, hoor. Net als vorige keer komen er bij Café Nol XXL zes enorme kroonluchters met rood licht te hangen."

Willeke Alberti
Komt ook weer naar Paradiso. Weet je dat ze de enige overlevende van het originele Jordaanfestival is? Mijn opa heeft dat vijf jaar lang bij ons voor de deur georganiseerd, de eerste keer bij het 15-jarig bestaan in 1981."

"Alle grote Amsterdamse zangers hebben er gestaan en op Willeke na leeft niemand van hen meer. We moesten in '86 stoppen met het festival op de Westerstraat omdat de politie en de brandweer de veiligheid niet konden garanderen, zo veel mensen kwamen eropaf. Die drukte waar iedereen het nu over heeft, is niets nieuws."

Johnny Jordaan
"Ome Johnny voor mij. Hij kwam vaak in Nol en ging ook met ons mee op vakantie. Elk jaar nam mijn grootvader alle vrouwen van de familie, alle kinderen én Johnny mee naar de Canarische Eilanden. Johnny was - typisch Jordaans - een echte plaaggeest."

"Je weet dat hij een glazen oog had, hè? Kwam ie uit het zwembad, een hand voor zijn gezicht: 'Help, ik ben mijn oog verloren!' Als een idioot begon ik met mijn duikbril op de zwembadbodem af te speuren. Ik dacht: o, straks haalt hij die hand weg en dan kijk ik zo in zijn hoofd! Toen ik weer bovenkwam lag iedereen aan de rand van het bad dubbel."

André Hazes
"Kwam ook vaak in de zaak. Hij heeft er verschillende videoclips opgenomen. Hazes wordt elke avond gedraaid, meerdere keren. Café Nol kan niet zonder Hazes. Zelf heb ik Zij gelooft in mij nu wel vaak genoeg gehoord. Maar de mensen komen bij ons met een verwachtingspatroon en daar voldoe je aan, zo moeilijk is dat niet."

"Ze willen gezelligheid, ze willen Nederlandstalig en ze willen meezingen. Wat ik thuis draai? Dat gebeurt niet snel, hoor. Ik ben heel blij als het een keer stil is. Maar als het op zondagavond niet zo druk is in de zaak en er vooral mensen uit de buurt zitten of mensen die zelf in het weekend hebben gewerkt, dan gaat míjn muziek op: ouwe Motown, heerlijk."

Lisa
"Mijn dochter, die ook in de zaak staat. Mijn oma stond er met mijn moeder, mijn moeder stond er met mij en nu sta ik er met mijn dochter. Het is de bedoeling dat ze later de zaak overneemt. Maar ik heb haar ook weleens horen zeggen: 't is wel een gedoe, hè. Maar ze is pas 24 en ik ben voorlopig ook nog niet weg."

"We hebben nooit problemen samen achter de bar. Vanaf het begin was haar houding: ik weet nog van niks, mijn moeder weet na 35 jaar alles, dus als zij zegt dat ik naar links moet, dan ga ik ook naar links. Dat heeft ze heel goed gedaan. Privé ben ik haar mama, in de zaak haar baas."

Ochtend
"Ken ik niet. We zijn van woensdag tot en met zondag open, door de week tot drie uur, in het weekend tot vier. Voor je in bed ligt, is het zes uur, half zeven. De wekker zet ik op twaalf uur. Alleen op zondag gaat hij niet en dan slaap ik tot soms wel drie uur. Ik ben de horeca ingegaan omdat ik een avondmens ben, zeg ik wel­eens. Maar op vakantie sta ik om acht uur op."

Goudvissen
"Dat zou je nu niet meer moeten flikken, maar mijn opa hield goudvissen in de spoelbak. En dan niet van die kleintjes, hè, maar echte joekels. Sommige van die beesten overleefden alles."

"De drank, daar konden ze wel tegen, maar bij het schoonmaken ging er weleens iets mis. Dan trok er iemand zonder na te denken de stop uit de bak. 'O shit, de goudvissen!' Opa plakte ook briefgeld op de vloer. Vond ie humor als nieuwe klanten dat wilden oprapen."

Moezelglazen
"Met zo'n grote kelk en van die groene, geribbelde voetjes, weet je wel. Daar schenken we al sinds 1966 de wijn in. Ik weet ook niet waarom, iemand zal dat toen mooi hebben gevonden. Maar anderhalf jaar geleden kreeg ik een belle­tje van de glazenhandel: de fabriek was ermee gestopt, ze konden geen moezelglazen meer ­leveren. Was ik toch wel lichtelijk in paniek."

"Het zijn maar wijnglazen, maar sommige dingen horen zo bij ons, daar kun je niet zonder. Maar na een berichtje op Facebook helpen klanten ons. Bij de Kringloop staan vaak van die glazen en die kopen ze dan voor ons, sommigen maken er echt een sport van. Ik heb beneden al een voorraad van 300 moezelglazen staan."

Vrijgezellenfeesten
"Heel veel. We weten ook niet zo goed waarom. Blijkbaar móet je naar Nol als je gaat trouwen. Drie van zulke groepen kunnen we hebben, vier is te veel. Zeker als het vrouwen zijn, dan wordt het een kippenhok."

"Meestal zijn het heel gezellige mensen, maar een probleem is soms wel wat ze aan hebben. Een bananenpak, daar krijg je het in Nol dus héél warm in. Laatst kwam er één in een wasmachinedoos binnen. Alleen zijn hoofd, armen en benen staken eruit. Ja, sorry, dat kan dus echt niet."

Bernice Notenboom
"Die reist naar de Noordpool? Moet ik niet aan denken. Ik ben een echte zonnejunkie. In de zomer ga ik al twintig jaar naar hetzelfde Griekse eiland: Skiathos. In de winter ga ik verder: Jamaica, Mexico, de Dominicaanse Republiek. Ik ga best vaak, maar altijd maar een weekie."

Café Nol XXL, Paradiso, maandag, 20.30 uur

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden