Uit de rolstoel klinkt een zacht gekreun dat lijkt op een schurende deur

PlusTheodor Holman

Ik pak zijn hand en zeg: “Dag mijnheer Van der Waals!”

“Hij hoort je toch niet, of hij wil je niet verstaan, of het dringt niet tot hem door.” Ingrid komt achter zijn rolstoel vandaan en zegt: “Pap! Dit is Theodor! Zwaai even!”

Maar ook zwaaien zit niet meer in zijn repertoire. Hij pakt zijn dekentje en verbergt er zijn linkerhand onder. 

Ingrid schikt het, plukt ook aan zijn wollen das, zodat hij helemaal geen last meer heeft van de kou, maar dat zint hem ook niet. 

Het dekentje wordt van zijn schoot af geduwd.

“Totaal de weg kwijt, Theodor. Ons voorland,” zegt Ingrid.

Mijnheer Van der Waals is 96.

Ingrid en ik kennen elkaar al vanaf de lagere school. 

Bleef ik altijd in Amsterdam wonen, zij woonde nu eens in Brazilië dan weer ergens in Afrika, dan weer in Londen en nu dus weer in Amsterdam.

Vijftig jaar lang stuurden we elkaar kerstkaarten, verhuiskaarten, geboortekaartjes van onze kinderen en kleinkinderen en de overlijdensberichten van onze ouders. 

Daardoor hebben we toch een band, hoewel we elkaar in al die jaren misschien negen keer zagen.

“Hij heeft genoeg geleefd, vind ik,” zegt ze. “Zijn gehoor is al dood, zijn gevoel is al dood, zijn benen zijn dood, zijn ogen zijn half dood, zijn hersens zijn ook dood, alleen zijn hart schijnt dit nog niet te beseffen. Of vind je me nu te hard?”

“Ik ben erg ruimdenkend,” antwoord ik.

Mijnheer Van der Waals kucht even en een slijmdraad loopt uit zijn mond.

“Nu moet ik dat opvegen, ” zegt Ingrid, “maar iedere keer als er kwijl uit zijn mond komt, of ik moet iets voor hem op­rapen, of hij wil iets dat hij niet kan duidelijk maken, dan overvalt me… geen hekel maar een grote vermoeidheid. Dan kan ik het niet direct voor hem doen. Geen zin... Net als nu.”

Uit de rolstoel klinkt een zacht gekreun dat lijkt op een schurende deur. Mijnheer Van der Waals hangt ook enigszins uit het lood. Ingrid pakt een papieren zakdoek, veegt de mond van haar vader schoon en sjort hem weer recht in de rolstoel.

“We gaan weer door,” zegt ze, “leuk je even gezien te hebben.”

We kussen elkaar achter de rolstoel.

“Goh, “zegt ze, “hebben wij elkaar ooit eerder… ”

“Nee…,” zeg ik.

Ze rolt hem met grote ­snelheid voort. Alsof ze hem uit de toekomst wil duwen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden