Plus

Uit de kast komen? Nieuwe generatie lhbt'ers ziet er weinig in

Zoals elk jaar op 11 oktober is het vandaag Coming-Outdag. Een nieuwe generatie lhbt'ers ziet er weinig in. 'Hetero's hoeven toch ook niet uit de kast te komen?'

Beeld ANP

Woensdag wordt in Nederland en tal van andere landen in het kader van Coming-Outdag aandacht besteed aan het moment dat een lhbt'er openlijk voor zijn seksuele voorkeur uitkomt.

Er is echter ook een groep lhbt'ers die ervoor kiest om niet uit de kast te komen. Niet omdat ze zich schamen voor hun geaardheid, maar omdat ze moeite hebben met het concept 'uit de kast komen'.

Laurens Buijs (35) is socioloog aan de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek naar anti-homogeweld en homo-emancipatie. Hij legt uit dat op dit moment in het Westen een generatie lhbt'ers opstaat die het idee van ­coming-out opschudt. Deze jongeren hebben moeite met het concept, omdat je daarmee een label op jezelf plakt. Ze willen niet worden opgesloten in het homoseksuele hokje.

Sociale wetenschappers noemen hen 'postgays'. Ze geloven niet in het klassieke onderscheid tussen homo en ­hetero, of zelfs dat tussen man en vrouw. Seksuele identiteit en gender zijn fluïde, vinden ze. Ook willen ze zich niet hoeven verantwoorden voor hun seksuele geaardheid. Hetero's hoeven hier toch ook niet voor uit te komen, stellen ze.

Cijfers over de omvang van deze groep bestaan niet. Volgens Buijs vormen ze binnen de lhbt-gemeenschap vooralsnog de uitzondering, niet de regel.

Hij leidt uit een aantal onderzoeken over lhbt'ers en hun geaardheid af dat het een groeiend fenomeen is. Verhalen in zijn persoonlijke omgeving bevestigen dit. Ook jongerenteams van het COC Amsterdam zien deze tendens.

De niet-expliciete coming-out van postgays bespaart hen een hoop persoonlijke ellende. Buijs: "Dit zijn geprivilegieerde jongeren die opgroeien in een accepterende omgeving waarbij de ouders uitstralen dat het geen enkel probleem is om lhbt'er te zijn. Zij hebben in hun omgeving vaak mensen die al uit de kast zijn gekomen of andere rolmodellen. Vaak komen ze uit liberale, autochtone gezinnen en wonen ze in de grotere steden."

Overgangsritueel
In het grootste gedeelte van de Nederlandse samenleving heeft het fenomeen uit de kast komen, volgens Buijs, nog altijd een belangrijke functie. "Het is fantastisch dat er voor lhbt'ers een rite de passage om met hun seksuele geaardheid naar buiten te kunnen treden. Dit schept ruimte om erover te praten, om het verder te onderzoeken en om gelijkgestemden te ontmoeten."

Buijs legt uit dat lhbt-jongeren die niet zo met hun geaardheid naar buiten treden, vaak minder vervlochten zijn met de traditionele homocultuur. Zij ontmoeten elkaar via sociale media en apps als Grindr. Mede hierdoor verdwijnen er homoplekken. Zo is het aantal gayclubs in Amsterdam gedaald van tientallen in de jaren ­negentig naar minder dan tien tegenwoordig.

De oudere generatie lhbt'ers in Nederland maakt zich volgens Buijs zorgen over deze tendens. De homocultuur die zij hebben opgebouwd, komt onder druk te staan. Hiermee verdwijnt een zichtbare gemeenschap die de ­heteroseksuele norm openlijk uitdaagt.

De oudere generatie vreest dat met het verdwijnen van traditionele homoplekken een aantal verworvenheden wordt bedreigd, zoals een veilige omgeving voor lhbt'ers om zichzelf te uiten, om seksualiteit te onderzoeken en ­ermee te experimenteren.

Aandacht voor problematiek rondom homoacceptatie en antihomogeweld was voor Ronald Plasterk, toen hij nog minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap was, de aanleiding om 11 oktober uit te roepen tot Nationale Coming-Outdag. Deze viering is overgewaaid uit de Verenigde Staten, waar ze al sinds 1988 bestaat.

Volgens Jan-Willem de Bruin van COC Amsterdam komt anti­homogeweld nog altijd voor in ­alle lagen van de samenleving. "Dus niet alleen onder religieuze of conservatieve groepen. Geweld kan ook verpakt zijn in alledaagse omgangsvormen, grapjes of aanspreekvormen. Bijvoorbeeld door iemand voor homo uit te schelden."

Regenboogvlag
Woensdag zijn er in het hele land activiteiten georganiseerd door lhbt-activisten om dergelijke problematiek onder de aandacht te brengen - van debatten tot theaterstukken.

Ruim honderddertig gemeenten en alle COC's van ­Nederland hijsen de regenboogvlag, het internationale symbool voor lhbt-acceptatie. Een aantal beeldbepalende ­gebouwen, zoals de A'DAM Toren in Amsterdam, wordt verlicht in regenboogkleuren.

De Bruin legt uit dat het uithangen van de regenboogvlag een belangrijk signaal uitdraagt. "Hiermee laten gemeenten zien dat ze er voor alle burgers zijn, inclusief lhbt'ers. Het gaat er dus niet om dat je als lhbt'er op deze dag uit de kast moet komen. Belangrijker is dat zichtbaar wordt dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn."

Florentine Zarks (21) Student Bestuurskunde
"Sinds ik een relatie met een vrouw heb, heb ik steeds vaker het gevoel dat ik mezelf hiervoor moet verantwoorden. 'Hoe is dat zo gekomen? Hoe gaat dat nou?' Veel mensen verwachten dat er een enorm verhaal achter schuilt, maar dat is niet zo. Als ik met een man was thuisgekomen, zou dit nooit ter sprake zijn gekomen."

"Mensen denken ook vaak dat ze het recht hebben brutale vragen te stellen over mijn seksleven. Dat vind ik ronduit onbeschoft. Ik snap het concept wel van een ­coming-out, maar zelf heb ik nooit de noodzaak gevoeld mijn seksualiteit binnen een kader te plaatsen. Dat anderen hier behoefte aan hebben, zegt iets over het verwachtingspatroon."

"Tegelijkertijd besef ik dat het kunnen hebben van dit standpunt een privilege is. Ik vind het jammer dat het heteroseksuele perspectief nog steeds de norm vormt binnen onze samenleving, terwijl er zoveel andere vormen van seksualiteit bestaan."

Florentine Zarks (21)Beeld Carly Wollaert

Sebastiaan van de Poll (21) Student Politicologie
"Rond mijn achttiende kwam ik erachter dat ik ook op jongens val. Toch koos ik ervoor om dit niet meteen aan mijn ­ouders te vertellen. Ik was bang om in het homoseksuele hokje mogelijkheden te verliezen tot experimenteren."

"Toen ik eenmaal een vriendje kreeg, kondigde ik de relatie aan zonder nadruk te leggen op zijn gender. Ik vind het niet mijn verantwoordelijkheid om uit de kast te komen."

"Homoseksualiteit zou onderdeel moeten worden van de norm. Daar kunnen ouders in de opvoeding al aan bijdragen, door meer openheid te creëren over seksualiteit en diversiteit in gender. Op dit moment blijft het vaak onbesproken, omdat ouders denken dat de emancipatie wel af is. Maar ondertussen verwachten de meesten wel dat hun zoon met een meisje thuiskomt."

"Om die verwachtingen te doorbreken, is het belangrijk dat ouders, maar ook scholen, tijdens de ontwikkeling van een kind expliciet benoemen dat er meer bestaat dan alleen heteroseksualiteit."

Jan van Trier (19 ) Student Psychologie
"Ik vind het concept uit de kast komen vrij onnodig. Hetero's hoeven dat toch ook niet te doen? Gelukkig ben ik opgegroeid in een open familie, waar homoseksualiteit de normaalste zaak van de wereld is."

Sebastiaan van de Poll (21)Beeld Carly Wollaert

"Zo heeft mijn oom altijd al een relatie met een man gehad. Misschien heb ik daarom ook nooit de behoefte gevoeld om uit de kast te komen tegenover mijn ouders. Bij mijn vrienden moest ik wel uit de kast komen, aangezien ik tot mijn zeventiende deed alsof ik meisjes leuk vond."

"Hierna heb ik nooit meer een verkeerd beeld gecreëerd en is het dus ook niet nodig geweest dat te doorbreken. Ik zeg nu altijd 'hij' in plaats van 'zij', als mensen naar mijn liefdesleven vragen. Dan hoef ik niet zo expliciet uit de kast te komen, maar is het wel duidelijk."

"Ik kan me voorstellen dat anderen baat hebben bij Coming-Outdag, maar tegelijkertijd impliceert het dat homoseksualiteit ­abnormaal is. Volledige acceptatie is pas mogelijk zodra ­iedereen gelijk is."

Elsa Groener (23) Student Culturele Antropologie
"Toen ik voor het eerst gevoelens kreeg voor een meisje, keek ik daar niet echt van op. Waarom zou ik er zo'n big deal van maken? Het verandert mij toch niet als persoon? Thuis heb ik nooit een druk gevoeld van wie of wat ik zou moeten zijn."

Jan van Trier (19)Beeld Carly Wollaert

"Ik ging er automatisch vanuit dat de mensen om me heen dezelfde nuchtere kijk zouden hebben op de situatie. Toen ik op een dag een meisje mee naar huis nam, bleek dat inderdaad zo te zijn."

"Op een paar verbaasde reacties na, vond niemand het gek. Ik sta er nu nog steeds zo in: hoe eenvoudiger je het maakt, des te normaler mensen het vinden."

"Ik hou mezelf totaal niet bezig met initiatieven zoals de ­Coming-Outdag, maar vind het wel een goed moment om het gesprek aan te gaan. Ik merk dat er bijvoorbeeld nog veel stereotypering heerst over homoseksualiteit. Zo denken sommigen nog steeds dat iedere lesbienne kort haar heeft en mannelijk gedrag vertoont."

"Ik voel me bevoorrecht om niet uit de kast te hoeven komen. Dat is immers niet voor iedereen zo vanzelfsprekend."

Elsa Groener (23)Beeld Carly Wollaert
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden