Plus

Twijfels over daadkracht Schiphol-directeur: ‘Dat Benschop niet met vuist op tafel slaat zit hem in de weg’

Bij zijn aantreden in 2018 wachtte ‘polderjongen’ Dick Benschop de monsterklus om Schiphol in een rustiger vaarwater te brengen. Vier jaar later lijkt daar weinig van terechtgekomen. Dinsdag moet de topman in de Tweede Kamer tekst en uitleg komen geven over de problematiek op de luchthaven.

Natasja de Groot en Jan Hoedeman
Kamerleden willen dinsdag van Benschop weten hoe het zo mis kon gaan met Schiphol, en of het nog wel lukt het tij te keren. Beeld ANP
Kamerleden willen dinsdag van Benschop weten hoe het zo mis kon gaan met Schiphol, en of het nog wel lukt het tij te keren.Beeld ANP

Iedereen die Dick Benschop een beetje kent, omschrijft hem als een aimabel persoon, een goede luisteraar en bovenal: een polderaar. De grote vraag is of die kwaliteiten op dit moment doorslaggevend kunnen zijn om de problemen op Schiphol op te lossen.

Vakbondsleider Reinier Castelein van De Unie heeft zijn twijfels. Hij mist daadkracht en heeft niet het gevoel dat Benschop echt een bijzondere band met Schiphol heeft. “Schiphol, de luchtvaart, dat gaat over emoties. En die emoties zie ik niet bij Benschop,” zegt hij stellig.

Castelein werkte jarenlang op Schiphol en herinnert zich de directeuren van weleer nog goed. Voormalig president-directeur van de KLM Peter Hartman, topman Gerlach Cerfontaine van Schiphol en de overleden Transavia-topman Peter Legro. Dat waren in zijn ogen pas markante figuren. “Toen Peter Legro aan het roer stond van Transavia was er ook een personeelstekort. Hij riep dat hij dan wel langs bushaltes ging rijden om mensen op te pikken. En Benschop? Hij komt met een idee voor een banenmarkt.”

Bereidheid om te vechten

Het verschil in leiderschapsstijl kan volgens Castelein niet groter. “Het gaat mij om de attitude. De bereidheid om te vechten voor Schiphol, om desnoods zelf mensen te gaan werven. Legro was ook ‘s nachts en ‘s avonds in de weer, dan stond hij naast zijn medewerkers. Hij liet zich zien. Hij sloeg met zijn vuist op tafel, als het nodig was. Maar Benschop is absoluut onzichtbaar.”

Toch valt daar wel degelijk iets tegen in te brengen. Zeker in de beginjaren heeft hij veel gesprekken gevoerd met omwonenden om meer draagvlak te creëren voor verdere groei van de luchthaven. En daarbij lijkt hij wel degelijk enige affiniteit te hebben met Schiphol.

Zo had hij tijdens zijn studie Geschiedenis aan de VU een bijbaantje op de bagageafhandeling op de luchthaven. In die zin heeft hij met zijn poten in het bluswater gestaan. En tien jaar na de afronding van zijn studie – na kort aan de slag te zijn geweest als geschiedenisleraar én later bij de PvdA als assistent van Joop den Uyl en daarna Wim Kok – kreeg hij wederom ‘iets’ met Schiphol.

Zo begon Benschop (Driebergen, november 1957) in 1994 een eigen adviesbureau en werd Schiphol een van zijn klanten. Samen met Jan van Ingen Schenau professionaliseerde hij de PR van de luchthaven. Volgens Van Ingen Schenau speelde Benschop in die tijd een belangrijke rol bij de ontwikkeling van Schiphol. “Dus ja, in die zin heeft hij absoluut affiniteit met Schiphol,” blikt hij terug.

Ook wijst Van Ingen Schenau op het akkoord over het maximum van 44 miljoen passagiersbewegingen per jaar en een vijfde baan voor Schiphol, waartoe kabinet-Kok I in 1996 besluit. “Die 44 miljoen kwam helemaal uit zijn koker. Dick is de architect, de geestelijk vader van de vijfde baan, de Polderbaan.” En voegt hij eraan toe: “We klagen nu, maar we vergeten allemaal dat Schiphol altijd grenzen heeft gehad.”

Goede netwerker

Na het adviseurschap kwam Benschop in 1998 terug in de politiek, waar hij als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken aantrad in het tweede kabinet van Wim Kok, met wie hij altijd contact had onderhouden. In die tijd werkte hij nauw samen met Jozias van Aartsen, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. Van Aartsen omschrijft Benschop als een ‘ongelooflijk goede netwerker, ook Europees.’ “Wim Kok was commissaris bij Shell. Zo is hij denk ik ook in de picture gekomen bij Shell, maar ook door zijn goede reputatie.”

Voordat hij naar Shell ging, had Benschop in 2002 nog een leidende rol in de PvdA-verkiezingscampagne. Ad Melkert zou premier worden en Benschop fractievoorzitter van de grootste regeringspartij. Dat liep anders: de PvdA verloor 22 van zijn 45 zetels en Benschop verdween geruisloos van het politieke toneel.

Dit was het moment dat de polderjongen koos voor het zakenleven. In 2003 kwam Benschop binnen bij Shell, waar hij onder meer werkte als fabrieksdirecteur in Maleisië. Mede dankzij zijn politieke connecties schopte hij het in 2011 tot president-directeur van Shell Nederland. In 2016 eindigt dat avontuur, als hij moet plaatsmaken voor Marjan van Loon. Volgens kenners zou Van Loon beter liggen bij het grote publiek. ‘Benschop is geen charismatisch of extravert figuur. Van Loon komt empathischer over,’ klinkt het.

Benschop verdwijnt als ‘vicepresident joint ventures excellence’, verantwoordelijk voor buitenlandse deelnemingen van Shell, naar de achtergrond. Tot 2018, als hij terugkeert naar Schiphol, en dan als topman. Bij zijn aantreden – toen Schiphol nog andere kopzorgen had – zei iedereen: als iemand het hoofdpijndossier Schiphol tot een goed einde kan brengen, dan is het Dick Benschop. Van dat vertrouwen lijkt weinig meer over.

Bevreemdend

Dat er nu zo veel kritiek is op Benschop vindt PvdA’er Jeltje van Nieuwenhoven – die hem nog goed kent uit de tijd dat ze optrokken rond de Kamerverkiezingen van 1994 – bevreemdend. “Dick zoekt áltijd naar een oplossing, wat er ook gebeurt. Hij keek altijd nog een keer alles na om te zien of er nog iets... maar dat betekent ook dat je je mening niet oplegt omdat je alles van overleg verwacht. Je kunt ook richtinggevend zijn en zeggen: we gaan 14 euro per uur betalen, bonussen voor wie het verdient, banenmarkt openstellen. Met de vuist op tafel slaan: zo gaan we het doen!”

Volgens Bram Peper, oud-minister van Binnenlandse Zaken in het tweede kabinet, is dit misschien wat Benschop nu opbreekt. “Op Schiphol moet je wel eens uit je vel springen en ik geloof niet dat hij dat doet. In de haven verstaan ze die taal ook, als je weleens je vuist op tafel slaat. Dat doet hij niet, en dat zit hem mogelijk in de weg.”

Dat beeld deelt vakbondsman Castelein. Wat hem betreft zou Benschop zich wat meer moeten laten zien, zoals de ‘topmannen van vroeger die de luchthaven smoel en karakter hebben gegeven’.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden