Plus

Tweede keus voor zittenblijvers is vaak een dichte deur

Wie in de eerste blijft zitten op een gymnasium of andere categorale school in Amsterdam, heeft het nakijken. Vindt maar eens een andere school met plek. Ook voor andere wisselaars is het afzien.

Beeld Jip van den Toorn

Vol trots ingeloot op een categoraal gymnasium, na een lotingscircus dat de nodige stress veroorzaakte, is het feest krap een jaar later al voorbij. Wie het eerste jaar op het gymnasium niet haalt - of op andere scholen met slechts één niveau - moet van school af. Maar een andere school vinden is lastig in Amsterdam, want de populaire scholen zitten vol.

Daarbij is er nog een tweede groep zoekers: de teleurgestelde kinderen die bij de loting en matching niet op hun favoriete school terecht­kwamen. Zij proberen soms in het tweede jaar alsnog op dat begeerde gymnasium of op die populaire daltonschool te komen.

En dan zijn er nog de leerlingen die na een jaar ongelukkig zijn op school en graag willen wisselen. Ook dan zeggen de meeste afdelingsleiders nee.

"We hebben de klassen al maximaal opgerekt om zo veel mogelijk kinderen uit groep 8 een plek te geven. De meeste kinderen gaan gewoon over naar de tweede, dus dan zijn in dat jaar niet ineens plekken vrij," zegt Hetty Mulder, rector van het 4e Gymnasium. Daarbij zijn er ook zittenblijvers in de tweede. "We kunnen niet een klas erbij maken. Dat kost 150.000 euro, nog los van het feit dat we daar de ruimte in het gebouw niet voor hebben."

Op tijd zoeken
Meestal horen potentiële zittenblijvers net na het kerstrapport dat het verstandig is alvast te gaan rondkijken. "Dat is vaak even schrikken, soms zijn ouders ook boos dat we zo vroeg al waarschuwen," zegt David Asser, rector van het Fons Vitae Lyceum voor havo en vwo. "Het is dan nog niet helemaal zeker dat ze het niet halen, maar je kunt beter op tijd gaan zoeken, dan dat je aan het einde van het jaar voor verrassingen komt te staan."

Exacte cijfers zijn niet voorhanden, maar een stuk of zeven à acht zittenblijvers per categorale school zijn er zeker. Zo zijn er grofweg honderd kinderen die deze maand nerveus nog ergens een plek proberen te bemachtigen.

De meeste afdelingsleiders kunnen pas net voor de zomervakantie toezeggen of ze welkom zijn op hun school. Dat betekent dat leerlingen die het nare nieuws horen dat ze van school af moeten, ook nog maanden in onzekerheid zitten over op welke school ze terechtkunnen.

Hoewel de school een zorgplicht heeft - zij moet een alternatief vinden - houdt niet elke school zich daaraan, ziet Menno van de Koppel, voorzitter van de Onderwijs Consument Organisatie (OCO). "Scholen roepen eerst hard 'boe' en hopen dat ouders het dan zelf oplossen. Of ze bieden een alternatief waarvan ze weten dat ouders er niet blij mee zijn."

Ze geven ook voorrang aan leerlingen die komen van andere scholen uit hun scholen­gemeenschap. Zo ontstaat een weinig transparant voorrangsstelsel. Bovendien voeren ze motivatiegesprekken, om er zeker van te zijn dat de nieuwe leerling bij hun school past. 'Cherry picking' noemt Van de Koppel dat.

Schrijnend om te zien
Jan Willem Dienske, rector van het populaire Gerrit van der Veen College in Zuid (havo/vwo), zegt dat zijn school inderdaad aan cherry ­picking doet, en met reden. "We zijn een school met een duidelijk cultuurprofiel. Als een kind niets met dans of kunst heeft, past hij of zij misschien niet bij ons."

100

Er zijn ongeveer 100 kinderen die deze maand een plek op een andere school in Amsterdam proberen te bemachtigen.

Momenteel hopen 22 zijinstromers op een plekje op zijn school. "Maar we moeten ook wel weten of leerlingen bij ons aan het goede adres zijn. Vaak merken we dat kinderen die van een categoraal gymnasium komen, ook daarna een grillige schoolcarrière hebben. Het is alsof ze door het niet halen van dat niveau zo'n knauw hebben gekregen dat het niet meer lukt."

Andere schoolleiders herkennen dat beeld. "Het is schrijnend om te zien dat kinderen na een jaar al moeten wisselen," vindt Freek Wevers, deelschoolleider op het IJburg College. De brede scholengemeenschap (met alle niveaus) neemt jaarlijks rond de vijftien zijinstromers op.

Minder gemotiveerd
Die zijn uiteraard welkom, maar het is niet altijd makkelijk om hen op te vangen. "In het verleden hebben we aparte klassen voor zijinstromers gehad, maar je hebt dan allemaal leerlingen die jouw school niet per se als eerste keuze hebben. Soms zijn ze dan minder gemotiveerd."

Hoe vaker een leerling wisselt, hoe groter de kans dat hij of zij een lager diploma haalt of zelfs helemaal afhaakt. Rector Dienske van het Gerrit van der Veen College zou graag zien dat gymnasia hun uitvallers beter voorbereiden op de overstap naar een atheneum- of havoschool. "Dat doen onze mavoschoolpartners ook. Als hun leerlingen naar de havo willen, worden ze ook voorbereid. Gymnasia hebben totaal geen vangnet."

En er is ook altijd wel ergens plek. De brede scholengemeenschappen in Nieuw-West, Zuidoost of in Noord zijn niet vol. "Maar ja, het is hetzelfde circus als met de matching," zegt rector Asser van het Fons Vitae. "Bijna iedereen wil naar de scholen in Zuid."

Als het misgaat, hebben ze niet zelden spijt van hun keuze voor een populair categoraal gymnasium in plaats van voor een brede scholengemeenschap. Dan hadden ze immers op dezelfde school kunnen blijven. Maar dat is altijd achteraf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden