Column

Twee keer per jaar naar de kapper is toch genoeg?

Eva HoekeBeeld Ivo van der Bent

Het doek was gevallen, de zaal kwam in beweging en terwijl ik richting de uitgang van het theater schuifelde, werd ik op mijn schouder getikt. Toen ik omdraaide, keek ik in het gezicht van een vrouw met staalblauwe ogen en een enorme bos krullen. 'Hier,' zei ze, terwijl ze me een zilverkleurig visitekaartje in de hand drukte. 'Bel me.' Op het kaartje stond haar naam, haar nummer en haar beroep: krullenspecialist.

'Is het zo erg?' vroeg ik een tikje korzelig, want de week ervoor was ik nog naar de kapper geweest. De vrouw glimlachte. 'Het kan gewoon mooier.'

Drie weken later staarde het kaartje me nog steeds aan vanaf de eettafel. Het zilver was dof geworden nadat het een tijd onder in mijn tas had gelegen, want hoezo zou ik nu wéér naar de kapper gaan? Twee keer per jaar was zat, en al helemaal als de schaar nog lag af te koelen, godbetert. Maar ja, dat was voor ik er kritiek op had gekregen. Dus daar ging ik.

'Goedemorgen, met Simcha?'
'Dag,' zei ik. 'U heeft mij onlangs uw kaartje in handen geduwd. Sindsdien heb ik een complex.'
Geschater aan de andere kant.
'Ja, lach maar. Nu gaat u het fiksen ook.'
'Geen probleem. Schikt dinsdag?'

De kapsalon aan het Europaplein was alles wat je je van een kapsalon voorstelde: boeddhabeelden, taupekleurige muren, het geruststellende geruis van warm water en knappe kapsters met namen als Nathalie en Hajar.

'Happy New Hair,' zei Simcha toen ik in de stoel zat. 'Goed dat je er bent. Wat gaan we doen?'
'Zeg jij het maar,' zei ik. 'Jij vond dat ik er niet uitzag.'
'Ho ho,' zei Simcha. 'Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat het mooier kon. En dat is ook zo. Weinig kappers weten hoe ze met krullen om moeten gaan. Er zijn mensen die hier huilend weggaan als ik klaar met ze ben, we denken erover er filmpjes van te maken. Wat doe je normaal met je haar na het wassen?'
'Niks,' zei ik. 'Borstelen en in een staart.'
Simcha: 'Ai.'

Toen de diagnose was gesteld - extra lagen voor extra krullen en een spoeling met 'een warme tint goud en een klein lichtje' om de boel op te halen - ging ze met me aan de slag. Ondertussen maakte ze een praatje met François, een man met een strak, glad kapsel en een zwarte coltrui. Toen we oogcontact maakten, zei hij: 'Mooie schoenen.'
'Ja hè,' zei ik. 'Ik was helemaal niet op zoek, maar zag ze staan en dacht: die zijn van mij.'

François keek me aan via de spiegel. 'Zo gaat het toch altijd bij jou?'
Even dacht ik dat dit het moment was waarop hij me een kaartje van zijn schoenenwinkel in de hand ging duwen en 'maar het kan altijd beter' tegen me ging zeggen, maar dat was dan toch niet zo. Van het type Simcha bleek er gelukkig maar één gebakken.

Twee groene thee, zes bladen en een hoop koetjes en kalfjes later stond ik weer buiten. Op de grond voor de winkel lag een haarelastiekje, een stil compliment.


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden