Column

Tussen mij en het Boekenbal komt zelfs geen kreupel oorlogskind

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn debuutroman De Belofte van Pisa. De film-, theater- en hoorspelrechten van het boek werden verkocht, en ook verschijnt de roman in 2016 in het Duits en Spaans. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool

Beeld Floris Lok

Op dinsdag 9 februari vindt een bijzondere avond plaats. In de Stadsschouwburg wordt een grote literaire benefietavond gehouden voor vluchtelingenkinderen.

Op de site van de schouwburg staat: 'Tijdens het programma belichten schrijvers en dichters de verschillende stadia van een reis: het land van herkomst, de reis zelf, de aankomst en het vinden van een nieuw bestaan. Er wordt niet ingegaan op de oorzaken en gevolgen van het vluchtelingenvraagstuk, dat vele nuances kent. Het richt zich op een groep kwetsbare kinderen die de huidige crisis niet heeft veroorzaakt, maar er wel door wordt geraakt.'

Een heleboel schrijvers doen mee, onder wie Dimitri Verhulst, Connie Palmen, Tommy Wieringa, Jelle Brandt Corstius, Kader Abdolah, Griet Op de Beeck, Ronald Giphart, Thomas Heerma van Voss, Maartje Wortel, Franca Treur, Renate Dorrestein, Esther Gerritsen, Anna Woltz en ik. Het wordt gepresenteerd door Hanneke Groenteman. 'Na de voordrachten zal er een spectaculaire literaire loterij plaatsvinden, waar unieke items te winnen zijn zoals exclusieve kaarten voor het Boekenbal!'

Eventjes speelde ik met de gedachte mijn twee kaartjes voor het aankomende Boekenbal te verloten. Maar het fijne van een beetje aangeschoten (lees: toetjelam) door de gangen van de schouwburg slenteren, met de mooiste vrouw van Amsterdam aan je arm, is de bravoure die mij zo nu en dan overvalt, het heerlijke besef van mijn jeugdigheid, nog geen kwart eeuw oud en de daarbij aansluitende gedachte dat ik nog heel lang mee zal gaan, in tegenstelling tot een groot deel van de dansende dinosaurussen. Nee, ik ben allesbehalve slechtgezind, maar tussen mij en mijn Boekenbalkaartjes komt niemand, ook geen kreupel oorlogskind.

Ik ben geboren en getogen in de lange Lutmastraat. Mijn eerste herinneringen zijn van schreeuwende marktkoopmannen op de Albert Cuyp, de krioelende kinderen op het voetbalveld van het Henrick de Keijserplein tijdens een zomermiddag, de Amstel waar roeiers zich de armen van hun romp roeiden, maar ook ik voelde mij ooit een vluchteling. Letters, woorden en zinnen boden mij sinds mijn tienerjaren houvast, als stevig gevlochten touwen die mij de mogelijkheid gaven om uit de grotten van het denken te klauteren, nieuwe werelden te verkennen en van het leven te houden. Verre vergezichten komen lezend voelbaar dichtbij, zoals Herman Pleij dat zo treffend zei, tot je er onderdeel van uitmaakt en eventjes één wordt met het landschap dat de desbetreffende schrijver voor je gecreëerd heeft. De vluchteling vond een veilig onderkomen in het land van de verbeelding. Ik zocht mijn toevlucht in boeken, vond de waarheid in fictie waardoor de schrijvers de goden onttroonden. Een onbekende mevrouw van wie ik op Bol.com kapot gelezen klassiekers kocht, schreef: 'Wie kan lezen, hoeft zich nooit te vervelen'.

Sindsdien heb ik mij nooit een moment verveeld. Er zijn op dit moment vluchtelingenkinderen in Nederland aan het opgroeien. Laten wij hun kinderboeken aanreiken om ze te laten opbloeien.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan. Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen of stuur een mail.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden