Turks-Duits netwerk bediende zich van grof geweld

De Turks-Duitse broers Hasan en Saban B. stonden volgens justitie aan het hoofd van een ongekend grote en gewelddadige groep vrouwenhandelaars. Ze zouden jarenlang zeker negentig prostituees hebben uitgebuit, die vooral werkten achter de ramen van de Wallen en de rosse buurten van Alkmaar, Den Haag en Utrecht. De organisatie zou zo bijna negentien miljoen euro hebben vergaard. Het Parool las het strafdossier.

DAT DE GROEPERING van broers Hasan en Saban B. ' internationaal actief was', zoals justitie het in haar strafdossier formuleert, is nogal een understatement. De minstens negentig vrouwen die de ' criminele organisatie' tot prostitutie dwong en uitbuitte, kwamen uit tientallen landen, met name uit Oost- en Zuid-Europa. Behalve dat de vrouwen mooi en gewillig moesten zijn, zocht de groepering ook naar de juiste ' mix': blond, donker, blank en exotisch. ' Voor elk wat wils', zoals werd opgetekend in één van de vele afgeluisterde gesprekken tussen Hasan en een beheerder van een Duits bordeel. Het bestand moest behalve in ' normale' vrouwen ook voorzien in ' taboeloze'.

De latere slachtoffers werden in het buitenland geworven op de inmiddels klassieke manieren: met advertenties die suggereerden dat in het Westen mooie banen waren te vergeven in de horeca, of met het verhaal dat in Nederland betrekkelijk eenvoudig goed geld was te verdienen in de prostitutie - in volledige vrijheid, was vanzelfsprekend de suggestie.

Ook de ' loverboy-methode' werd ingezet, veelal bij West-Europese meisjes: latere pooiers deden zich voor als vrijgevige en liefdevolle vrienden, voor wie de vrouwen als een blok vielen, tot het slaan begon en ze werden ' neergezet' achter de ramen op de Wallen in Amsterdam, op de Alkmaarse Achterdam, aan het Zandpad in Utrecht of soms in de rosse buurt van Antwerpen.

Op de Wallen zetten de broers de vrouwen bij voorkeur op populaire plekken zoals de Trompettersteeg, de Sint Annenstraat en de Sint Annendwarsstraat, de omgeving van de Monnikenstraat en de Oude Kennissteeg - plus uiteraard aan de burgwallen.

Stap voor stap verstevigden de broers B. hun greep op de vrouwen. Ze bouwden aan hun wijdvertakte imperium waarin honderdduizenden euro's per maand omgingen. Volgens recente schatting van de financiële experts vergaarde de groep in totaal een slordige negentien miljoen euro - 18.740.000 euro om precies te zijn - die via geldkoeriers naar Duitsland en Turkije vloeiden. Daar werd het kapitaal met hulp van moeder Mevhibe B. vastgezet op bankrekeningen, in onroerend goed geïnvesteerd of gestoken in nieuwe sekshuizen en horeca, waaronder een bordeel in het Duitse Mannheim en een discotheek in Ludwigshafen.

De broers B. kwamen eind jaren negentig naar Amsterdam. Een tijdlang deden ze hun zaken vanuit Hasan B.'s café Harley Heaven in de Monnikenstraat op de Wallen. Toen ze hun netwerk fors hadden uitgebreid, werden ze mobieler.
De broers vormden de top van een piramidevormige organisatie, met vlak onder zich enkele pooiers die ze beschouwden als absolute vertrouwelingen. De gewezen chef-automonteur Hasan was in de ogen van justitie ' het intellectuele brein', zijn jongere broer Saban was meer van de uitvoering. Met zijn belangrijkste adjudant Nuri T., ook een Duitse Turk, leidde hij de andere pooiers en de bodyguards. De forsgebouwde Saban gebruikte veel en graag geweld tegen ' zijn' vrouwen. Wie zich niet schikte naar zijn wil, werd in elkaar geslagen. Ufuk T., nog een Duitse Turk, kreeg van Saban gaandeweg een hoofdrol in de sectie geweld. Tot de leiding van de organisatie rekent justitie ook twee van de pooiers, Mesut D. en Moiz C., uit respectievelijk Nederland en België.

Het middenkader van de groep bestond uit nog een vijftal pooiers. Onder hen hing een groep van tien tot twintig bodyguards die
's avonds en 's nachts de vrouwen in de gaten hielden en van eten en drinken voorzagen. De vrouwen die rechtstreeks één van de broers als pooier hadden, of soms zelfs als echtgenoot, werden in ramen op strategische plekken geplaatst. Zo konden ook zij andere prostituees van de groep in de gaten konden houden. Slachtoffers mochten zich alleen uit de organisatie bevrijden door zich ' vrij te kopen'; voor de prijs van dertigduizend euro.


DE BODYGUARDS zagen toe op de veiligheid van ' de meisjes', maar noteerden vooral ook het aantal klanten dat ze hadden ' afgewerkt'.

De prostituees moesten voor de ' protectie' wekelijks 75 tot honderdvijftig euro betalen, nog bovenop de zeshonderd tot duizend euro die ze elke dag aan de organisatie moesten afdragen. Elke vrijdag was het betaaldag en haalden de bodyguards het geld op.

De prostituees werkten negen tot veertien uur per dag, tot het juiste bedrag was verdiend. Het strafdossier bevat een lange reeks afgeluisterde telefoontjes en onderschepte sms'jes waarin de vrouwen hun pooier vragen of ze alsjeblieft ietsje eerder mogen stoppen. Meestal niet. Vrije dagen waren schaars: vrouwen hoorden in principe zeven dagen per week te werken, soms ook wanneer ze ongesteld of ziek waren, of als ze bijkwamen van de klappen.
Niet zelden werden de vrouwen 's nachts van de ene rosse buurt naar de andere gebracht, om hun quotum nog te kunnen halen op een plek met betere klandizie. Al het vervoer was het werk van vaste chauffeurs, die de vrouwen ook van en naar de bordelen brachten, opdat ze niet uit het zicht verdwenen.

De vrouwen woonden bij de pooiers, die ze altijd bewaakten. Behalve tal van appartementen in Amsterdam en omgeving, waar vrouwen in de woorden van een slachtoffer ' als een dier in een kooi' vast zaten, gebruikte de groepering ook bungalows van recreatiepark Buitenborgh, tussen de snelweg A2 en de Vinkeveense Plassen. Het observatieteam van de recherche zag dagelijks snorders, pooiers en de broers B. het park op en af rijden, met vrouwen in hun bolides.

Behalve met de vrouwen die ze als hun eigendom behandelden, bemoeiden de broers B., hun pooiers en hun bodyguards zich ook geregeld met de prostituees in de directe omgeving. Ze probeerden ook hen in te lijven of eisten protectiegeld.

Pooiers werd in zo'n geval te verstaan gegeven dat ze hun ' meisjes' in principe nog wel in de buurt mochten laten werken, maar dat ze voor die gunst vijftienduizend euro aan de organisatie moesten betalen. Deden ze dat niet, dan leidde dat tot vechtpartijen.

Raamverhuurders en bordeelhouders in Utrecht en Alkmaar klaagden bij de politie dat de sfeer in hun rosse buurt ' grimmig' was sinds ' die Duitse Turken' waren opgedoken en op camerabeelden van de Alkmaarse Achterdam zijn groepjes breedgeschouderde leden van de ' Groep B.' te zien van wie het niet verbaast dat hun aanwezigheid als intimiderend is ervaren.

Op de Wallen kreeg de politie de afgelopen jaren eveneens geregeld informatie binnen dat de Groep B. concurrenten bedreigde en protectiegeld vroeg. Zo nu en dan deed een pooier aangifte van mishandeling. Saban schepte graag op dat hij ' de macht had in de buurt'. Een gewezen bodyguard vertelde de politie dat ' iedereen op de Wallen bang is voor de groep'.

ZO HAD DE politie al vaak signalen gekregen dat de broers Hasan en Saban B. in de vrouwenhandel zaten. De Criminele Inlichtingeneenheid (CIE), de ' geheime dienst' van de recherche, kreeg tips dat de groep ' met zeer veel geweld meisjes dwingt voor hen te werken' en ook dat Hasan en Saban B. vuurwapens bezaten, die ze ' verstopten in de werkkamertjes van hun meisjes' en in hun auto's; of dat ze hun pistolen lieten dragen door hun gezelschap.

De broers B. kwamen onder pseudoniem al voor in een boek van journaliste Ruth Hopkins over gedwongen prostitutie en vrouwenhandel, maar het vergde jaren en zeker vier opeenvolgende onderzoeken voor de organisatie in februari van dit jaar kon worden opgerold.

Onderzoeken naar gedwongen prostitutie zijn altijd gecompliceerd doordat veel slachtoffers geen aangifte durven te doen. In het geval van de Turkse broers zorgde het extreme geweld binnen de groep voor extra hoge drempels. Daarbij kwam nog de gewoonte van de broers B. om ook de familie van de slachtoffers te bedreigen.

De Groep B. was voortdurend alert op de aandacht van ' de ooms', zoals de politie onderling werd aangeduid - of, ook wel, ' die bastaarden'. Tekenend waren afgeluisterde telefoongesprekken waarin Hasan en Saban elkaar of hun personeel al dan niet in versluierd taalgebruik waarschuwden dat praten over de telefoon gevaarlijk was. Een pooier kreeg een reprimande omdat hij ' met een link nummer' belde, in plaats van ' met een schoon'. Bij huiszoekingen vond de recherche later negentig gsm's plus nog 75 sim-kaarten.

Pas na het eindeloos afluisteren van de steeds wisselende telefoons en na langdurige en stelselmatige observatie van de groep, zag justitie genoeg bewijs om tot arrestaties over te gaan. Het strafdossier bestrijkt nu de periode van 1 januari 2002 tot 7 februari 2007. De periode daarvoor is te lang geleden.


Broers B. timmerden ' boven' en ' onder' aan de weg

HET ONDERZOEK onder codenaam Sneeuwklokje betekent achteraf bezien het einde van Hasan B.'s discutabele carrière in Nederland. In een huis-tuin-en-keukenonderzoek naar de handel in een bescheiden partij cocaïne komt hij ineens in beeld van de recherche.

Hij ' komt over de tap' als de politie de gsm's afluistert van de Turk Taril J. (31) en enkele Grieken, die een deal beramen. In de late avond van 15 februari 2006 worden twee van de Grieken vervolgens aangehouden in een Porsche van Hasan B., waarin een tas staat met 560 gram cocaïne en twee kilo van het versnijdingsmiddel Fenacetine.

In de Porsche liggen ook het trouwboekje van Hasan B. en een koopovereenkomst van een shoarmazaak in de Monnikenstraat, waar Hasan café Harley Heaven runde.

De Grieken worden, met een landgenoot, gearresteerd en de recherche stelt vast dat de Groep B. vervolgens geld naar hen overmaakt. Hasan en Saban bespreken de strafzaak van de drie bovendien over de telefoon, met de conclusie dat ze er genadig vanaf komen en dat zij zelf nu wel ' aan hun verplichtingen hebben voldaan'.

Hasan B.'s huis aan de Stammerdijk in Diemen is echter wel binnengevallen en hij weet dat hij voor de drugshandel gezocht wordt. Hij verhuist terug naar Duitsland - met enkele van ' zijn' vrouwen.

Vanaf dat moment verplaatst Hasan B. zijn vrouwenhandel naar Mannheim en Ludwigshafen en blijft Saban vooral met hulp van Ufuk T. de Nederlandse tak van de groepering op gang houden. Nederland heet binnen de organisatie voortaan ' boven', Duitsland is ' onder' en de broers zijn trots dat ze zowel ' boven' als ' onder' met hun vrouwenhandel aan de weg timmeren.

Hoewel Hasan en Saban vasthouden aan hun gewoonte uiterst voorzichtig om te gaan met hun telefoons en ' in versluierde taal te spreken', zoals de recherche dat noemt, leidt het toenemende belverkeer voor de politie tot meer bruikbare ' taps' dan ooit.

De Nederlandse en de Duitse politie gaan samenwerken om de vrouwenhandel van de broers te stoppen.

Met name Hasan krijgt steeds meer het gevoel dat het net zich rond hem sluit en wordt op 4 februari 2007 kennelijk ook door een informant met kennis van het politieonderzoek getipt dat tal van telefoons van de organisatie worden ' getapt'. Hij belt Saban om hem te waarschuwen dat iedereen afgeluisterd wordt en dat ' die bastaarden uit Nederland informatie hebben gegeven aan die hier'.

Kennelijk proberen de broers uiteindelijk via Duitsland naar Turkije te vluchten, want ze worden in de vooravond van 7 februari allebei van de weg gehaald door een arrestatieteam, terwijl ze met snelheden rond de 180 kilometer per uur onderweg lijken te zijn naar een vliegveld, om naar Turkije te vluchten.

Tegelijkertijd worden in Nederland en Duitsland nog tien belangrijke verdachten van de organisatie opgepakt. Het lijkt er op dat veel vrouwen door andere leden van de groepering snel worden weggehaald uit de rosse buurten waar ze normaal gesproken werken. Een aantal zou zijn overgedragen aan een Duitse Hells Angel, die zelf als grote pooier te boek staat.

Op 2 april wordt Hasan B. aan Nederland overgeleverd, half augustus volgt zijn broer.

Momenteel zitten nog zes belangrijke verdachten in voorlopige hechtenis, onder wie de broers B. Alle andere van de in totaal dertig verdachten zijn vrij in afwachting van het proces. In de tweede week van oktober bepaalt de rechtbank in Almelo wanneer de ' megazaak' inhoudelijk wordt behandeld en hoe lang die zal duren.
(PAUL VUGTS)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden