Plus Generatie 020

Truus Langelaan-van Eeghen (108) wilde geen mevrouwtje uit Zuid worden

Elke generatie ervaart de veranderende stad op haar manier. Truus Langelaan-van Eeghen (108) bleef tot het einde van haar leven aan de gracht. 'Het oude Mokum was verdwenen.'

Truus Langelaan-van Eeghen op Laag Wolfheze in Doorwerth, het landgoed van de familie waar ze vaak verbleef Beeld Sanne Zurné

Truus Langelaan was een Amsterdamse patriciër. Een Van Eeghen (haar meisjesnaam), de Amsterdamse familie die in de zeventiende eeuw de handelsfirma Van Eeghen begon.

Bijna alle 108 jaren van haar leven speelden zich af rond de Amsterdamse grachten, van de Herengracht, via de Prinsengracht naar de Keizersgracht. Ze had drie kleinkinderen en zeven achterkleinkinderen en ze wonen bijna allemaal ook in Amsterdam. Toen een kleinzoon recentelijk de stad uit verhuisde, vond ze dat eigenlijk niet kunnen.

Tot acht jaar geleden reisde ze nog vaak, meestal met haar dochter Suzette. Ze gingen naar Egypte, vlogen naar Zuid-Afrika. Ze was een kosmopolitische Amsterdammer, die eerder in New York komt dan in Nieuw-West.

Het Parool sprak twee weken geleden met Truus Langelaan voor deze serie. Afgelopen zondag overleed ze, maar haar familie stelde er prijs op dat het gesprek toch wordt geplaatst.

'Wat staat er vandaag op het programma?' vroeg ze elke ochtend. Op de zondagmiddag van dit gesprek, in het buitenhuis van de familie waar ze regelmatig in de zomer verbleef, droeg Truus Langelaan-van Eeghen een zijden sjaaltje en een net vestje; haar haren waren opgestoken. Ze hoorde en zag niet meer zo goed, maar het Amsterdam van haar jeugd, van haar volwassen jaren en ook van een paar jaar terug kon ze zich prompt en leven­dig voor de geest halen.

Geen idee van armoede
De eerste jaren van haar leven, van 1908 tot aan het einde van de basisschool, liep ze van de gracht naar de Jan Luijkenstraat, waar de Cornelis Vrijschool was, en weer terug. "De Vrij was de enige school waar we naartoe gingen."

De keren dat ze kinderen in de Jordaan zag spelen waren zeldzaam, maar maakten indruk. "Ik begreep niet waarom sommige gezinnen tijdens de Eerste Wereldoorlog niet gewoon rijst aten toen ze geen brood konden krijgen. Ik had een bevoorrechte jeugd, ik had geen idee wat armoede was."

100

Hoe ervaren Amsterdammers de veranderende stad? Tien stadsbewoners van verschillende generaties delen hun verhaal. Dit is deel 1 uit de serie.

Haar ouders waren modern, ze mocht als meisje studeren. Ze ging op 28-jarige leeftijd zelfs naar Amerika. "Al vond mijn vader dat maar niks."

Daar studeerde ze economie en geschiedenis aan de Columbia University. Later reisde ze op eigen houtje naar Nederlands-Indië, want daar kon je als vrouw een zinniger baan krijgen dan in Nederland, zei ze. "Ik was de rebel in het gezin, maar we leerden allemaal al jong onafhankelijk te zijn."

Oude Mokum
Hoewel het wereldse reizen diep in haar verankerd was, kwam ze altijd terug naar Amsterdam. "Ik vond het nooit moeilijk om Amsterdam te verlaten, maar ik miste de stad wel. De humor, Amsterdammers weten wanneer een grap echt een grapje is." Maar ze vond Amsterdam ook benauwend. "Ik wilde geen mevrouwtje uit Zuid worden. Een nette dame met kinderen."

Ze overleefde een jappenkamp, trouwde met haar man, die ze in Indië ontmoet had. Maar Amsterdam trok, en in Indië was na de onafhankelijkheid voor het jonge stel weinig meer te zoeken. "We gingen vooral terug voor mijn familie."

De stad was veranderd toen het gezin, ze had inmiddels haar dochter gekregen, zich in Zuid vestigde, toen nog de rand van de stad. De plek die ze kende, waar nauwelijks auto's reden en elke brug een hengel had om te vissen naar afgewaaide hoeden, was er niet meer. "Het oude Mokum was verdwenen. En dat is ook nooit meer teruggekomen."

Kijken naar een relletje
Ze zat in besturen, deed vrijwilligerswerk. Hield van de energie in de stad. "Hier kon je gewoon naar een relletje gaan kijken. De provo's of een demonstratie. Ik vond dat wel leuk."

Ze vond de stad druk, zoals zovelen met haar, maar ze genoot er nog wel van. Ze ging in de rolstoel naar de Hortus, probeerde elke opening van een tentoonstelling mee te maken, bezocht de Nieuwe Kerk, het Rijksmuseum, het Stedelijk en de Hermitage, ging naar lezingen in het buurthuis. Op het Concertgebouworkest had ze haar leven lang een abonnement.

"Als je zo oud wordt als ik, sta je een beetje naast het leven in de stad." Maar vertrekken deed ze niet meer. Haar kleinkinderen en achterkleinkinderen kwamen regelmatig langs. Ze had een groep lieve verzorgers om zich heen. Twee weken voordat ze ging, zei ze: "Ik ben een erg verwend mens."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden