Plusrecensie

Truck van Jett Rebel voelt voornamelijk ongemakkelijk en prematuur (**)

Het siert Jett Rebel dat hij met zijn nieuwe album Truck de stoffige lo-fiweg inslaat, maar de rebellie blijft binnen een commercieel kader. Als je de gunfactor wegdenkt, blijft er weinig meer over dan een charmant, maar eendimensionaal rommeltje.

Jelte Tuinstra, alias Jett Rebel.Beeld Soesja Leugs

Dat was opvallend bij DWDD vorige week. Waar elke band alles in het veelbekritiseerde karige minuutje dient te proppen, kreeg Jett Rebel in dezelfde uitzending zeeën van tijd toebedeeld om over zijn tweede album Truck te babbelen.

Op tafel stond pontificaal een Tascam Portastudio geplaatst: een vrij doodgewone en in de muziek veelvuldig gebruikte viersporenrecorder, die op de een of andere manier in combinatie met Jett Rebel werd gepresenteerd als een opwindende nouveauté.

Hoezo, eigenlijk? Artiesten als Beck en met hem honderden andere bands en artiesten namen met soortgelijke nederige apparatuur door de jaren heen al bakken muziek op, en nog steeds. Albums vol rafelige diamanten in de dop waar spontaniteit en speeldrang prevaleren boven glossy productiefoefjes: sinds wanneer is dat iets bijzonders?

Lo-fiweg
Desalniettemin siert het Jett Rebel dat hij met Truck die stoffige lo-fiweg inslaat bij een groot label als Sony, en het siert hem nog meer dat hij voor komend jaar gewoon nóg twee van dit soort albums aankondigde. Het past ook wel bij het imago van de springerige, wat onvoorspelbare rockster die hij graag wil belichamen; al blijft de rebellie binnen een commercieel kader.

Zoiets kan een heel goed album opleveren, maar dat is Truck helaas niet geworden. Als je de gunfactor die in zijn geval ruimschoots aanwezig is even wegdenkt, blijft er weinig meer over dan een charmant, maar eendimensionaal rommeltje.

De 27 nummers bestaan voor het grootste deel uit schetsmatige ideeën, flauwe Casio-interludes, reprises en andere zaken die afleiden van de paar uitgewerkte tracks op Truck die wél echt de moeite waard zijn. Sundown knipoogt slim naar zowel The Beach Boys als de jaren vijftig, Now I Know is even slim als ontwapenend in zijn poppy puntigheid en dwarse liedjes als Can't Start Crying Now en Get Well Soon Allyson hebben op de een of andere manier juist baat bij de modderige geluidskwaliteit en verbeten doe-het-zelfmentaliteit die ervan af druipt.

Flauwe uitbarstingen
Maar hoe verder je komt in Truck, hoe meer ook de eenvormigheid begint op te vallen tussen de flauwe uitbarstingen door. Het klinkt alsof hij alles binnen het tijdsbestek van een week heeft geschreven, waardoor er continu uit dezelfde creatieve ader lijkt te zijn getapt en de boel onverbiddelijk plat slaat. Dat contrasteert nogal met zijn imago van alleskunner en zijn eveneens matig geproduceerde, maar wel opvallend caleidoscopische debuut Hits for Kids uit 2014.

De grootste misrekening van Truck is echter dat het een album is dat een inkijkje lijkt te willen geven in het creatieve proces van de muzikant Jett Rebel. Daar ben je over het algemeen namelijk alleen in geïnteresseerd bij artiesten die al flink naam hebben gemaakt. Bij een artiest als Jett Rebel, die net komt kijken en nog steeds een écht heel goed album moet maken dat recht doet aan zijn geweldige liveoptredens, voelt het voornamelijk ongemakkelijk en prematuur: als iets wat rustig op de plank had kunnen blijven liggen, voor later.

Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden