Column

Troost moet je naar je toe halen - en waar mogelijk geven

Albert de Lange (57), bijna dertig jaar redacteur bij Het Parool, is 'uitbehandeld'. Hij verkent, ongewis hoe lang, de route naar zijn aangekondigde dood.

Albert de Lange.Beeld Jan van Breda

We hebben hem weggebracht. De zon scheen en mijn gemoed was lichter dan ik de voorgaande dagen had verwacht. Dagen waarin de emoties soms het spreken verhinderden en de tranen zich zomaar aandienden - het verdriet beslist zelf.

Zes dagen lag hij opgebaard in mijn ouderlijk huis en de uitvaarders hadden knap werk geleverd; hij lag er, dat hoor je altijd, heel mooi bij. Mijn moeder zag in de eerste dagen dat hij aan het nadenken was, ikzelf meende een binnenpretje te zien.

Projectie natuurlijk, maar het hielp ons om gaandeweg onder ogen te zien dat geest en lichaam niet meer bij elkaar hoorden. Je verstandhouding met het stoffelijk overschot vervlakt in zo'n week. Een natuurlijk proces, lijkt me, dat je mentaal voorbereidt op de teraardebestelling.

Mijn oude vader werd 82, een respectabele leeftijd als ik aan mezelf denk, maar deze vitale kerel had nog jaren meegekund als er niet dat propje in zijn hoofd had gezeten. We hadden het graag anders gezien en houden ons vast aan de gedachte dat hij een mooi leven heeft gehad, met de laatste twintig jaar in de rol van levensgenieter.

Troost moet je naar je toe halen, - en waar mogelijk geven. Ik zag weer eens scherp hoe belangrijk condoleancebezoeken, lange (nachtelijke) gesprekken met de gezinsleden en al die formele rituelen zijn om het verlies acceptabel te maken. Daar zijn lelijke termen voor: 'rouwverwerking', het 'een plekje geven'; ik kan zo snel niet iets beters bedenken.

Onze uitvaartleider heette Arie en aanvankelijk werden we wat lacherig van de manier waarop hij zijn professionele betrokkenheid verpakte als diepgevoelde empathie. Het is een vak dat grote mensenkennis vereist en daarover bleek Arie in ruime mate te beschikken. Hij maakte allengs grote indruk op ons, kende zeer snel al onze namen, bood dagelijks veel comfort en trok aan alle touwtjes, ook al was zijn lijfspreuk: 'U moet doen waar u zich prettig bij voelt.'

Arie leerde ons schouderen - ik kende de term niet. We gingen zelf de kist dragen: mijn twee broers, mijn zwager, twee kleinzoons en ik. Daar zag ik tegenop, zowel fysiek als mentaal, maar het bleek niet moeilijk te zijn. Op de ochtend van de uitvaart hebben we het in de huiskamer geoefend.

(Dat bracht bitterzoete herinneringen boven aan een feestje waar de jongens hun oude vader bijna zo ver kregen dat hij als een plank op tafel ging liggen om alvast te 'oefenen'. Een macabere grap die hij wist te waarderen en het goed doet als hilarische familieanekdote, maar die gelukkig niet ten uitvoer kwam.)

Dat schouderen ging ons goed af en maakte grote indruk, Arie had het al voorspeld. Ik ben blij dat we het hebben gedaan; dat je hem zelf wegbrengt, is van grote emotionele betekenis. Het helpt.
Omdat mijn vader een veelzijdige man was en een meester in het sociale verkeer, kwamen er zo'n driehonderd mensen naar de uitvaart. Met ernstige en geestige bijdrages van de (klein)kinderen, een stichtelijk woord en prachtige zang van Flevo's Mannenkoor (hij was rustend lid) werd het een heel bijzondere gebeurtenis, waarover we later 's avonds nog veel in herhaling vielen.

Mijn broer liet hem in het graf zakken, de tranen vloeiden. Mijn moeder hield het droog, openlijk vertoon van emoties hoeft niet zo van haar.
We hebben het goed gedaan, klaar zijn we nog niet.


a.delange@parool.nl

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden