Tranen voor en achter de camera

Theodor Holman Beeld Wolff

Mijn camera vult zich met een jonge hond en peuters.

De naakten die zich er vroeger in schuilhielden, zijn inmiddels ook de zestig gepasseerd.

Je legt vast omdat je denkt dat je zo de tijd kan bewaren.

Soms kom ik iets van vroeger tegen. In een album dat vermoedelijk de tijd niet zal overleven. Ik probeer in die geschiedenis te stappen, maar dat is een spookhuis geworden.

"Wie is dit?"

"Dat ben ik... dat is Egbert, die is dood. Dat is Hans, die is ook dood. Daarnaast staat... weet ik niet meer, en daarnaast zie je Monica."

"Met wie je..."

"Ja!"

Ik sla een bladzij om, maar daar wordt het verleden niet beter van.Wat niet is vastgelegd, maar wat er wel was, was het onbezorgde geluk. Dat je dronken was die dag. Dat je succes had, omdat je iets had gepresteerd. Waar is het daarna misgegaan?

Op de volgende bladzijde.

"Hé, ze lijkt hier wel zwanger," hoor ik.

"Dat was ze ook."

Ik zwijg.

"O ja... Nou ja, anders was ik er misschien niet geweest," hoor ik.

Ik wil niet meer kijken.

Het kleinste familielid wil de hond als paard berijden, en dat levert een beet op. Niet erg genoeg voor een levensles, maar wel voor een paar tranen.

"Het is ook geen paard, schat."

Mijn camera vult zich met kindertranen, en ik begrijpt zelf eigenlijk niet waarom ik blijf knippen.

"Omdat dit verdriet geen echt verdriet is, en deze pijn geen echte pijn."

"Wat zeg je?"

"Niks, ik murmel wat in mezelf."

Een lens is geen oog, want er zitten geen hersens achter.

"Is dit de tijd dat je zo ongelukkig was?"

"Ja."

Dochter bestudeert de gevoelige plaat nauwgezet.

"Dat zie je niet... Oma kijkt veel ongelukkiger dan jij."

Het is waar. Dat zag ik toen niet. Mijn moeder maakte een foto van mij en ik van haar; wat ik voor ouderdom hield, is duidelijk verdriet. Om mij.

"Willen Bloem en jij even naast elkaar gaan zitten?" vraag ik.

Ze willen het niet, en doen net of ze mij niet horen.

"Ga jij maar met Bloem op je schoot zitten, dan neem ik een foto van jullie beiden."

Ik roep de hond er ook bij.

"Wat zoetsappig."

Dat klopt, maar die flits van geluk wil ik me niet laten ontnemen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.