null

PlusAchtergrond

Trance is terug: ‘Er is behoefte aan euforische muziek’

Beeld Rein Janssen

Trance, dat was die pompeuze muziek die rond de eeuwwisseling zo populair was, en waar muzieksnobs op neerkeken. Maar het genre is helemaal terug: op festivalweiden en in donkere clubs wordt gefeest op platen van dj Tiësto alsof het 1999 is. ‘Het is allemaal wat minder serieus geworden. Gelukkig maar.’

Roelf Jan Duin

Stel je een schoolfeest voor in de jaren negentig. Een volle aula, Fido Dido T-shirts, de geur van puberzweet, tongzoenende stelletjes in donkere hoekjes en een volle dansvloer met uitbundige en onhandig dansende kinderen. En uit de boxen galmt die knoepert van een zomerhit: ‘This is the rhythm of the night, the night, oh yeah, the rhythm of the night’.

Deze plaat van de Italiaanse formatie Corona vormt een van de hoogtepunten van het subgenre dat eurodance heet en dat werd samengebracht op cd-compilaties als Yabba-Dabba-Dance 5 of Hitzone 12, met als andere exponenten 2 Unlimited, Twenty 4 Seven en 2 Brothers On The 4th Floor (de jaren negentig hadden een curieuze obsessie voor bands met cijfers in de naam). Muzieksnobs haalden hun neus op voor eurodance, en zeker een kwart eeuw was The Rhythm of the Night enkel te horen op ironische back-to-the-nineties-feestjes.

Maar een paar jaar geleden gebeurde er iets ogenschijnlijk onvoorstelbaars: plotseling dook het nummer Rhythm of the Night op uit de platentassen van dj’s in het undergroundcircuit. In duistere clubs in Berlijn en op festivalweiden waar straffe techno en serieuze house jarenlang de norm waren, klonk die hitparadekraker uit 1994 weer, vaak in een iets stevigere en snellere uitvoering. Nog verbazingwekkender: de plaat werd met gejuich ontvangen.

Verre van cool

De onwaarschijnlijke revival van Corona staat voor een bredere ontwikkeling in de dance. De afgelopen jaren maakten de jaren negentig een comeback in de scene. In club De School werd Gala’s Freed From Desire gedraaid, in sets van de mateloos populaire en alom gerespecteerde Amsterdamse dj Job Jobse kwam regelmatig Walk on Water van Milk Inc. voorbij en Cafe del Mar van Energy 52 (nog zo’n genummerde act!) groeide, al dan niet in een eigentijdse remix, uit tot een moderne klassieker.

Naast die TMF-hits van weleer keerde de afgelopen jaren ook het ‘trancy’ geluid van de jaren negentig en vroege jaren 2000 terug. Voor wie de strenge hokjes waarin de elektronische muziek vroeger was opgedeeld niet meer zo scherp voor de geest heeft: trance was binnen de dance de stroming van de melodramatische melodieën, van de strijkers en piano’s en van de langgerekte breaks en bombastische climaxen. En ook: van mensen die met hun ogen dicht en met gespreide armen dansen, een glowstick in hun hand. Van de feesten op het strand in Goa en de full moon parties in Thailand. Van Sensation White, van Armin van Buuren en Ferry Corsten.

Trance was rond de eeuwwisseling weliswaar mateloos populair, maar ook verre van cool. Het werd beschouwd als pompeuze hapklare house voor de massa. Te veel effectbejag, te weinig diepgang.

Kalekoppenhouse

Maar ruim twintig jaar nadat de goedesmaakpolitie het genre terzijde had geschoven vond er een herwaardering plaats. Dj’s gingen schatgraven in de muziekarchieven van de jaren negentig en doken de ene na de andere vergeten tranceparel op. Dit waren niet alleen de hitjes uit die tijd, maar ook de obscure, vaak iets stevigere platen die een kwart eeuw later nog steeds verbazingwekkend effectief bleken op de dansvloer.

Voor de Amsterdamse dj Young Marco (Marco Sterk), was het niet meer dan logisch dat zijn archeologische zoektocht door de elektronische muziek hem uiteindelijk hier zou brengen. “Ik heb, tamelijk lineair, alle genres vanaf de jaren zeventig doorgeploegd: disco, vroege house, Italo, progressive, en dan kom je op een gegeven moment ook uit bij trance. Dat is misschien wel het tofste van het dj-vak: ergens vol induiken en het beste er uit proberen te vissen.”

Trance is niet het eerste verguisde genre dat zijn comeback maakt: disco is al talloze malen begraven en weer uit de dood opgestaan, er is een opleving geweest van elektro uit de jaren tachtig, en zelfs gabber, de snoeiharde kalekoppenhouse waar jarenlang niemand aan herinnerd wilde worden, is terug: op haar laatste album flirt Björk met het hakken en zagen van weleer.

Negatieve connotatie

“Alles beweegt zich in cycli, en in iedere nieuwe tijdperk en context krijgt muziek weer een andere betekenis,” legt Young Marco uit. Als dj vliegt hij de hele wereld over, en hoewel zijn sets een hoop tranceplaten bevatten, zou hij zichzelf absoluut niet omschrijven als een trance-dj. Hij wil sowieso ver blijven van de hokjesgeest, en weet dat er aan het woord trance nog altijd een negatieve connotatie kleeft.

Young Marco: “Dat komt omdat trance zo rond 2000 ook gewoon best kut werd. De sound werd omarmd op tv en op de radio, het werd steeds platter en commerciëler. Maar vóór die tijd is er ontzettend veel goede muziek gemaakt die toen nog helemaal geen trance heette, en die nu terecht wordt herontdekt. Tegelijkertijd sluit ik niet uit dat de melodieuze muziek die ik nu draai en produceer het resultaat is van de uren dat ik als puber naar TMF aan het kijken was.”

(Tekst gaat door onder de video)

Trance mag dan rond de eeuwwisseling besmet zijn geraakt, de nieuwe lichting dj’s die deze periode nooit bewust hebben meegemaakt, blijkt immuun te zijn voor dit negatieve imago. Een van hen is de Amsterdamse Kiki Wesselo, die als KI/KI de rijzende ster aan het dj-firmament is. “Ik ben geboren in 1996, dus ik heb vanuit mijn jeugd totaal geen associaties bij die muziek. Dat is anders voor mensen die er destijds bij waren, maar ik sta er blanco in.”

Job Jobse beschreef al in 2018 in een interview met 3voor12 zijn liefde voor Lethal Industry, een bekende tranceplaat uit 2001 van, of all people, dj Tiësto, die geregeld in zijn sets voorbijkwam. ‘Die klinkt nog steeds zo futuristisch en fresh (...), mensen worden gewoon nog steeds gek. En er zijn ook mensen van zestien of zeventien, die horen voor de eerste keer dit nummer en denken: wat fucking vet. Ze denken niet: dit is trance, en dus niet cool.’

Humor

Ook in KI/KI’s sets duiken geregeld onvervalste tranceplaten op, meestal gemaakt tussen 1995 en 2000. “Een paar jaar geleden werd dat soms nog wel raar gevonden, men associeerde het met foute feesten, maar inmiddels is het geaccepteerd. Ik ben deze muziek gaan draaien omdat ik het op dat moment nergens hoorde: stevig, hard, maar wel met soul. Dat kan techno zijn, of classic hardstyle zijn, of trance, maar ook new beat of vroege raveplaten. Toen ik op zoek hing naar platen uit de jaren negentig ging er een wereld voor me open. Ik vond het zo vet om al die muziek te ontdekken die ik niet kende.”

(Tekst gaat door onder de video)

KI/KI maakt zich op het moment van spreken op voor een minitour naar Zuid-Korea en Australië, en is net terug uit Berlijn, waar ze draaide in de Berghain, de bekendste technoclub ter wereld. Het was de tweede keer dat ze er optrad, en de adrenaline giert nog door haar lijf. “Dit keer kon ik er veel meer van genieten dan de eerste keer, en ik nam ook veel meer risico’s.”

Ze merkte dat ook in de Berghain de sfeer een stuk minder serieus is dan pakweg vijf jaar geleden. “Toen was het toch vooral streng kijken, humor in muziek was al helemaal uit den boze. In Frankrijk of Nederland kon ik nog wel eens een plaat draaien met een grappige tekst, in Berlijn was alles serieus. Dat is een stuk minder geworden, gelukkig.”

Hoopvolle noten

Young Marco denkt dat de herwaardering van de melodieuze trance ook een antwoord is op de onheilspellende tijd waarin we leven. “Na twee jaar pandemie en een oorlog die gaande is, verbaast het mij niet dat er behoefte is aan euforische muziek, met akkoordenprogressie en hoopvolle noten.”

KI/KI zou zelf niet zo snel The Ryhthm of the Night of Walk on Water draaien, al bewaart zij af en toe ook nog wel een meezinghitje in haar platentas om een set mee af te sluiten. “Of je ze nou cool vindt of niet, je moet toch respect hebben voor dat soort nummers. Je kunt het zien als een ode aan die tijd en aan de megahits van toen.”

Young Marco: “Ik waag me er niet aan, maar snap heel goed dat andere dj’s dat wel doen. De dansvloer gaat er ook gewoon heel lekker op.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden