Column

Tram 16 was het trappenhuis naar de hemel

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ik had het al wel gelezen, maar de pijnscheut kwam later; alsof het eerst nog een parkeerplaats moest vinden. Pas toen de bolide stilstond en de sleutel uit het contact werd gehaald, kon de pijn van de pijnbank stappen.

'TRAM 16 VERDWIJNT UIT DE LAIRESSESTRAAT.'

Volgens mij stond het in Het Parool. Het stond er overigens gewoon in kleine letters, maar mijn hart seinde naar mijn ogen dat ze, nog voor het lezen, op de caps­lockknop moesten drukken. Dit was immers groot nieuws.

Van mijn geboorte tot mijn zesentwintigste levensjaar woonde ik in de Okeghemstraat. Een nietszeggende, in tweeën gebroken, naar een Vlaamse componist vernoemde, zijstraat van de Cornelis Krusemanstraat. In de Okeghemstraat woonden normale mensen. De straat was wat dat betreft een meer dan welkome warme scheet tussen de samengeklonterde kouwe kak.

Mijn slaapkamer bevond zich op driehoog aan de straatkant. De trams zongen me in slaap en fluisterden me wakker. Het geluid van een afremmende tram. Een liefelijk handgemeen tussen asfalt en ijzer.

Tram 16 bracht me naar school, maar vaker nog bracht hij me in de problemen. Mijn eerste grote liefdesrelatie begon met het mailtje: 'Kan het zijn dat ik gisteren met jou in de tram zat?' En mijn eerste aanvaring met de politie ontstond toen mijn vrienden en ik met sneeuwballen naar trams aan het gooien waren.

Van mij hoeft niemand een petitie te tekenen en er hoeft ook geen handtekeningenactie te komen, maar men moet wel weten en nooit meer vergeten dat het stukje tramnet tussen het Museumplein en het Haarlemmermeerstation het trappenhuis naar de hemel was.

Vooral als de stoplichten meewerkten en de trambestuurder een Concordevliegtuig van het banaankleurige koekblik probeerde te maken. Dan vloog je met zeshonderd kilometer per uur richting de maan. Maar niemand wilde naar de maan, nee, we wilden veel verder gaan. Alle inzittenden wilden langs de maan naar de hemel vliegen; we wilden naar de halte Valeriusplein.

En als het donker was op het moment dat je de tram verliet, kon je door de poorten van het Amsterdams Lyceum de lichten van het trainingsveld van Swift zien branden.

In 1919 reed er voor het eerst een tram door de De Lairessestraat. Een straat die is vernoemd naar Gerard de Lairesse. In 1665 schilderde de grote Rembrandt een portret van De Lairesse. Gerard had een mismaakte neus door de syfilis en Rembrandt spaarde hem niet.

Tram 16 reed bijna een eeuw door de De Lairessestraat. Amsterdam spaarde hem wel.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns op maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden