Tourheld Herrera is geen prater

Luís Herrera in de Tour van 1985 aan de zijde van Bernard Hinault. De ongenaakbare Breton won de gele trui, de Colombiaan (rechts) de bergtrui. Foto ANP Beeld
Luís Herrera in de Tour van 1985 aan de zijde van Bernard Hinault. De ongenaakbare Breton won de gele trui, de Colombiaan (rechts) de bergtrui. Foto ANP

Zodra het Tourpeloton de bergen intrekt, worden steevast herinneringen opgehaald aan Luís Herrera. Hij won 25 jaar geleden als eerste Colombiaan een Touretappe en was in de jaren erna de bekendste exponent van een generatie landgenoten die symbool stond voor de globalisering van de wielersport.

Het had hem evengoed in Colombia kunnen overkomen, maar het gebeurde in Parijs. En het had hem daar tijdens een training kunnen overkomen, maar het gebeurde tijdens de eerste etappe van zijn eerste Tour de France. Dat krijg je met debutanten.

Luís Herrera hapte een insect naar binnen, maakte wat wilde gebaren en sloeg het bovenste gedeelte van zijn kunstgebit uit zijn mond. De rij tanden overleefde de val en de wielen van de rest van het peloton niet, en Herrera sliep die avond in het huis van de tandarts die dezelfde nacht een vervangend gebit in elkaar sleutelde.

Vijfentwintig jaar na dato grinnikt Herrera (48) om het voorval, dat destijds weinig goeds beloofde voor wat Colombiaanse journalisten De verovering van Europa hadden gedoopt. De Zuid-Amerikaanse wielrenners reden altijd rondes in Guatemala, Costa Rica en Colombia zelf, maar zouden zich nu eindelijk gaan meten met de grote kampioenen van de sport.

Het paste in de visie van Tourdirecteur Félix Levitan, die de ronde wilde 'globaliseren'. Dus reisde de Varta-ploeg (later Café de Colombia), die toen de beste renners van het land bevatte, naar Frankrijk. Daar won Herrera, twee weken nadat hij een nieuwe rij tanden had gekregen, als eerste Colombiaan een Touretappe (Alpe d'Huez). De verslaggevers konden hun land toch melden dat 'de mestkevers', zoals de renners in eigen land genoemd werden, zich konden meten met de Europese giganten.

Het was allemaal, zo verzekert Herrera meerdere malen, 'niet gemakkelijk'. Uit veel meer woorden bestaat zijn terugblik niet. De in een arm boerengezin opgegroeide Herrera mag tegenwoordig merkkleding en een gouden Cartier-horloge dragen, zijn successen op de fiets hebben hem nooit aan het praten gekregen. Het verhaal over het kunstgebit is de dag ervoor verteld door Héctor Urrego, de bekendste wielerjournalist van Colombia. Hij bezocht de Tour al voordat zijn fietsende landgenoten dat deden en zag later van dichtbij hun aanpassingsproblemen. Urrego: ''Ze hadden heimwee en besteedden meer geld aan telefoonkosten dan ze verdienden met het fietsen in de Tour.''

Herrera herinnert zich dat hij soms versuft op zijn fiets zat, gewend als de Colombiaanse renners waren aan etappes die 's ochtends vroeg begonnen en nog voor het middaguur eindigden. ''Het was niet gemakkelijk. Maar we pasten ons snel aan.''

Van alle nieuwkomers in de jaren tachtig waren de Colombianen het meest exotisch. Zoals zij klommen, was nog nooit vertoond op Europese bodem. Herrera pakte in 1985 en 1987 de bolletjestrui. In dat jaar won hij ook de Ronde van Spanje. En in 1989 werd Herrera - na Federico Bahamontes - de tweede renner die de prijs voor beste klimmer in de wacht wist te slepen tijdens de Tour, de Vuelta ('87, '91) én de Giro ('89).

Op de terugweg van Fusagusagá naar de Colombiaanse hoofdstad Bogotá beklimt de bus bocht na bocht en met brullende motor, het voormalige trainingsparcours van de bergkoning van weleer. Eerst de vier kilometer die hij als jongetje aflegde van school naar huis. Daarna het traject dat hij als renner dagelijks fietste.

De weg gaat van 1600 naar 2600 meter, door een ongelooflijk kleurige landschap van bloemen (het belangrijkste exportproduct van Fusa), bananenbomen, koffieplantages en oerwoud. Gele verkeersborden met daarop in het zwart een racefiets geschilderd waarschuwen bestuurders voor de mestkevers van tegenwoordig.

Herrera en Fabio Parra, de ploeggenoot die in 1988 derde werd in de Tour, stopten in 1992 met wielrennen, en met hen verdwenen de grote sponsors. Daarmee kwam een einde aan een tijdperk, waarin de Tour nooit veel langer dan een dag werd veroverd. Herrera: ''Ik heb er alles aan gedaan. Omdat ik altijd veel verloor in de tijdrit, ben ik in 1986 op het vlakke gaan trainen bij Bogotá. Maar toen ging ik minder hard in de bergen.'' Wielerjournalist Urrego: ''Het succes van Lucho en Fabio bracht ook de neergang. De goede renners die nu opstaan, vertrekken meteen naar Europa. Maar kinderen hebben idolen hier nodig.''

Santiago Botero (2000) en Mauricio Soler (2007) wonnen nog de bolletjestrui. Ivan Peña werd in 2003 de eerste Colombiaan in het geel. Geen van hen rijdt dit jaar de Tour.

Dat de successen geen vervolg hebben gekregen, heeft ook een culturele oorzaak, zegt Urrego. Hij haalt de Spaanse trainer Rafael Carrasco aan. ''Die zei dat Europeanen en Amerikanen trainen om wereldkampioen te worden en Colombianen om uit de armoede te geraken.''

Wielrennen is in zijn land nog steeds een sport voor de rijken (vanwege de materiaalkosten), beoefend door de armen. Het heeft volgens Urrego gevolgen voor hun sportbeleving. ''Veel Colombiaanse renners zijn tevreden als ze een beetje geld verdienen.'' Maar, voegt Urrego eraan toe: ''Ze rijden altijd met courage.'' (ROBERT-JAN FRIELE)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden