Topmusici in Kagel en Stockhausen springlevend

Elliott Carter (101) en Pierre Boulez (84) leven nog, maar verder zijn alle grote mannen die bepalend waren voor het modernisme van de twintigste eeuw dood en begraven. Zal hun muziek over honderd jaar nog worden gespeeld? Ongetwijfeld veel minder dan toen ze nog in levende lijve aanwezig konden zijn. Vergelijkingen met Mozart of Beethoven en hoe het hun muziek na hun dood verging, moet u verder zelf maar maken.

Het Muziekgebouw aan 't IJ organiseerde zaterdag en zondag een festival, gewijd aan Karlheinz Stockhausen en Mauricio Kagel, de twee laatst overleden grootheden van het modernisme, respectievelijk in 2007 en 2008.

De leegte na hun verscheiden is nog steeds voelbaar. Als op zaterdagavond in die prachtige grote zaal van het Muziekgebouw Stockhausens meesterlijke elektronische ­pionierswerk uit 1956 Gesang der Jüng­linge weerklinkt, mis je toch am Mischpult de aanwezigheid van de componist zelf. We mogen ons rijk rekenen met de gedachte dat we dit ooit nog hebben kunnen meemaken.

Maar ook zonder Stockhausen achter de mengtafel, of Kagel op de dirigentenbok, maakt hun muziek nog steeds diepe indruk. Dat kwam niet in de laatste plaats doordat in het Muziekgebouw louter top­ensembles in actie waren.

Wat een luxe om in één weekeinde zowel Asko|Schönberg, Nieuw ­Ensemble, Calefax Rietkwintet als musikFabrik en Ensemble Modern op de bühne te hebben. En specialisten als pianist Benjamin Kobler, die in Klavierstück IX toverde met dynamische gradaties en kleuren. IJzersterke muziek, totaal-chromatisch natuurlijk, maar uitgevoerd op dit ijselijke hoge niveau net zo ­bedwelmend als een Prélude van Debussy.

Het tien jaar oudere werk Kreuzspiel (1951), dat zaterdag werd gespeeld door musikFabrik onder leiding van Emilio Pomarico, was droger en gevoelsarmer, zeker vergeleken met het baanbrekende ­Gesang der Jünglinge.

Van Mauricio Kagel speelde musikFabrik eerder op de dag Osten uit de magistrale cyclus Die Stücke der Windrose. En dan is het weer zonneklaar dat Kagel, de speelse, ironische melancholicus en Stockhausen, de spirituele, archetectonische dromer, volledig gescheiden werelden representeren.

De zwartgallige circusmuziek van Kagels Verstümmelte Nachrichten (waarvoor hij krantenberichten en -advertenties, gepubliceerd op zijn geboortedag, 24 december 1931, ­verzamelde en toonzette) zou Stockhausen nooit hebben willen schrijven.

''Der Nationalsozialist raucht nur: 'Parole'! Sechs Pfennig. Mild und aromatisch,'' zingzegde de voortreffelijke bariton Otto Katzameier in het vierde deel. En het idiote gebeier van quasi-kerkklokken aan het slot van Verstümmelte Nachrichten was een waanzinnige, surrealistische apotheose.

Het festival werd goed bezocht, door een muisstil en geconcentreerd luisterend publiek. (Erik Voermans)

Klassiek: Kagel Stockhausen Festival.
Gehoord: concerten op 6/2, Muziekgebouw aan 't IJ.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden