Plus

Toninho Norden richt zich na de bermbom op wat nog wel kan

Amsterdammer Toninho Norden (28) verloor zijn benen toen hij in Afghanistan op een bermbom reed. Hij richt zich op wat nog wel kan, zoals sporten. Zaterdag is hij voor lotgenoten op de Veteranendag.

Op 18 april 2008 reed Norden met drie collega's in Uruzgan op een bermbom. Beeld Jan-Joseph Stok

Eigenlijk gaat het heel goed met hem. Een plezierige, nieuwe baan bij de marechaussee op Schiphol, ambitieuze plannen om lezingen te houden over veerkracht en, misschien wel het mooiste van alles, zijn vrouw draagt een kindje dat eind augustus wordt verwacht. "Het is een jongen," zegt bijna-vader Toninho Norden met een verlegen grijns. "Ik ben echt heel trots."

De beroepsmilitair heeft zijn leven weer op de rit, maar heeft daar hard voor moeten werken. Op 18 april 2008 reed Norden met drie collega's van de Bravo Leeuwen Compagnie tijdens een patrouille in de Afghaanse provincie Uruzgan op een bermbom. Dennis van Uhm en Mark Schouwink kwamen om het leven, Norden raakte zwaargewond en verloor beide benen.

Dat laatste merkte Norden overigens pas toen hij twee weken later in het militaire hospitaal ontwaakte uit een kunstmatige coma. "Het was iets waar ik nooit rekening mee had gehouden," vertelt hij in de woning van zijn schoonmoeder in Amstelveen. "Als militair kende ik de risico's van een uitzending naar Afghanistan, maar ik zag dat als een kwestie van leven of dood. Niet iets daartussenin."

Niets gemerkt
Hij was in 2006 begonnen als beroepsmilitair. Aanvankelijk was het zijn plan om iets in de ict te gaan doen, maar tijdens de opleiding merkte hij dat hij zich eigenlijk alleen maar verveelde. "Ik wilde een baan met iets meer spanning. Ik ben naar de banenwinkel van Defensie geweest en heb mij aangemeld. In 2007 hoorden we dat we naar Uruzgan zouden gaan. Het ongeluk gebeurde in mijn zevende week daar."

Van de explosie kan Norden zich niets meer herinneren. "We reden achter een voertuig van ons peloton aan en ik weet nog dat we moesten lachen omdat een collega in dat voertuig naar beneden viel. Meteen daarna moet het gebeurd zijn. Van de klap zelf heb ik niets gemerkt. Tijdens de eindoefening hebben we heel hard getraind om te handelen in het geval van een bermbom. Maar dat is er dus niet van gekomen."

Norden stond aan het begin van een revalidatieproces dat uiteindelijk vijf jaar zou duren, maar op dat moment, daar in het ziekenhuisbed, nam hij het besluit om niet te zeuren over wat hem overkomen was.

"Ik heb daar de knop omgezet. Wat gebeurd is, is gebeurd. Ik wilde verder met mijn leven. Nee, dat heeft niets te maken met stoer zijn. Het is een kwestie van instelling. Dat positieve heb ik van mijn vader."

Beeld Jan-Joseph Stok

Een grote steun voor Norden was het contact met lotgenoten in het Militair Revalidatie Centrum in Doorn. "Daar was een aantal zwaargewonde jongens. Ik merkte dat ik niet de enige was en ook dat er nog heel veel kon. Ik zag de jongens die al een stuk verder waren in het revalidatieproces sporten. Dat motiveerde mij enorm. Ik heb altijd graag gevoetbald. Ik was een goede aanvaller bij FC Abcoude."

Tijdens zijn revalidatie ontving Norden in aanwezigheid van het peloton de gewondenspeld uit handen van de commandant der strijdkrachten Peter van Uhm, ook de vader van Dennis van Uhm. "Dat was een bijzonder mooi moment. De generaal stond daar natuurlijk ook als de vader die net zijn zoon had verloren. Ik was heel trots op hem. Dat hij de kracht kon opbrengen om dat te doen."

Beperkingen accepteren
In Doorn maakte Norden ook kennis met de elektrische kniegestuurde protheses die met de nodige behendigheid kunnen worden gebruikt om te lopen en dagelijks te kunnen functioneren. "Ik heb ze in 2010 gekregen en ben nog steeds elke dag aan het oefenen. De eerste keer dat ik ze gebruikte, heb ik wel wat tranen moeten laten. Mijn ouders ook trouwens. Zij hebben mij ook al die jaren alleen in een rolstoel zien zitten."

Dat waren allemaal goede dingen, maar het revalidatieproces leerde Norden ook de beperkingen te accepteren die het verlies van zijn benen met zich meebrengt. "Dat vond ik best wel lastig. Ik zal nooit meer een baan kunnen hebben waarbij ik bijvoorbeeld iemand achterna kan zitten. Ik kan ook geen baan meer aan met veel spanning. Daar heb ik heel lang tegen gevochten, maar dat is nu voorbij. Ik heb er vrede mee."

Beeld Jan-Joseph Stok

Norden heeft ervoor gekozen zich te richten op wat nog wel kan. Zoals de sport. "Tijdens mijn revalidatie ben ik begonnen met powerliften. Ik hoop mee te kunnen doen aan de Paralympics in 2020. Er moet nog wel het een en ander gebeuren. Ik moet minstens tweehonderd kilo kunnen tillen en zit nu op honderdzeventig. Ik moet ook nog leren omgaan met de spanning van een wedstrijd."

Dat laatste merkte de sporter tijdens zijn deelname aan de Invictus Games, een internationaal sportevenement voor gewonde militairen, vorige maand in het Amerikaanse Orlando. "Het was fantastisch om daar met de Nederlandse delegatie te zijn, maar tijdens de wedstrijden presteerde ik onder mijn niveau. Het was de spanning. Als die gaat oplopen, haak ik af. Daar moet ik dus aan werken."

Veteranendag
Een ander gevolg van zijn verwonding is het lidmaatschap van De Gewonde Soldaat, een belangenvereniging voor militairen die tijdens een uitzending gewond raken of geraakt zijn. "Ik heb er veel aan gehad. Oprichter Jaaike Brandsma is ook in Afghanistan gewond geraakt. Toen ik in Doorn zat, kwam zij gesprekken met mij voeren. Nu is het mijn beurt om mijn ervaring te delen."

Dat gebeurt onder meer tijdens de Veteranendag van zaterdag in Den Haag, waar de vereniging workshops aanbiedt. "Ik heb een beetje gemengde gevoelens bij het fenomeen veteranendag," vertelt Norden. "Er is op zich niets mis mee, maar het zou mooi zijn als er ook op de andere dagen aandacht zou zijn voor de veteranen. In andere landen spreekt dat voor zich. In Nederland niet en dat is jammer."

Het werk met de andere veteranen heeft Norden ook op ideeën gebracht. "Ik ben bezig een eigen bedrijf te beginnen. Ik wil lezingen gaan houden over mijn ervaringen van de afgelopen jaren. Niet om elke keer weer over Afghanistan te praten, maar juist over de lichamelijke en mentale revalidatie daarna. Ik hoop dat het voor bedrijven en andere organisaties een inspirerend verhaal kan zijn."

Beeld Jan-Joseph Stok
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden