Column

'Toen werd ik ontslagen, ging ik scheiden, en voor ik het wist at ik uit de prullenbak'

Eva Hoeke.Beeld Het Parool

In de stationshal zat een vrouw op de grond. In de winkelwagen naast haar zaten wat kleden en plastic tassen. Ze rommelde met groezelige, opgezette handen in een stapel verfomfaaide enveloppen. Toen onze blikken elkaar kruisten sloeg ze toe. 'Kunt u een eurootje missen, mevrouw?'

Mevrouw - hoorde ik daar een Goois accent? Haar mond miste tanden, ze rook naar shag en bier, en toch straalde ze iets keurigs uit, een intrinsieke beschaving die een opeenstapeling van incidenten - een foute vent, een verloren baan - niet uit had kunnen wissen.

'Heeft u het niet koud?' vroeg ik naar de bekende weg.

'Och,' zei ze. 'Daar wen je aan. Ik ben de dakloze boeddhist.'

'Zo,' zei ik. 'Hoe bent u dat geworden?'

'Tja,' zei de vrouw met een gezicht alsof ze daar niet één-twee-drie antwoord op kon geven. 'Dat is een heel verhaal. Hier, wil je zitten?' Ze schoof op, tapte met haar hand op een stuk karton. Ik ging zitten en voelde me me-teen ongemakkelijk. Niet alleen pikte een duif een meter verderop in een zak vertrapte patat, de blikken van de mensen spraken boekdelen - wat moest ik daar naast die ouwe gek?

De vrouw zag het.

'Ook daar wen je aan. Moet je horen: ik ben boeddhist geworden door veel pech te hebben in het leven. En door uiteindelijk te begrijpen dat ik met deze pech heel veel geluk heb gehad.'

Ze nam een slok van haar Schultenbräu. 'Ik heb altijd voor de Sociale Dienst gewerkt. Toen werd ik ontslagen, ging ik scheiden, en voor ik het wist at ik uit de prullenbak. Zo snel kan het gaan.'

Ze keek me aan, echt hoor, zo snel kon het gaan.

'Mensen gooien van alles weg. Goeie spullen. En een keertje zwarte nagels vind ik niet erg. Maar weet je waar ik verdrietig van word? Ik ben nu twee en halve maand geschorst bij de dagopvang, en nu kan ik dus niet douchen. Maar ik ben wél een vrouw. En hoe: vroeger droeg ik hakken van elf centimeter naar mijn werk.'

Er liepen twee jongens langs, een jaar of dertien, zware tas over de schouders, natte gel in het melkboerenhondenhaar. De dakloze boeddhist veerde op. 'Dag jongens! Wat zien jullie er goed uit! Alsof jullie net uit de verpakking zijn getrokken.'

De jochies giechelden.

Toen ze doorliepen keek ze naar mij. 'Die twee komen hier elke dag langs. Ze kennen me. Maar goed, waar was ik? O ja. Ik was de administratie aan het doen. Kijk, allemaal boetes. Voor het openen van een blikje bier, voor het zonder redelijk doel ergens staan... Wat ze doen: ze geven je steeds een nieuwe boete, en als je die maar lang genoeg niet betaalt pakken ze je op en stoppen ze je in de lik.'

'En dat is een heel smerig spel, want dan knutsel ik voor vijftien euro per maand de hele Action vol. Dan ben je gewoon een goedkope werkkracht. Nee, in het Westen is de intelligentie goed ontwikkeld, maar de geest niet, hoor. Maar goed, de situatie is zoals die is. Als ik hier niet was geweest had ik u ook niet gesproken. Ja, toch?'

Leek mij een schrale troost, maar ik was dan ook geen boeddhist.


Wil je reageren op deze column? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden