Plus

Toen scheepsbouwers de NDSM verlieten, namen kunstenaars het over

De NDSM-werf bestaat zeventig jaar. Per toeval ontdekte Hélène Min het oude archief van de werf. In haar kunst brengt ze de historische fase van de scheepbouwers samen met die van de kunstenaars.

De NDSM-werf. Beeld Jelle Spanjaard

Het was op woensdag 16 september 1992 dat Hélène Min (1948) de mysterieuze, metalen deur eindelijk open kreeg. De kunstenares had haar atelier op de Borneokade verlaten en zich gevestigd op de oude NDSM-werf.

Het was het weldadige licht, reflecterend op het IJ, dat haar aantrok. Het was een plek met een zekere onbestemdheid, met een eigenaar die het prima vond dat ze de ruimte onder de vervallen scheepshelling huurde als atelier. De ruimte lag vol met ijzer en pas na dagen puinruimen bereikte Min de achterwand, met daarin de metalen deur.

Op dat moment waren de scheepsbouwers van de Nederlandsche Dok- en Scheepsbouw Maatschappij (NDSM) al bijna tien jaar weg. Toch was het terrein in Noord nog steeds een mannenwereld. Een stukje vergeten stad, met zwervers, drugsdealers en honden. Er waren louche, onduidelijke bedrijven op het terrein gevestigd. Het was ruig en dat zou pas een jaar of tien later veranderen. Toen de ponten kwamen. Maar het licht was er geweldig.

Hélène Min had een sleutel gevonden. Die paste in het slot, maar werkte niet. Pas na wat aanpassingen lukte het alsnog het slot open te draaien. Achter de deur was een donkere, kille ruimte met een smalle gang. Die leidde naar een grotere ruimte bezaaid met papier en met metershoge houten stellingkasten. Elke kast had een bordje met een jaartal: van 1949 tot 1963. De kasten stonden vol met boeken, die vol stonden met tekeningen. Dwarsdoorsnedes, klinknagelplannen, interieurplannen. Duizenden tekeningen, van elk schip dat ooit op de werf was gebouwd.

Luikhoofd
Ze belde het Scheepvaartmuseum, maar dat had geen geld om voor het archief te zorgen. Dus liet ze alles zoals het was en leende ze af en toe een boek om te verdwalen in de verpletterende geschiedenis van de werf. Wat voor de mannen van de werf gewone woorden waren, was voor haar poëzie. Woorden die door haar hoofd begonnen te ­razen.

Buitenboordaansluitingen, wormwiel, brugdekhuis Achterpiekschot, grootspant Zomertenten, scepterplan

Mangatluikjes, luikhoofd, schuifkooi Vrijboordmerk, verhaalkluis Schalklamp, schaamplaats

De tekeningen waren tot in de kleinste details uitgewerkt. Alles met de hand. De ontwerpen waren prachtig en er werden de mooiste houtsoorten geadviseerd. Voor de luxueuze trap in een dinerzaal bestemd voor de Eerste Klas, bijvoorbeeld. Min vond een ontwerp voor een houten badkuip voor de kamer van de kapitein.

Tussen ijzer en staal

Tentoonstellingsmakers Tom Verheijen en Arjen Klerkx zien de ontdekking van het NDSM-archief door Hélène Min als het ‘lijmmoment’ tussen de twee historische fasen van de werf. Voor kunstcentrum Nieuw Dakota maakten zij een multimediale installatie waarin de twee fasen samensmelten. Centraal daarbij staat een van de houten stellingkasten uit het archief, waaruit een golf van originele scheepstekeningen rolt. Daarop worden beelden geprojecteerd die het verhaal van het leven op de werf schetsen. De installatie wordt aangevuld met historisch materiaal over de NDSM-werf en werk van Hélène Min.

Tussen ijzer en staal, 70 jaar NDSM
17 april t/m 22 mei
Nieuw Dakota
Ms. van Riemsdijkweg 41b

Het archief begon door te werken in haar kunst. Zoals het dagelijkse spel van licht in haar atelier ontstaat door een paar slim verknipte tekeningen voor de ramen. Levend licht, noemt Min het.

De ontwerpen van de scheepstekeningen begon ze tot leven te brengen in de objecten die ze maakt, waarbij ze vissenhuid gebruikt. Dat is vederlicht en halftransparant, heeft structuur, maar is bijna niet aanwezig. En vissen vindt ze mooi, omdat ze zo onaangetast en dienstbaar zijn. Konden ze zichzelf maar opblazen en vluchtelingen redden, denkt Min weleens. Daarom heeft ze een reddingsvest van vissenhuid gemaakt.

Respect
Dat de NDSM-werf verandert, vindt Min niet erg. Het leven is in beweging en verandering moet je niet willen stopzetten. Als alles maar met respect voor de omgeving en geschiedenis gebeurt. Het DoubleTreehotel bijvoorbeeld, vindt ze best mooi gemaakt. En de vele festivals storen haar ook niet. Die worden opgebouwd en afgebroken en daarna is de werf weer gewoon zichzelf.

De werf kan het hebben. Ze hoopt alleen dat het niet te netjes wordt. Het moet een beetje ongedefinieerd blijven. En we moeten het licht koesteren. De oevers volbouwen, zodat de werf in de schaduw komt te liggen, zou ze eeuwig zonde vinden. Mensen noemen de parken weleens de longen van de stad. Hélène Min ziet het beton van NDSM als de longen van de stad.

Nu moet ze haar atelier uit. Het ijzer in het plafond roest en drukt het beton naar beneden. Het archief is inmiddels in beheer van de stichting NDSM Herleeft. De X-helling - dat de monumentenstatus heeft - wordt daarom volledig gerenoveerd. Afscheid nemen van NDSM wil Min echter niet. In een loods op het terrein kan ze verder.

Bij de geschiedenis van de NDSM-werf gaat het vaak vooral over gloriejaren van de scheepsbouw. Maar de scheepsbouwers verlieten de NDSM in 1984 en daarna namen de kunstenaars het over. En woensdag 16 september 1992, toen Hélène Min de grote metalen deur openkreeg, smolten die twee werelden voor het eerst even samen.

De kunst van Hélène Min. Beeld Fotomontage door Marc Faasse
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden