Plus

Toen Amsterdam nog vier burgemeesters had

Amsterdam viert donderdag zijn 741ste verjaardag. Schrijver Arend van Dam maakte voor deze gelegenheid een verhaal over het Aansprekersoproer (1696), in de tijd dat de stad nog vier burgemeesters had.

'De arme sloebers krijgen hun zin'Beeld Alex de Wolf/amsterdamisjarig.nl

Op een dag, zo'n driehonderd jaar geleden, zaten de vier burgemeesters van de stad Amsterdam bij elkaar in het stadhuis op de Dam. Het waren Nicolaas Witsen, Jacob Boreel, Joan Corver en Jeronimus de Haze.

Het was een gezellige boel in de burgemeesterskamer. Allerlei mensen kwamen langs. Zo had Nicolaas bezoek van een koopman die net was thuisgekomen van een reis naar Suriname.

"Kijk," zei de koopman. "Ik heb hier een bijzondere, opgezette pad. In Suriname noemen ze hem pipa pipa. Mocht u hem willen kopen..."

Nicolaas streek voorzichtig met een vinger over de bobbelige rug van de pad.

Het gesprek werd onderbroken door een bediende. "Het is erg onrustig op de Dam," zei de man gehaast.

Jeronimus sprong geschrokken op. "Wat is er aan de hand?" vroeg hij zenuwachtig. "Is de schutterij al op de hoogte?"

"We gaan zo kijken, Jeronimus," zei Joan. ­"Laten we eerst ons potje schaak afmaken. Jij bent aan zet."

"Het is vast de schuld van Jacob," zei Jeronimus, terwijl hij een paard liet springen. "Die nieuwe wet valt slecht bij het volk."

"Heb je het over mij?" vroeg Jacob, die onderuit hing op een bankje. "Ik doe alleen maar dingen die goed zijn voor de stad. De stad heeft geld nodig en dus moet er belasting worden betaald. Voortaan gaan wij alle begrafenissen regelen. Wij bepalen wie er aanspreker of drager mogen worden. Dat levert ons flink wat geld op. En bovendien: wij kunnen die banen weggeven. Hebben jullie misschien werkloze neefjes die aanspreker of drager willen worden?"

Plotseling klonk er lawaai van buiten: geschreeuw, boegeroep, geweerschoten. De vier burgemeesters hielden hun adem in.
"Het begint uit de hand te lopen," kwam de bediende vertellen. "De schutterij heeft de zaak op de Dam onder controle, maar nu dreigen de oproerkraaiers naar de burgemeestershuizen te gaan. Wie weet wat ze allemaal van plan zijn?"

Twee burgemeesters sprongen op.

"Snel, we moeten naar huis," riep Jeronimus. "We vluchten via de achterdeur."

"Regel een koets," riep Joan tegen de be­diende.

"Vergeet mij niet!" Jacob hees zich met moeite overeind en waggelde achter zijn collega's aan naar de achteruitgang. Voordat hij de kamer verliet, draaide hij zich om naar Nicolaas: "Kom, waar wacht je nog op?"

"Ik blijf hier," zei Nicolaas beslist.

"Denk aan je spullen! Je exotische verzameling, je schilderijen, je opgezette dieren."

"Ik blijf!"

Vanaf dat moment was Nicolaas afhankelijk van de informatie die de bediende hem kwam geven.

"Het gepeupel rukt op via het Rokin naar de ­Herengracht," was het eerste bericht.

Daarna kondigde de bediende bezoek aan uit Rusland. "Het is een gezant van tsaar Peter," zei hij.

"Laat hem maar binnen," zei de burge­meester.

De koopman, die er ook nog steeds was, zette zijn hoed op en schoof de pad in Nicolaas' richting. "U mag de pipa pipa houden," zei hij. "Een cadeautje van de West-Indische Compagnie."

"Bedankt," zei Nicolaas. "Blijf gerust nog een poosje, ik hou van bezoek."
De Russische gezant kwam binnen. Maar nog voordat hij kon gaan zitten, kwam de bediende met het laatste nieuws.

"Het is een ramp," begon hij. "Het volk heeft ingebroken in de woning van de heer Boreel. Eerst hebben ze een lantaarnpaal uit de grond getrokken. Toen hebben ze daarmee de voordeur van zijn huis ingeramd."

"En Jacob zelf?" wilde Nicolaas weten.

"Die had zich verstopt in bed. Hij liet zijn vrouw zeggen dat hij ziek was. Maar toen de paupers eenmaal binnen waren, is hij in zijn nachtjapon de tuin in gevlucht. Alle schilderijen van de familie Boreel liggen in de gracht."

"En toen?"

"Toen hebben buurvrouwen de burgemeester met veel moeite over de schutting getrokken."

Nicolaas probeerde zich een voorstelling te maken van zijn zwaarlijvige collega die zich door de deftige dames Van Loon, Bicker en Six over een hoge schutting had laten sleuren. Arme Jacob! Had hij zijn zin maar niet moeten doordrijven met die belachelijke wet.

Toen keek hij naar de wachtende Rus en zei: "Gaat u toch zitten. Wat kan ik voor u doen?"

"Ik kom namens de keizer van Rusland, tsaar Peter de Grote," legde de gezant uit. "De tsaar wil graag alles weten over de schepen die jullie bouwen."

"Geen betere scheepsbouwers dan wij Hollanders," zei de koopman, terwijl hij zijn hoed afdeed.

"Met alle plezier wil ik uw keizer uitnodigen voor een bezoek aan onze stad," zei Nicolaas. "Lang geleden heb ik uw land bezocht. Samen met Jacob Boreel."

"Is die er niet?" vroeg de gezant.

Nicolaas schudde zijn hoofd. Hij dacht aan Jacob, die waarschijnlijk ergens op apegapen tussen de struiken lag.

"Thee?" vroeg hij aan de gezant. "Of liever iets sterkers? Bediende!"

De bediende stormde de burgemeesters­kamer binnen. Maar niet om bestellingen op te nemen. "De oproerkraaiers zijn de brug overgelopen," begon hij hijgend. "Toen ze bij het huis van burgemeester De Haze kwamen, schreeuwden ze dat hij naar buiten moest komen. Maar uw collega en zijn vrouw waren druk bezig hun dure spullen te verstoppen."

"En, hoe is het afgelopen?" vroeg Nicolaas.

"Omdat de opstandelingen voor het huis bleven staan schreeuwen, besloot uw collega het bordes op te gaan met zijn broekzakken vol kleingeld. Met beide handen begon hij het geld voor de voeten van de armoedzaaiers te gooien."

"En, hielp dat?"

"De mensen lieten zich op de grond vallen om zo veel mogelijk munten bij elkaar te graaien. Op dat moment kwamen onze schutters de gracht op. Ze gebruikten hun geweren om de mensen weg te jagen. Dat waren de laatste berichten. Wilt u thee?"

Beeld Alex de Wolf/amsterdamisjarig.nl

"Doe maar iets sterkers," zei de burgemeester. Hij dacht aan Jeronimus, die zo slim was geweest de armelui te geven wat ze wilden: geld. Maar hij dacht ook aan zijn eigen huis aan de Gouden Bocht. Hij moest er niet aan denken dat het geplunderd zou worden. Toch besloot hij op het stadhuis te blijven, als een kapitein op zijn schip.

"Ik zal u een brief meegeven," zei Nicolaas tegen de Russische gezant. En hij begon meteen te schrijven: 'Beste tsaar Peter...'

Maar daar was de bediende alweer. Niet met iets te drinken, maar met nieuws.

"De bende is opgerukt naar het huis van uw collega Corver," zei hij paniekerig.

"En?" vroeg Nicolaas.

"Joan Corver is naar buiten gekomen en heeft het volk gevraagd: 'Wat willen jullie eigenlijk?' Luid schreeuwend begonnen de opstandelingen hun mening te geven."

"Wat willen ze dan?"

"Ze willen dat de stad meer rekening houdt met de armen. 'Dat is goed,' heeft Corver geantwoord. Toen riepen ze dat ze minder belasting wilden betalen. 'Dat is ook goed,' heeft Corver gezegd. 'Voortaan worden arme mensen gratis begraven'."

"Zeer verstandig van Joan," zei Nicolaas. "Was het volk daar tevreden mee?"

"Nee," zei de bode. "Tot verbazing van burgemeester Corver begon het volk weer te morren. Een arme sloeber riep: 'Wij willen net zo behandeld worden als de gewone mensen. Als gewone mensen betalen voor een graf, dan willen wij dat ook. Zijn wij soms minder waard?' Iedereen was het met deze man eens."

"Na veel geschreeuw riep Corver: 'Jullie krijgen je zin. Jullie hebben het recht om evenveel te betalen als de rijke mensen'. Het leek of uw collega de zaak daarmee had opgelost, maar op dat moment begon de schutterij te schieten. De opstandelingen stoven uit elkaar. Drie gewonden zijn afgevoerd. Twintig oproerkraaiers zijn opgepakt. Al uw collega's zijn onderweg naar hier om de zaak te bespreken."

"Mooi," zei Nicolaas.

De bediende vertrok. Maar na een paar tellen was hij alweer terug.
"Burgemeester Witsen," sprak hij. "Er is weer bezoek voor u. Deze dame is schilderes. Ze houdt van gedroogde planten en bloemen. Ze verzamelt ook vlinders, net als u. Ze zou graag uw verzameling opgezette vlinders willen bekijken. Haar naam is Maria Sybilla Merian."

"Laat haar maar binnen," zei Nicolaas.

Het werd steeds gezelliger in de burgemeesterskamer. Een voor een druppelden ook de andere burgemeesters binnen. Joan Corver stapte de deur binnen met een tevreden glimlach om zijn mond. "Ik heb het volk gegeven wat het wilde," zei hij.

Jeronimus de Haze liet zijn lege zakken zien. "En hoe krijg ik nu mijn geld terug?" wilde hij weten.

Jacob Boreel schuifelde aarzelend de burgemeesterskamer binnen in zijn gescheurde nachtjapon. "Ik heb niets meer. Al mijn schilderijen liggen in de gracht."

"Dat lossen we later wel op," zei Nicolaas. "Voorlopig trekken we die rare wet in. Zodra alles weer rustig is, doen we toch gewoon wat we zelf willen. Wat zullen we doen met die twintig gevangenen?"

"Is het een idee om ze met mij mee te laten varen?" stelde de koopman voor. "Ik kan altijd een paar extra bemanningsleden gebruiken. Volgende week ga ik weer op reis."

"Gaat u soms naar Suriname?" vroeg de schilderes. "Daar zou ik zo graag eens naartoe gaan. Het schijnt dat ze daar de prachtigste vlinders hebben."

"Zodra ik weer naar Suriname ga, zal ik het u vertellen," zei de koopman. "Nog meer belangstelling voor een reisje naar een warm land?"

"Nee, bedankt," zei de Russische gezant. "Ik ga terug naar Rusland om Peter de Grote te vertellen dat hij welkom is in uw mooie land."

"Zal ik dan nu maar eens iets lekkers inschenken?" stelde de bediende voor.

Daar waren alle burgemeesters en hun bezoekers het van harte mee eens.

En zo kwam er een eind aan een van de roerigste dagen in het leven van de vier burgemeesters: Nicolaas Witsen, Jacob Boreel, Jeronimus de Haze en Joan Corver.

Beeld Alex de Wolf/amsterdamisjarig.nl

Amsterdam is jarig

In 2025 bestaat Amsterdam 750 jaar. In aanloop daarnaartoe organiseren het Amsterdam Museum, de gemeente Amsterdam, Amsterdam Marketing en de OBA diverse activiteiten rondom het verhaal van de hoofdstad.

Dit jaar is Arend van Dam gevraagd een verhaal te schrijven over een bijzondere gebeurtenis in de geschiedenis van Amsterdam. Het Aansprekersoproer is donderdag voorgelezen op alle Amsterdamse basisscholen aan kinderen van groep 7.

Arend van Dam schreef meer dan negen­tig kinderboeken. Met illustrator Alex de Wolf boekte hij succes met een serie voorleesbundels over de geschiedenis van Nederland en andere landen. Het eerste deel, Lang ­Geleden..., werd bekroond met een Zilveren Griffel.

Wie meer wil lezen van Arend van Dam, kan bij een OBA-vestiging naam en e-mailadres achterlaten om kans te maken op cadeau­bonnen van de OBA en het boek Lang Geleden...

Meedoen kan tot 30 november.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden