PlusKlapstoel

Tjerk Smeets: 'Je ziet alles, je hoort alles'

Tjerk Smeets (1980) is vanaf volgende maand technisch directeur van de Koninklijke Nederlandse Baseball en Softball Bond. Zelf was hij catcher, onder meer in Oranje. De afgelopen vijf jaar was hij teammanager van Ajax.

Tjerk SmeetsBeeld Mark van der Zouw

Amsterdam-Zuid

"De eerste drie jaar van mijn leven heb ik doorgebracht aan de Stadionweg, daarna zijn we verhuisd naar de Courbetstraat, waar ik heb gewoond tot 2000-en-nog-een-beetje. Een jongen uit Zuid dus. Ik heb er op de lagere school gezeten en later op het Fons Vitae. Het was er veilig, dat vooral, en nog niet heel druk. We waren ­altijd op straat aan het spelen."

"Voetballen, honkballen, basketballen, maar ook knikkeren, tikkertje en verstoppertje. Mijn moeder woont nog altijd in de Courbetstraat, dus ik kom er nog regelmatig. De Courbetstraat is thuis, er is ook niets veranderd eigenlijk. Toen ik zelf kinderen kreeg, ben ik buiten de stad gaan wonen, maar ik blijf een echte Amsterdammer. Amsterdam is de leukste stad van de wereld. Samen met New York dan."

ABC

"Daar waar de liefde begon, mijn eerste club. De Amsterdamsche Baseball Club, jammer genoeg bestaat hij niet meer. We zaten op hetzelfde terrein als AFC en ATC, de voetbal- en de tennisclub. Ik reed paard, maar mijn ouders vonden dat ik ook een teamsport moest doen. Dat werd dus honkballen, een voorstel van mijn moeder. Als 7-jarig jongetje bezocht ik in 1988 mijn eerste training en daarna heb ik er nooit meer één overgeslagen. De mooiste sport van de wereld, wist ik meteen."

"Voetballen was aan mij niet besteed, ik kon het totaal niet. Als we op straat gingen voetballen, was ik altijd de keeper. Kon ik tenminste iets met mijn handen doen. Ik vind alle sporten die je met je handen doet leuker dan die met voeten."

Catcher

"Vanaf mijn negende ben ik het altijd geweest. Mooiste positie die er is in het honkbal. Je hebt als catcher alles vóór je, je ziet alles, je hoort ­alles. Je ben een soort generaal in het veld, je zet mensen neer, zet lijnen uit. Het mooie van honkbal is dat het een combinatie van denk- en doesport is."

"Bij schaken blijft het bij dat ­denken; iedereen kan een stuk van A naar B ­verplaatsen. Maar bij honkbal is wat er na het denken komt óók nog eens heel moeilijk. Eerst ga je denken: wat is de situatie, welke bal gaat er komen, welke bal móet er komen? En vervolgens moet je slaan, gooien, rennen. Ballen vliegen met 150 kilometer per uur door de lucht."

Murfreesboro

"Mijn tweede thuis. Het is een stadje ongeveer dertig mijl ten zuiden van Nashville, Tennessee. Ik heb er drie jaar op de universiteit gezeten, de Middle Tennessee State University, en die periode heeft me grotendeels gevormd tot wie ik nu ben. Ik studeerde er marketing, maar was er vooral aan het honkballen."

"Ik was 18 en ging voor het eerste de wijde wereld in. Eigen flatje, zelf koken, zelf de was doen. Maar tegelijk was er het vrij strikte programma van het honkbalteam waar ik deel van uitmaakte. Ik had twee coaches, streng maar fair, die me heel na aan het hart lagen en met wie ik nog altijd contact heb. Met het team - jongens uit alle ­staten met allemaal compleet andere achtergronden - ben ik heel Amerika door geweest."

"We hadden de regel dat we pas vlogen als het langer dan 14 uur met de bus was. Dan zat je 13 uur in de bus naar een wedstrijd in Mississippi dus. Dan zie je dingen onderweg, hoor. Enorme ongelijkheid ook, armoede. Ik stelde vragen, ging erover lezen. Heel leerzaam allemaal."

Nouri

"Een van de spelers van mijn team, een heel goede, een heel lieve ook. Ik was erbij toen het gebeurde. Die avond ben ik met het team teruggevlogen naar Amsterdam, de volgende dag ging ik weer terug naar Oostenrijk om daar onze dokter en de familie bij te staan, wat een week heeft geduurd."

"Omdat ik het zo van dichtbij heb meegemaakt, is het heel emotioneel voor me. Een zwarte bladzijde in mijn carrière, in mijn hele leven eigenlijk. Ik kende de familie van Nouri alleen van het hallo-zeggen, nu heb ik wekelijks contact met ze. Door zo intens met ze op te trekken zijn het respect en de liefde die ik voor ze voel heel groot geworden."

David Endt

"Ik zie hem weleens op of rond een veld en dan geven we elkaar een hand en vragen we hoe het gaat, en dat is het. Ik ken hem verder niet. Nee, ik was niet de meest voor de hand liggende kandidaat om hem op te volgen als teammanager van Ajax. Ik zal je eerlijk zeggen: als er een va­cature was geweest, had ik nooit gereageerd. Maar toen in 2013 Marc Overmars belde, heb ik ja gezegd."

"Waarom ze bij mij kwamen, zou je hen moeten vragen. Maar ik was natuurlijk wel assistent-bondscoach bij het Nederlands honkbalteam geweest. Bij sommige toernooien deed ik het teammanagerschap erbij. Dat was ook zo bij het door Nederland gewonnen WK in 2011. Dus ja, ik had wel enige ervaring. En of de leden van een team nou tegen een bal schoppen of er met een knuppel tegen slaan, een team is een team."

"Ik heb er bij Ajax nooit een geheim van gemaakt dat ik niet zoveel heb met voetbal, ook tegen de spelers niet, maar dat is nooit een probleem geweest. Ik zei altijd: ik ben verantwoordelijk voor Ajax 1 zolang ze geen gras onder de voeten hebben. Ik heb de vrijheid gekregen mijn rol op mijn eigen manier in te vullen en heb er met veel plezier bijna vijf jaar gewerkt."

Yankees

"Ja, dat is mijn club! Niet omdat het de club met de beste spelers of de meeste titels is, maar simpelweg omdat de eerste wedstrijd die ik op tv zag, er een van de Yankees was. In 1988 was het, Super Channel bestond nog en zond elke week een samenvatting van een uur van een major­leaguewedstrijd uit. Die dag was het de Yankees tegen de Indians. De Yankees wonnen, dus dat werd mijn club."

"Later leerde ik dat de Yankees een van de meest iconische sportverenigingen van niet ­alleen Amerika maar toch wel de wereld is. Het is de club van legendes als Babe Ruth, Lou Gehrig, Mickey Mantle - moet ik doorgaan?"

"De Yankees het Ajax van het Amerikaanse honkbal? Die vergelijking zou je kunnen maken, ja. De Boston Red Sox zou dan Feyenoord zijn. Mijn vader is voor de Red Sox, maar dat is om een heel andere reden. Als het om honkbal gaat, is hij voor alles dat niet Yankees is."

Blessures

"Ik zeg altijd: 'Mijn linkerelleboog is helemaal goed.' Mijn knieën, mijn enkels, mijn rug: ze zijn allemaal niet best meer. Als je sport op hoog niveau in een positie die redelijk demanding is - catcher-zijn is een aanslag op vooral je knieën - en daarnaast ook nog eens gewoon een fulltime baan hebt, dan krijg je dat. Tijd om mijn rust te nemen was er niet. En ik was ook koppig, ik speelde zelfs met gescheurde enkelbanden door."

KNBSB

"De Koninklijke Nederlandse Baseball en Softball Bond. Mijn nieuwe en mijn oude werk­gever. Ik zat er voor ik naar Ajax ging en nu keer ik er weer terug. Als technisch directeur word ik verantwoordelijk voor alle nationale programma's, zowel bij het honk- als het softbal en van de jeugdteams tot het olympisch team. Heel veel zin in."

"De uitdaging is te proberen het niveau nóg hoger te krijgen. Nederland doet het al goed, hoor. We hadden het net over de Yankees en de Red Sox; voor beide ploegen speelt een Nederlander korte stop. Een van de beste werpers in Japan is een Nederlander, in Korea is het net zo."

"In Amerika zitten meer dan vijftig jonge Nederlanders in de opleidingsploegen. Er wordt me vaak gevraagd hoe dat allemaal kan, ik vraag het mezelf ook vaak af, maar een pasklaar antwoord heb ik niet. Essentieel is denk ik dat er bij al die clubs mensen zitten die spelers van jongs af aan weten te binden, hier in Nederland, maar ook op Curaçao en Aruba."

The Boys of Summer

"Het boek van Roger Kahn? Ik weet dat het een klassiek honkbalboek is, maar een recensie kan ik je niet geven. Nog niet gelezen, staat wel hoog op mijn to-dolist. Ik heb wel heel veel ­boeken over honkbal, echt kasten vol. Recent vond ik The Cubs Way van Tom Verducci heel goed. Het beschrijft hoe de Chicago Cubs van de slechtste ploeg in de Amerikaanse honkbalcompetitie in vijf jaar uitgroeiden tot winnaar van de World Series."

"Er wordt in Amerika heel goed geschreven over honkbal. Het is daar ook de national pastime. In Nederland kennen wij sport als twee keer 45 minuten spel met in de pauze een broodje kroket. In Amerika wordt een honkbalwedstrijd heel anders beleefd."

"Dat begint al bij het wakker worden: het is ­game day! Dan ga je naar het stadion, waar je eerst met zijn allen gaat tailgaten: uit de achterbak van de auto komt de barbecue. De wedstrijd zelf duurt drie uur of langer. Er zitten voor het publiek dode momenten in, waarin op het veld de tactiek wordt bepaald. Maar op de tribune ga je dan een discussie aan met je buurman. ­Geweldig vind ik dat."

De Mart

"Is voor mij gewoon papa. Net zoals mijn moeder gewoon mama is. Ik krijg vrij vaak de vraag 'Ben jij de zoon van...?' Ik antwoord dan altijd: 'Ik ben de zoon van mijn ouders.' Wat je ouders doen, naar de buitenwereld toe, heeft wel invloed, maar vormt je niet. Wat ze doen naar jou toe, dát vormt je. En ik ben heel trots op wat De Mart, zoals jij hem noemt, voor me deed. Maar ik ben zeker zo trots, zo niet trotser, op wat De Willemien allemaal voor me heeft gedaan."

Bodil de la Parra

"Actrice? Ik ken haar niet. Ik ga niet vaak naar het toneel, maar ben wel een groot filmliefhebber. Ik houd van romantische drama's, maar het meest van films die zijn gebaseerd op waargebeurde verhalen, het historische werk. Goede honkbalfilms? Die zijn er, zeker. De beste vind ik Bull Durham en Major league."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden