Amsterdam Elders

Titia Bergsma was de eerste westerse vrouw in Japan

Titia Bergsma vertrok in 1816 op een Amsterdams schip naar Japan. Ze was de eerste westerse vrouw in eeuwen die voet op Japans grondgebied zette. Haar beeltenis is nu op zo'n vier miljoen Japanse voorwerpen te vinden.

Mariëlle Hageman
Het familieportret van Ishizaki Yushi uit 1817, met Jan Cock Blomhoff in een stoel, Titia Bergsma op de sofa met de kleine Johannes aan haar rokken. Tussen hen staat de min Petronella, rechts de Javaanse bedienden. Beeld Collectie Rijksmuseum
Het familieportret van Ishizaki Yushi uit 1817, met Jan Cock Blomhoff in een stoel, Titia Bergsma op de sofa met de kleine Johannes aan haar rokken. Tussen hen staat de min Petronella, rechts de Javaanse bedienden.Beeld Collectie Rijksmuseum

Alle ogen waren op haar gericht toen Titia Bergsma op 16 augustus 1817 vanuit de sloep de vijf treden naar het eilandje Deshima beklom. In haar armen hield ze haar zoontje Johannes, net anderhalf jaar, in haar kielzog volgde de min Petronella. De Japanse ambtenaren, gekleed in hun ceremoniële gewaden, bogen diep. Sommigen bleven haar aanstaren. Ze hadden nog nooit een westerse vrouw gezien.

Titia Bergsma was naar Japan gekomen met haar man, Jan Cock Blomhoff, een Amsterdammer die al jong het avontuur had opgezocht. De twee hadden elkaar in 1806 in Leeuwarden leren kennen, maar waren pas negen jaar later getrouwd, nadat Jan zijn fortuin had gemaakt in Azië.

In de zomer van 1816 waren ze met hun baby Johannes vanuit Amsterdam vertrokken om vanaf Texel naar Batavia te varen, en vandaar door naar Japan. Daar zou Jan Cock Blomhoff de Nederlandse handelspost gaan leiden. Dat hij zijn gezin had meegenomen, druiste tegen alle Japanse regels in.

Nieuw leven
Ontzet keken de Japanners toe terwijl Titia arm in arm met haar man naar haar nieuwe huis op Deshima liep: in Japan bleef een vrouw altijd een paar passen achter haar man lopen.

In 1641 had de Verenigde Oost-Indische Compagnie, waarvan de belangrijkste afdeling in Amsterdams zat, Deshima toegewezen gekregen om een handelspost te vestigen. De shogun, die het land in naam van de keizer bestuurde, weerde alle buitenlanders uit Japan, en behalve de Chinezen waren de Nederlanders de enigen die er zaken mochten doen. En dan alleen vanaf Deshima, dat ze slechts één keer per jaar mochten verlaten om in Edo, nu Tokio, geschenken aan de shogun aan te bieden.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie bestond sinds 1799 niet meer, maar Jan Cock Blomhoff was gekomen om de handelspost nieuw leven in te blazen.

Haar houding en decolleté
De enige vrouwen die toestemming hadden op Deshima te komen, waren Japanse prostituees. De Hollanders mochten onder geen beding hun eigen vrouwen en kinderen meenemen en Titia was de eerste westerse vrouw in eeuwen die voet op Japans grondgebied zette. De gouverneur van Nagasaki had haar aan land laten gaan, maar om te blijven had Titia, net als Petronella en Johannes, een verblijfsvergunning nodig. In een verzoekschrift aan de shogun benadrukte Jan Cock Blomhoff dat zijn gezondheid slecht was en dat zijn vrouw was meegekomen om voor hem te zorgen.

Titia was intussen het gesprek van de dag in Nagasaki. Ambtenaren penden driftig rapporten over haar. Vooral haar (rood)blonde krullen vielen op; Japanse vrouwen hadden immers bijna allemaal zwart, stijl haar. Haar neus vonden de Japanners lang, haar huid erg wit. Verder beschreven ze haar lengte, haar rechte houding, manier van lopen, en haar decolleté.

Bloedkoraal
Op 12 september poseerde het gezin Blomhoff voor twee bekende schilders uit Nagasaki, Ishizaki Yushi en Kawahara Keiga. Titia nam plaats achter de piano. Keiga maakte aantekeningen bij zijn schets: ze droeg gouden oorbellen, kammetjes in haar haar en een ketting van bloedkoraal.

De schilders tekenden verder een familietafereeltje, met Titia op de sofa, haar zoontje aan haar rokken, Jan op een stoel, Petronella en Javaanse bedienden. Ze werkten hun schetsen later uit en hun leerlingen kopieerden die. De schilderingen, tekeningen en schetsen verspreidden zich snel door het hele land en inspireerden weer andere kunstenaars. In korte tijd werd Titia meer dan vijfhonderd keer afgebeeld.

Keizerlijk decreet
Eind september kwam er een keizerlijk decreet: Titia mocht niet in Japan blijven. Het gerucht ging dat dat de uitkomst was van een politieke strijd, waarbij de conservatieven hadden gezegevierd. Het nieuws kwam hard aan. Titia en Jan waren er allebei ziek van. Titia richtte nog een smeekbede tot de gouverneur, maar het hielp niets meer. Op 6 december 1817 vertrok ze met de kleine Johannes en Petronella weer naar Nederland.

Titia Bergsma overleed in het voorjaar van 1821. Het nieuws bereikte Blomhoff ruim een jaar later. In 1823 keerde hij zelf terug naar Nederland, met een grote verzameling Japanse kunst en voorwerpen, waaronder het familieportret op zijde dat Ishizaki Yushi in 1817 geschilderd had. Het bevindt zich tegenwoordig in het Rijksmuseum. Artis kocht later veel van de natuurhistorische voorwerpen die Blomhoff uit Japan had meegenomen. Jan Cock Blomhoff stierf in 1853, het jaar dat Japan openging voor de rest van de wereld. Tot die tijd had Titia het beeld van de westerse vrouw in Japan bepaald.

Portretten
Amsterdamse schepen brachten eeuwenlang koopwaar en kennis naar Japan, maar Titia's invloed springt misschien wel het meest in het oog. Ze is nog altijd een bekend motief in de Japanse afbeeldingstraditie.

Sinds 1817 heeft ze volgens schattingen zo'n vier miljoen Japanse voorwerpen gesierd. Haar portretten hangen in Japanse musea, maar ze is ook te zien op souvenirs en ansichtkaarten, porselein en houtsnijwerk, en er zijn poppen van Titia en haar zoontje Johannes. Titia is meestal te herkennen aan haar krullen en haar ketting van bloedkoraal.

Deze productie is tot stand gekomen met ondersteuning van het Gedeeld Cultureel Erfgoed Programma.
www.sharedculturalheritage.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden