Plus

Timpaan van Heerenlogement in ere hersteld

Delen van het versierde dak van het in 1874 afgebroken Oudezijds Heerenlogement zijn teruggevonden. Ze worden gerestaureerd en teruggeplaatst op de oude locatie aan de Grimburgwal.

Het Oudezijds Heerenlogement aan de Grimburgwal, hier op een foto uit 1874 Beeld Stadsarchief

Ze hebben er jaren naar gezocht, maar inmiddels zijn alle onderdelen weer bij elkaar gebracht. "Er is iets terug van een van de belangrijkste panden van Amsterdam, dat een deftig pension was voor vorsten en later een veilinghuis," zegt architectuurhistoricus Gerrit Vermeer.

Samen met restaurateur Tobias Snoep en Jos Otten van de Vereniging Vrienden van ­Amsterdamse Gevelstenen werkten zij aan hun project, het bij elkaar brengen van de onder­delen van het timpaan van het Oudezijds ­Heerenlogement, dat in 1874 werd afgebroken.

Volgend jaar zomer is het zover. Dan moet het timpaan met het stadswapen, de vruchtenslingers, de keizerskroon en de twee leeuwen zijn gerestaureerd en door de Universiteit van ­Amsterdam herplaatst nabij de originele locatie.

Dat was op de plek waar nu het pand staat van het 'vrouwenverband' van het Binnengasthuis, het ziekenhuis dat intussen als universiteitsgebouw wordt gebruikt door de afdeling geesteswetenschappen.

Festoenen met landvruchten
Het timpaan, 17 ton zwaar, komt waarschijnlijk 'op vlucht' te staan - scheef en ter hoogte van een poort - boven de straat, zodat het zowel op de weg als vanaf het water goed is te zien. De restauratie kost ruim 122.500 euro, waarvan al 75.000 euro bijeen is gebracht.

Snoep gebruikt deels origineel Bentheimer zandsteen en voor een ander deel kalksteen, dat daar qua kleur en structuur bij past. Het zogeheten fronton geldt als de top van het beeldhouwwerk in de stad van die tijd.

Restaurator Tobias Snoep werkt aan het herstel van de gevelsteen met het wapen van Amsterdam Beeld Dingena Mol

In de werkplaats van Tobias Snoep slaan de drie vinders van de monumentale onderdelen elkaar met weetjes om de oren, allemaal feitjes die de importantie van het Heerenlogement moeten aantonen.

Het beeldhouwwerk aan het pand is waarschijnlijk gemaakt door de zonen van Hendrick de Keyser, Willem of Pieter, oppert Gerrit Vermeer. "Dat zie je ook aan de vruchtenslingers van dit pand, want die lijken precies op die van het Spinhuis," zegt Jos Otten.

Vermeer: "Deze festoenen met landvruchten dienden voor beeldhouwer Quellinus als voorbeeld voor de versiering aan het Paleis op de Dam. Je kunt ze nog steeds goed zien; acht stuks van deze slingers van het oude pand zijn ingemetseld aan de oostzijde van het fragmenten-gebouw van het Rijksmuseum."

Ingrijpend verbouwd
Het Oudezijds Heerenlogement, dat in 1647 werd opgeleverd aan de Grimburgwal, gold voor de bouw van het Paleis op de Dam volgens Vermeer als het deftigste gebouw van Amsterdam. Aanvankelijk was het logement gevestigd in het Prinsenhof, het voormalige Ceciliaklooster aan de Oudezijds Voorburgwal, waar later het stadhuis kwam en momenteel hotel The Grand zit.

Toen de admiraliteit, een voorloper van de marine, het pand opeiste, kocht Amsterdam voor vooraanstaande bezoekers van het logement voor 48.000 gulden een pakhuis aan de Grimburgwal, eigendom van jonkheer Willem van der Wiele. Het was in gebruik door huurders, onder wie de familie Elias Trip, die daar al vorsten liet logeren.

Toen de stad het overnam, werd het pakhuis ingrijpend verbouwd om het nog weelderiger te maken. Dat is volgens Vermeer 'vrijwel zeker gedaan' door Philips Vingboons. Die bouwde destijds alle vooraanstaande gebouwen in de stad. Bovendien is er van zijn hand nog een tekening van het pand met binnentuin overgebleven.

In zijn twee boeken Afbeeldsels der voornaamste gebouwen staat het logement niet. Dat komt volgens Vermeer omdat het ging om een omgebouwd pakhuis, waarbij de vloerhoogten verschilden en de deur niet in het midden zat, waardoor alle symmetrie ontbrak.

Vingboons zal daarom, schat Vermeer, onvoldoende trots op het pand zijn geweest om het in zijn boeken te vermelden.

Het resultaat was niettemin indrukwekkend. De Britse koopman Robert Bargrave sprak in 1653 van 'the noblest taverne in the world'. Later fungeerde het extreem dure logement als een veilinghuis voor kunst.

Rond 1717 werd de functie van luxe hotel overgenomen door Het Wapen van Amsterdam op de hoek van de Kloveniersburgwal en Rusland.

Eindeloos gesol met keizerskroon

Ongeveer 35 jaar lang doolden ze rond. De 400 jaar oude gebeeldhouwde leeuwen, de keizerskroon en het stadswapen van het Oudezijds Heerenlogement aan de Grimburgwal werden sinds de sloop in 1874 allerminst gekoesterd.

Al het monumentale beeldhouwwerk werd eerst overgebracht naar het Rijksmuseum. Die wilde het niet hebben, waarop de leeuwen verhuisden naar het Stedelijk Museum en het timpaan na een tijdelijk verblijf op de monumentenwerf Uilen­burg is gaan zwerven.

De gebeeldhouwde dieren werden bij de achteruitgang van het Stedelijk op een sokkel geplaatst, waarvoor de voorpoten zijn ingekort, van leeuw wisselden en waarbij ook nog de linker- en rechterpoten werden omgekeerd.

Daarna verhuisden de leeuwen naar de Rijkspost Spaarbank aan de Van Baerlestraat, later naar het kantoor van ING aan de Haarlemmerweg.

De monumentale keizerskroon luisterde, vermoedelijk na een verblijf op Frankendael, in 1982 de Floriade aan de Gaasperplas op, waarna die dienstdeed als steunpilaar voor een slagboom van een nabije groenvoorziening. Er werd ook wel eens door vrachtwagens tegenaan gereden.

De kruin van de kroon raakte verbrijzeld, het stadswapen werd, weggezakt in de grond, gevonden in een rotstuintje bij het Amerbos in ­Amsterdam-Noord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden