Plus Klapstoel

Tim Kamps: 'Ik deed letterlijk niks in de jaren 80'

Tim Kamps (1977) is regisseur, cabaretier en acteur. Zijn debuut als schrijver, de roman De verschrikkelijke jaren tachtig, komt deze week uit.

Tim Kamps op de klapstoel Beeld Harmen de Jong

Utrecht
"Daar ben ik geboren, maar toen ik een half jaar was, zijn we verhuisd naar Rotterdam. Ik heb niks met Utrecht, ik voel me Rotterdammer."

Rotterdam
"Ik woon in Amsterdam, maar voel me dus Rotterdammer. Triest natuurlijk, want eigenlijk moet je dan lekker in Rotterdam blijven. Mijn boek gaat over de jaren dat ik opgroeide daar. Het merendeel is echt gebeurd - ik zeg het maar vast, want mensen willen het toch weten."

"Onze omgeving was niet heel prettig, of zo. We woonden om de hoek van een commune en mijn moeder was lesbisch. Mijn tweelingbroer Wart en ik hingen vaak met haar in een lesbisch café waar je als jongetje tot je tiende naar binnen mocht, maar boven die leeftijd niet meer; dan was je een man."

"Op de voordeur van dat café zat een sticker van een pik met een streep erdoorheen. Verder veel lesbische vrouwen, met rare kapsels. Dat is een beetje mijn jeugd."

"Mijn ouders zijn op mijn tweede uit elkaar gegaan omdat mijn moeder lesbisch werd, zeg maar. Mijn vader vond dat destijds best moeilijk. Het grappige is dat mijn moeder nu niet meer lesbisch is - ze heeft weer een man. Mijn moeder was vroeger ook manisch-depressief."

"Op school moest je als kind toch een tekening maken van wat je ouders als beroep deden? Sommige kinderen maakten dan een tekening van een dokter, maar ik tekende mijn moeder rokend, liggend op bed onder een deken. Die ­tekening zit ook in mijn boek. Mijn moeder heeft die tekening altijd bewaard. Dat vind ik fascinerend, want eigenlijk is het heel kut."

De verschrikkelijke jaren 80
"Ja, de titel van mijn roman, en dus een verwijzing naar die periode. Het is toch gek dat mijn juf na zo'n tekening niet even een gesprekje aanknoopt met mijn moeder? Dat zijn voor mij de verschrikkelijke jaren tachtig: nobody cares. Kinderen droegen geen autoriem, iedereen rookte of blowde gewoon waar wij bij waren;
het maakte allemaal niet zo veel uit."

"Die vrije insteek in de opvoeding was ergens ook heel fijn. Als ik nu zou opgroeien, met Instagram en Facebook... Kinderen van 6 hebben vlogs! Ik zou niet weten hoe je je daartoe moet verhouden."

"Ik deed letterlijk niks in die tijd. Volgens mij had ik ook niet eens hobby's. We speelden niet graag buiten, want we waren bangig aangelegd. We zaten gewoon binnen. Ook als ik terugdenk aan de muziek of hoe mensen eruitzagen: allemaal verschrikkelijk."

De geweldige jaren 90
"Toen begon mijn leven, denk ik. Eind jaren ­zeventig ben ik op de wereld gedropt, maar tot de jaren negentig heb ik niks bijgedragen. Vanaf de jaren negentig heb ik pas het idee dat ik invloed heb gehad op wat er gebeurde."

Wart (1)
"Mijn tweelingbroer, dus. Wij zijn laatbloeiers. Op school werd ons vaak gevraagd wat we wilden worden, maar ik had geen idee. In de jaren negentig zijn we voor het eerst aan toneel gaan doen. Wart zat bij Jeugdtheater Hofplein, maar ik mocht daar niet bij omdat onze ouders vonden dat we nooit hetzelfde mochten doen."

"Ik speelde op een gegeven moment trompet en dat mocht Wart dan niet. Ging hij dwarsfluit spelen, haha. Ik moest uiteindelijk naar de ­toneelclub op school - een heel trieste club. Daarom is Wart een betere acteur geworden."

Walters hemel
"Mijn eerste toneelstuk! Wart ging op een gegeven moment naar de pabo, gek genoeg. Daar voelde ik niks voor, ik wilde verder op het toneel. Op Vlieland kwam ik toen Jan Rot tegen. Hij zocht een jonge jongen die een verstandelijk gehandicapte kon spelen. Ik was toen een jaar of 18, speelde ik ineens in een stuk van Martine Bijl, onder regie van Berend Boudewijn."

"Mijn personage ging voor de pauze al dood, dus ik moest altijd een uur wachten, om aan het einde van het programma terug te komen voor het ­applaus. Ik herinner me de verbazing van mensen die toen pas zagen dat ik niet écht achterlijk was. Dat vond ik wel tof."

Rooyackers, Kamps & Kamps
"Op de dramaschrijfschool in Utrecht leerde ik Bor Rooyackers kennen. We wilden een ca­baretprogramma maken, maar vonden allebei dat we samen niet grappig genoeg waren. Ik zei dat ik nog wel een grappig broertje had dat zat te verpieteren op de pabo. Ik heb hem gered, ­begrijp je?"

"Wart wilde in eerste instantie niet, maar uiteindelijk wonnen we de publieks- en de juryprijs op het Amsterdams Kleinkunst ­Festival. Met Rooyackers, Kamps & Kamps hebben we vijf shows gemaakt, in twaalf jaar. Een heel toffe periode, maar het voelt alweer heel lang geleden."

Dikke darm
"In de periode dat we met Rooyackers, Kamps & Kamps toerden, was ik vaak ziek. Ik had een ontsteking aan mijn dikke darm. Dat heeft zo'n zeven jaar geduurd. Telkens na een paar maanden toeren, stortte ik volledig in. Daar heb ik mijn moeder lang de schuld van gegeven omdat ik voelde dat die ziekte veroorzaakt werd door mijn gepieker. Die aandoening, colitis ulcerosa, kan een psychomatische aanleiding hebben."

"Op enig moment is mijn dikke darm eruitgehaald. Dat kon, blijkbaar. Had die dokter ook eerder mogen doen. De functie wordt overgenomen door je dunne darm. Je zit wel vijfhonderd keer per dag op het toilet, maar het is beter dan ziek zijn. Ik heb nu een heel duur toilet waar je geen toiletpapier hoeft te gebruiken. Het spuit schoon en föhnt droog. Zag ik een keer tijdens een vakantie in Thailand. High-tech shit."

Winkelangst
"Tot mijn dertigste durfde ik niet naar binnen bij kledingwinkels omdat ik bang was voor verkopers. Mijn moeder riep altijd, meteen als we een winkel binnenkwamen, keihard naar de verkopers: 'Deze jongen wil graag een nieuwe jas!' Terwijl ik gewoon rustig wilde kijken. ­Daardoor ben ik heel lang bang geweest voor verkopers."

"Ik wil trouwens niet te veel afgeven op mijn moeder, hoor. Ze is altijd heel lief geweest, maar doordat ze manisch was, fluctu­eerden haar emoties heel erg. Daarom zijn Wart en ik door verschillende mensen opgevoed; we reisden met een tasje op onze rug van mijn moeder, naar mijn vader, naar mijn tante, naar mijn lerares. Mijn moeder heeft daar nu spijt van."

"Het gaat ook goed tussen ons, maar het heeft lang geduurd voor ik normaal naar haar kon kijken, snap je? Ik moest eerst inzien dat ze het niet slecht bedoelde, maar het gewoon niet kón."

Philip Freriks
"...ik ben je bitch niet. Haha. Dat is een nummer dat ik met Arjen Lubach heb gemaakt toen we samen optraden als het Monica da Silva Trio. Arjen kende ik van de cabaretgroep Op sterk water - Wart had die naam bedacht, als ik me niet vergis. Arjen en ik vonden Flight of the Conchords leuk - twee mannen met een gitaar­tje - en zoiets wilden we in het Nederlands doen."

"Dat werd het Monica da Silva trio, waarbij de grap was dat Monica zelf er nooit bij was. Philip Freriks heeft trouwens nooit gereageerd op dat nummer, maar ik weet dat hij het wel ­gehoord heeft. Arjen en ik hebben drie programmaatjes gemaakt, veelal op De Parade, maar we hebben ook op Lowlands gestaan. Maar nu is Arjen een of andere show gaan doen. Een vage onemanshow, ergens in de marge."

Wart (2)
"Ik heb door de jaren heen heel erg veel met Wart gemaakt. Hij is zich op een gegeven moment gaan richten op acteur worden, terwijl ik een jaar of vijf geleden meer ben gaan schrijven en regisseren. Ik weet niet of het nodig was om wat meer los van elkaar te zijn; onze vriendengroepen zijn ook redelijk verklonken."

"Wart en ik zijn altijd heel eerlijk tegen elkaar. Omdat je tweeling bent, kan dat, denk ik. Er zit nul filter. Dat is aan de ene kant prettig, maar het kan ook heftig zijn. Hij heeft mijn boek nog niet gelezen, want hij is altijd zó kritisch. Ik weet zeker dat hij alsnog gaat zeggen: waarom heb je deze zin niet zó geschreven?"

"We hebben ook gewoon veel gelijkenissen. Als we op een feestje zijn en hij doet nepaardig tegen iemand, zie ik het meteen. Dat is grappig; elk leugentje en elke onzekerheid komt boven."

Missie Aarde
"Ik ben al mijn hele leven fan van sciencefiction. Van Star Trek: The next generation kan ik ­elke zin letterlijk meepraten. Ik liep al lang rond met een idee voor een Nederlandse science­fictionserie. Dat werd verkocht aan de VPRO. Het moest een beetje The Office meets Star Trek zijn. Ik had nog nooit geregisseerd, ook al was ik daar bij Rooyackers, Kamps & Kamps wel het meest mee bezig van ons drieën."

"Met Missie Aarde heb ik mezelf echt naar voren gebluft. Het eerste seizoen vond ik niet zo, maar het lukt me wel om naar het tweede te kijken. Regisseren is iets wat ik de komende jaren meer wil doen."

FC Blijdorp
"Ik rijd nog steeds elke zondag naar Rotterdam om te voetballen. Ik ben heel, heel slecht. Ik zit in een vriendenteam en dat is ook de reden dat ik af en toe kan spelen. In Amsterdam zou ik niet weten welk team mij wil hebben. Ik zeg bij aankomst altijd: jongens, ik kom helemaal uit Amsterdam. Maar het levert me niet vaak een basisplek op."

Alexander Rinnooy Kan
"Zeggen mensen hier weleens dat ze degene die voor hen op de Klapstoel zat een klootzak vinden? Ik vind hem namelijk een óntzettende klootzak. Echt een lul. Wat doet hij ook alweer? Nee, geintje. Ik ken hem niet."

De verschrikkelijke jaren tachtig van Tim Kamps verschijnt 4/10 bij Lebowski, € 21,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden