PlusInterview

Tim den Besten: ‘Ik heb lesgeven finaal onderschat’

Nicolaas Veul en Tim den Besten gaven vier maanden les als ‘bijzonder stagiair’. ‘Zo’n klas is een apenrots en je moet als leraar je positie veroveren. Beeld Diederick Bulstra
Nicolaas Veul en Tim den Besten gaven vier maanden les als ‘bijzonder stagiair’. ‘Zo’n klas is een apenrots en je moet als leraar je positie veroveren.Beeld Diederick Bulstra

Tim den Besten en Nicolaas Veul gaven vier maanden les op een middelbare school. Het leraarschap viel ze vies tegen, maar leverde ook bijzondere momenten op.

“Jullie gaan het zwaar krijgen,” zegt de schooldirecteur van de scholen­gemeenschap in Lelystad in de eerste aflevering van 100 dagen voor de klas tegen Tim den Besten en Nicolaas Veul. En zwaar kregen ze het. Trillend en met klotsende oksels stonden ze voor de klas, lessen waar uren voorbereiding in zaten liepen compleet in de soep, soms keerden alle leerlingen zich tegen hen. En soms was het volgende lesuur dan weer fantastisch.

Den Besten en Veul gingen vaker samen een televisie-experiment aan. Ze filmden zich 18 dagen lang 24 uur per dag voor de documentaire Superstream Me en woonden een maand in een verzorgingshuis voor het programma Oudtopia.

Voor 100 dagen voor de klas gaven ze als ‘bijzonder stagiair’ Nederlands (Den Besten) en geschiedenis en maatschappijleer (Veul) vier maanden les. Den Besten: “Het onderwijs staat al zo lang onder druk, ik weet niet beter dan dat er een tekort is aan leraren, dat docenten klagen over de werkdruk, dat er gestaakt wordt. Wij wilden laten zien wat het inhoudt om leraar te zijn.”

Cursus zijinstromers

Het zoeken van een school die wilde meewerken was al een hele klus, vervolgens moesten de ouders en de leerlingen er ook mee instemmen dat ze gefilmd werden, en Den Besten en Veul moesten de cursus voor zijinstromers volgen.

“Ik heb het lesgeven finaal onderschat,” zegt Den Besten. “Ik dacht dat ik er best goed in zou zijn, maar blijk totaal ongeschikt om overwicht te hebben en het overzicht te bewaren. Ik wilde vooral aardig gevonden worden. De leerlingen zagen mij als een clown, niet als iemand naar wie ze hoefden te luisteren.”

Veul bleek meer in de wieg gelegd voor het leraarschap. “Maar er waren ook lessen waarin ik compleet onderuit ging. Dan ben je constant bezig met orde houden, zorgen dat de kinderen hun telefoon wegdoen, hun muts afzetten, stil zijn. En toen was er een jongen die een goudvis in een plastic zakje tevoorschijn haalde. ‘Een cadeau voor Kevin, die is jarig,’ zei hij. Dan wil je ook niet de belabberdste zijn, dus ik ging voor hem zingen. Heel de klas lachen, natuurlijk was Kevin niet jarig. Je kunt dan wel janken, de klas loopt echt over je heen. En je moet nog een uur door, en daarna weer een nieuwe klas.”

Veul bereidde al zijn lessen grondig voor. In het weekend was hij urenlang bezig met het doornemen van de lesstof, het maken van powerpointpresentaties, het zoeken van filmpjes. Een duidelijke structuur, regels stellen, consequent zijn, je niet uit je tent laten lokken, dat werkt het beste. “Zo’n klas is een apenrots en je moet als leraar je positie veroveren.”

Het vorige televisieproject van Veul heette Pisnicht the movie; hij en Den Besten vallen op mannen. De schooldirecteur had al gewaarschuwd dat je dan als docent met een achterstand begint. Veul: “Vooral jongens schelden elkaar voortdurend uit voor homo, alles wat maar op kwetsbaarheid lijkt is ‘gay’. Tegelijkertijd zeggen veel meisjes dat ze panseksueel zijn. Soms lukt het daar met een klas over in gesprek te gaan, net als dat we mooie discussies over racisme en over Zwarte Piet hebben gevoerd.”

Enorme toewijding

Veel goede bedoelingen gaan echter ten onder in de enorme werkdruk. Veul: “Lesgeven, orde houden, toetsen maken, nakijken, oudergesprekken voeren, het kost zoveel tijd en energie.”

Den Besten en Veul waren diep onder de indruk van de docenten die ze aan het werk zagen. Den Besten: “Ze ademen het leraarschap, zijn door en door toegewijd aan hun vak. Ik blijk er niet geschikt voor te zijn, en toch zou ik het mensen aanraden.” Veul: “Het klinkt cliché, maar je kunt echt wat voor kinderen betekenen. Als je eenmaal een veilige omgeving voor ze hebt gecreëerd, durven ze zichzelf ook te laten zien. Een meisje van twaalf verteld me dat ze homoseksuele gevoelens had, en gaf me als cadeau een doosje in regenboogkleuren.”

Een feestelijke voorvertoning van de serie op de school is door de coronamaatregelen niet mogelijk, maar Den Besten en Veul hopen dat de huidige crisis, en misschien ook hun serie, het onderwijs toch iets goeds brengt: dat het onderwijs, als ‘vitale sector’, eindelijk de beloning en het respect krijgt die het verdient.

De eerste aflevering van de zesdelige serie 100 dagen voor de klas (VPRO), is vanavond om 21.00 uur te zien op NPO3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden