Plus Column

Tijd om naar huis te gaan, iedereen vertrekt

Theodor Holman. Beeld Wolff

De kerstborrel begon met een toespraak waarin het verleden door een beregend vensterglas werd bekeken en de toekomst werd voorgesteld als een rozevingerige dageraad.

Kijk, Martin van Amerongen (1941-2002) stapt op dat moment van zijn stoel en zegt tegen mij: "Und jetzt Schnapps und Brötchen." Waarom hij dat in het Duits zegt, weet ik niet, maar ik haal een wodka voor hem.

Daar komt Martin Bril (1959-2009) binnen met in zijn kielzog Theo van Gogh (1957-2004). "Ga je weer zo raar lachen als een varken?" vraagt Ischa Meijer (1943-1995). Theo begint inderdaad te lachen als een varken. Bril neemt een martini met ijs.

"Zie je wel dat je niet koosjer bent," zegt Ischa en daardoor moet Theo nog harder lachen. Ik onderhoud me met Lodewijk de Boer (1937-2004). We praten over Indië. Ik loop naar een ander groepje met de dichter Bernlef (1937-2012) en Gerrit Kouwenaar (1923-2014) en zeg tegen Kouwenaar: "Dag buurman!" "Dag buurman," antwoordt hij, want hij weet dat ik tegenover hem in de Jacob Obrechtstraat ben geboren.

Op dat moment komen Gerrit Komrij (1944-2012) en zijn vriend Charles binnen. Ze gaan straks naar Arti, of ik ook kom. Ik vraag aan Komrij hoe hij mijn gedichten in Maatstaf vond. Hij zegt: "Ik dacht: aap, wat heb je mooie jongen."

Iedereen wordt al aardig dronken. Ik vertel trots dat ik Annie M.G. Schmidt heb geïnterviewd (1911-1995). Tijdens het interview zei Annie tegen mij: "Mijn zoon vertelde me dat het heelal krimpt. Ik dacht meteen: waarmee zou het heelal gewassen zijn?" Ik ben vergeten om dat in het interview te zetten.

Kijk, daar is Nico Scheepmaker (1930-1990). Hij zegt dat Karel van het Reve (1921-1999) ook zo komt en verspreidt vervolgens de roddel dat als Karel de orgelman een kwartje wil geven, hij een gulden in het mansbakje doet en drie kwartjes terug wil. Hé, verdomd, daar is Hugo Brandt Corstius (1935-2014) en is dat niet Renate Rubinstein (1929-1990), die me zegt dat roddel misselijkmakend is?

Ik vind het leuk om met iedereen een praatje te maken. Ik geef Johnny van Doorn een tientje (1944-1991) en groet op afstand Joost Zwagerman (1963-2015).

Dan wordt het tijd om naar huis te gaan. Iedereen vertrekt.

Als ik buiten sta, sneeuwt het licht.

Ik kijk omhoog.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden