Tijd om iets terug te geven

Theodor Holman Beeld Wolff

Wij, drie baby­boomers, zitten in een goed restaurant in Modena, in Italië. (Een babyboomer is iemand die vroeger alles wilde maar niks kon en nu alles kan maar niks wil.)

We proeven de heerlijke gerechten, maar ik zie dat B. iets ingewikkelds doet met zijn gebit waar ik niet naar durf te vragen, maar dat wel mijn eetlust verpest.

F. zit naast hem. Vroeger was zij een stuk, nu een stuk ouder en met een geheimzinnige ziekte. Deed ze vroeger nooit een mond open omdat ze alleen maar mooi wilde zijn, nu zwijgt ze vanwege die kwaal van haar. Iets met haar darmen. En ze kijkt ook of ze die voortdurend in de gaten houdt. Of de centrale elk moment kan ontploffen.

"Je hebt een nieuwe hond, is het niet?" vraagt B.

Ik kom met verhalen over mijn lieve onhandelbare straatjochie en illustreer ze met filmpjes op mijn iPhone.

B. lacht sympathiek met me mee; F. probeert de interne luchtkleppen wat bij te stellen. Er schijnt daar iets vast te lopen.

Ik bedenk dat onze gesprekken vroeger altijd over cultuur gingen, maar dat pad lijken we niet meer op te durven.

"Nog kunst gekocht?" vraag ik.

"Verkocht," antwoordt B.

F. ziet haar kans schoon om ook iets bij te dragen aan het gesprek, terwijl ze voor pakweg vijftig euro aan eten op haar bord onaangeroerd laat en zegt: "We vonden het nu de tijd om iets terug te geven, iets goed te maken en ook een heel klein beetje iets voor onszelf te doen."

De zin klinkt als een mooie grammaticale turnoefening, maar ik zou er toch geen hoog cijfer voor geven.

"We hebben de zeventiende eeuw verkocht en het geld aan een stichting gegeven die zich bezighoudt met wetenschappelijk onderzoek rond de ziekte van F. We hebben verder een huis gekocht voor An en ik heb mezelf een Ferrari cadeau gedaan. Daarom ben ik ook hier in Modena. De stad van de Ferrari."

Hij legt iets uit dat me van bekaktheid pijn doet, maar ik knik en laat me zelfs een hypocriet 'Verstandig' ontvallen.

Anderhalf uur later loop ik enigszins verdrietig door Modena naar mijn hotel. Het is alsof we over een zwarte loper naar de uitgang liepen in plaats van te dineren in een toprestaurant waar ik me al een jaar op had verheugd.

Waar zijn we onze vriendschap verloren?

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden