Tien jaar geëist tegen Kok

ROTTERDAM - Tegen Amsterdammers Mink Kok (46) en Rusky R. (42) is tien jaar cel geëist voor hun betrokkenheid bij de liquidatie van hasjhandelaar Jaap van der Heiden, die op 10 april 1993 met een bom werd gedood in Alkmaar.In het slepende proces tegen de twee belangrijkste nog levende verdachten had officier van justitie Saskia de Vries gisteren eigenlijk vijftien jaar cel willen eisen tegen de vermeende opdrachtgever Kok. Volgens haar staat daaraan echter een weinig gebruikt wetsartikel in de weg.

Artikel 63 in het Wetboek van Strafvordering schrijft voor dat een verdachte niet meer straf mag krijgen dan het maximum dat zou gelden als justitie alle strafzaken tegen hem tegelijk had aangebracht. Kok is sinds de moord van veertien jaar geleden al tweemaal veroordeeld voor grote wapen- en drugsvondsten, tot 6,5 en 3,5 jaar cel. Die tien jaar cel moet de rechtbank volgens De Vries daarom in mindering brengen op de twintig jaar cel die ze zou kunnen eisen.

''Het strafmaximum voor moord was in 1993 levenslang of een tijdelijke gevangenisstraf van twintig jaar,'' zei De Vries in haar requisitoir. ''Dit plaatst mij voor een enorm dilemma. Een Kok nog op te leggen tijdelijke straf (van de overgebleven tien jaar cel) staat in geen verhouding tot de ernst van de feiten. Een levenslange celstraf is echter niet redelijk.''

Door de manoeuvre vraagt justitie nu evenveel straf voor Kok en R., terwijl Koks rol bij de moord volgens het openbaar ministerie groter was dan die van R.

Officier De Vries acht bewezen dat Kok en R. Jaap van der Heiden tijdens zijn paasverlof uit de gevangenis hebben vermoord met een bom aan zijn voordeur. Ze deden dat samen met de inmiddels zelf geliquideerde criminelen Jan Femer en Jules Jie en met enkele anderen tegen wie te weinig bewijs is gevonden. Motief zou een conflict zijn om een grote partij drugs, plus de verdenking dat Van der Heiden met de politie sprak.

Hoewel ze toegeeft dat het onderzoek naar de moord ook na veertien jaar nog 'witte vlekken' vertoont, voert officier De Vries drie soorten bewijs aan tegen Kok en R.: materiaal dat is gevonden op de plaats van de moord, getuigenverklaringen en de telecomgegevens die volgens haar aantonen dat de groep daders op de dag van de moord op en neer reisde van Amsterdam naar Alkmaar.

Zowel die getuigenverklaringen als die telecomgegevens zijn omstreden.

Van de drie criminele getuigen die justitie opnam in een beschermingsprogramma, had justitie Peter D. al laten vallen, omdat hij onbetrouwbaar was gebleken. Ook de verklaringen van overvaller Mike V. en drugshandelaar Hesdy B. bevatten tal van ongerijmdheden, maar De Vries ziet voor hun relaas op belangrijke onderdelen ook ondersteunend bewijs.

Met een powerpointpresentatie zette ze uiteen hoe de telefoons van Kok en vier medeverdachten in haar ogen verraden dat de sleutelspelers tijdens de moord in Alkmaar waren. Een deel van die telecomgegevens had na de IRT-affaire rond de ongeoorloofde opsporingsmethoden moeten zijn vernietigd, maar dat is niet gebeurd. Ze kunnen volgens De Vries alsnog dienen als bewijs.

Morgen en vrijdag houden de advocaten hun pleidooien, op 20 juli doet de rechtbank uitspraak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden