'Thuis vroeg ze zich af waarom zíj eigenlijk weg moest'

Het was nog vroeg, een uurtje of zes, maar in restaurant De Aardige Pers in de Tweede Hugo de Grootstraat begon een groep dames - kort haar, paarse spoeling, hier en daar een telefoon op tafel - reeds aan het hoofdgerecht.

Eva Hoeke Beeld Het Parool

Een Iraanse serveerster bracht schalen aubergine, kip, lamsvlees en tzatziki, een collega bracht cola light en appelsap. Eén vrouw bestelde Fristi. Daarna nam het hoofd van de tafel, toevallig ook de enige man in het gezelschap, het woord.

'Beste Ingrid,' zei hij terwijl hij ging staan, zijn knieholtes tegen de stoelzitting. 'We zijn hier vandaag bijeen gekomen om jouw afscheid toch nog een beetje feestelijk in te kleden. We vinden het heel jammer dat je ons moet gaan verlaten en je mag gerust weten dat ik daar persoonlijk de nodige hoofdbrekens over heb gehad.'

Hij zweeg even om de zwaarte van zijn besluit te laten doordringen. Aan het eind van de tafel keek bedoelde Ingrid hem met dikke ogen aan. Ze was een kleine, gedrongen vrouw en straalde in alles uit dat zij er óók niets aan kon doen.

'Maar beste Ingrid,' vervolgde de man, 'dat wil niet zeggen dat we je niet zullen missen. Je gezelligheid, je teamspirit en je collegialiteit: daar zou menigeen een voorbeeld aan kunnen nemen.' Ingrid sloeg haar ogen neer, dat was toch normaal, zouden anderen ook doen. Ondertussen hield de vrouw van de Fristi de serveerster aan: hadden ze ook gewone mayo?

'En daarom,' zei de man, hij had inmiddels vochtige plekken onder zijn armen, 'daarom bieden wij jou dit etentje aan. We hopen dat jij snel, het is naar ik begreep nog niet gelukt, een nieuwe baan zult vinden.' Daarop overhandigde hij haar een pakket van rode linten en knisperend cellofaan. 'Alstublieft,' zei hij terwijl hij haar een stevige hand gaf. 'Van de hele afdeling.' In het pakket zaten een envelop, een fles badschuim en een rode mok. Er stond hello op. Toen was Ingrid zelf aan de beurt. Ze dook onder tafel en kwam weer tevoorschijn met een bouwwerk van bloemen en harten.

'Lieve collega's,' begon ze met rode wangen. 'Ik zit nu twee weken thuis, en ik zal eerlijk zeggen: dat valt niet mee.' De vrouw naast haar pulkte aan een onzichtbaar pluisje op haar trui. 'Dat komt natuurlijk niet alleen door het ontslag. Als Jan niet...' Ze stokte.

'Nou goed, jullie weten dat ik graag wat mag fröbelen en daarom heb ik dit voor jullie gemaakt. Ik zou het leuk vinden als jullie er een mooi plekje voor zouden vinden op de afdeling. Dan kunnen jullie nog eens aan me denken, zo af en toe.'

Er steeg een klein applaus op, ze verschoot ervan. Even verderop ging het gesprek weer over het weer, de vakantie en de koters. Een collega met een loombandje om haar pols zei dat ze twee weken naar Curaçao ging. 'Ik zie het hier niet meer gebeuren, hoor, met dat weer.'

Daarna werd Ingrid op de schouders getikt. Het was de buurvrouw. 'Wij konden er ook niks aan doen,' zei ze met een verontschuldigend gebaar. Ingrid glimlachte.

Thuis zou ze zich afvragen waarom zíj eigenlijk weg moest.


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden