Plus PS

Thuis bij circusfamilie Boltini: 'Deze vorm van wonen is ons ­bestaan'

Conny (62) en Maria Hendriks (69) werkten jaren in het rondreizende circus van hun oom Toni Boltini. De zussen zijn bang dat ze na 24 jaar hun woonwagens in het Westelijk Havengebied uit moeten.

Conny Hendriks voert haar honden stukjes brood met paté, rechts zit Maria Beeld Dingena Mol

Bij de deur van de woonwagen van Conny Hendriks hangt een bordje: 'Hier doe je je schoenen uit, drink je ­koffie, mag je ruzie maken, vergeef je elkaar'. Dat zijn zo een paar van die regels om bij elkaar in woonwagens te kunnen wonen.

"Deze is de belangrijkste," zegt ­Hendriks. Ze tikt op de laatste regel. "Dit leven is niet voor iedereen," weet ze. "Je woont met elkaar, maar je moet ­elkaar ook kunnen vrijlaten. Het is een levensstijl die je haast niet uit kunt leggen."

Circusbestaan
Conny en haar zus Maria Hendriks, die twee deuren verder woont, werden in het circusbestaan geboren. "We kennen niet anders."

Hun oom was de Toni ­Boltini (1920-2003), directeur van het gelijknamige circus. "Ik stond al in de piste toen ik nog in de buik van mijn moeder zat," zegt ­Maria Hendriks. "Zij was acrobate en beresterk. Geen vrouw waar je aan voorbijging. Ze was de 'onderman' in een omgekeerde menselijke piramide: dan stond ze met twee mensen op haar armen."

Ook Maria en Conny traden al van jongs af aan op. Ze deden van alles: koorddansen, trapeze, fietsacrobatiek, acts met afgerichte boerderijdieren. De zussen werkten tot in de jaren zestig in het ­beroemde circus van hun oom. Daarna reisden ze ­Europa door met verschillende acts bij 'ontelbare' ­verschillende circussen, van Tunesië tot aan Zweden. "Soms maar voor een week, soms een heel seizoen."

Festivalterrein naast de deur
De thuisbasis van de familie ­Hendriks is al 24 jaar het Westelijk Havengebied. De manier waarop de oude circusfamilie bij elkaar woont, wordt bedreigd. De ­gemeente Amsterdam is van plan pal naast hun woonwagenterrein een festivalgebied aan te leggen. De grond is al omgeploegd en afgevlakt voor het gras dat er moet gaan groeien.

Ze vernamen het bij ­toeval. Bart van der Jagt (77), de man van Maria en de vroegere spreekstalmeester, maakte in maart een ­wandelingetje en trof een man 'in de bosjes' naast hun terrein.

Het bleek een ambtenaar van stadsdeel Nieuw-West te zijn, die vertelde dat er plannen waren een groot festivalterrein bij de stad te maken.

De brief van de gemeente die hen in februari had moeten informeren over de plannen, bleek niet aan hen te zijn verstuurd. Schofterig, vinden ze op het woonwagenterrein. Conny: "Dit is een rafelrandje van de stad, maar wij zijn wel Amsterdammers."

Het is niet zo dat ze niets gewend zijn. De A5 loopt ­ongeveer door hun tuin, de havenindustrie, Schiphol; in het Westelijk Havengebied maakt bijna alles lawaai. "Maar de dreun van bassen douwt door. Je kunt je er niet tegen beschermen."

Tijgerwelpen in huis
Ironisch is het wel dat uitgerekend festivals de familie Hendriks nerveus maken voor de toekomst. Enkele familieleden verdienen hun geld met de verhuur van circustenten en ander materiaal aan festivals en evenementen.

Niemand van de familie Hendriks werkt meer als artiest in het circus, al getuigen de vele vrachtwagens en caravans op het terrein gevuld met tenten, circusvloeren en tribunes dat ze het circusleven allerminst vaarwel hebben gezegd. Het heeft zich alleen verplaatst naar de verhuur van circusmateriaal.

De gepensioneerde circusvarkens wonen naast Conny's woonwagen Beeld Dingena Mol

Conny Hendriks mist het circusbestaan nog elke dag, zegt ze. Maar een rondreizend circus zoals hun oom tot 1980 dreef, is haast niet meer te doen. Er komen te weinig mensen op af en het is een zwaar leven: opbouwen, een voorstelling geven, weer afbouwen en dezelfde nacht wegrijden.

Bovendien moet een traditioneel circus ook dieren hebben, vindt ze. Maar roofdieren en olifanten zijn sinds 2015 verboden in de piste, na een verbeten strijd van dierenbelangenclubs tegen de circussen.

Heel normaal
Bij circus Boltini hadden de lama's, zebra's, een giraf, een neushoorn en olifanten ooit eigen wagens. Of ze woonden bij hun bazen in huis. Zo had een tante twee chimpansees die 's avonds meeaten aan tafel. Hun oma had de leeuwen- of tijgerwelpen in huis, die ze de fles gaf. De neushoorn liep ook los, tot hij te groot werd.

"Die ging je gewoon halen bij de dierentuin," zegt Maria. ­"Hadden ze een tijger of een neushoorn over, of lag die lastig in de groep, dan kon je die kopen. Net als mensen nu een kat gaan halen in het asiel, haalden wij een tijger. Dat vonden wij heel normaal, maar alles is anders nu."

De enige dieren die Conny nu nog heeft, zijn haar vier hondjes en twee gepensioneerde circusvarkens die van een comfortabele oude dag genieten in de tuin naast de woonwagen. Slimme varkens zijn het. Vroeger waren ze zo gedresseerd dat ze op commando konden gaan zitten, een matje uitrollen of op een wip gingen staan. "Maar een ­varken kan je geen salto laten doen."

"Het circusleven is leuk, maar ook een business met veel risico. Het circus is echt een bedrijf. Je houdt ­ervan of niet, een tussenweg is er niet," zegt Conny.

Hechte familie
"Het betekende soms tot je knieën in de modder staan en het volgende moment met een stralende lach je act moeten presenteren. Zie dan maar eens schoon aan te komen in de piste, met je gezicht in de make-up, je glitterpak al aan." "Dat gaat moeilijk op gummilaarzen," vult Maria aan.

Het gereis betekende dat de hechte familie elkaar lange tijd niet kon spreken. Conny: "Moest ik bij een vriendin in Madrid een dag wachten tot mijn zus me kon bellen uit Zweden. Mijn andere zus, José, werkte als clown in Italië. Pas toen de kinderen naar school gingen, kwamen we ­terug."

"Als de ene zus op pad was met het circus, zorgde de andere voor de kinderen." Dat is een van de redenen waarom het terrein in het Westelijk Havengebied de familie zo dierbaar is, na jaren ver uit elkaar ­geleefd te hebben. "Nu woont bijna de hele familie bij ­elkaar."

Uitsterfbeleid
In een huis wonen, daar moet niemand aan denken. "Dat wordt mijn dood," zegt Van der Jagt. "De ­gedachte dat je je huis niet mee kan nemen, dat je in de drukte zit in de stad, of op een flat - dat is een nachtmerrie."

Maar vlak naast een festivalterrein wonen, gaat ook niet. Een andere plek dan? Ook die is niet zomaar gevonden, de overheid hanteert een 'uitsterfbeleid' voor woonwagenkampen: nieuwe mogen er niet bijkomen.

"Het voelt als oorlog voeren," zegt Maria. "We hebben ­altijd gestreden om te kunnen zijn wie we zijn. Het hoe of waarom doet niet ter zake. Deze vorm van wonen is ons ­bestaan."

De familie werkt niet meer in het circus, maar verhuurt nog wel circusmateriaal Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden