Plus Cabaretrecensie

Thomas Acda solo: uitstekend zelfhulpcabaret

De eerste solovoorstelling van Thomas Acda klinkt als een huis, maar niet alle liedjes beklijven de eerste keer dat je ze hoort.

Thomas Acda is prima bij stem en wordt bijgestaan door uitstekende muzikanten. Beeld Bob Bronshoff

Het is de vraag of Thomas Acda er ooit beter en gezonder uit heeft gezien dan nu, op zijn 51ste. Hij stopte met roken, viel een kilo of vijfentwintig af en is duidelijk rustiger geworden. Zijn hele houding heeft iets ­resoluuts. Het nihilisme dat in de ­jaren met Paul de Munnik soms aan hem kleefde, is volledig verdwenen.

Dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Motel, Acda's eerste solovoorstelling, vertelt een klassiek verhaal van vallen en opstaan. Van iemand die de bodem heeft gezien (en dáár nog een gat in zag) en vervolgens van zijn eigen puzzelstukjes een plaatje moest zien te knutselen.

Het is geen sentimenteel, laat staan pathetisch verhaal. Acda weet hoe je lijden literair maakt. Door het concrete te vernevelen. Door niet alles in te vullen.

Gekkenhuis
Hij heeft het perfecte decor voor zijn vaak poëtische reis: een vliegveld, die prachtige plek waar je moederziel ­alleen kunt zijn tussen drommen mensen, maar ook surrealistische nachten door kunt brengen met schelle muziek en verlaten toiletgroepen.

Acda rijdt er rond op een hoverboard, waarmee hij soms een stijve loopband simuleert en soms juist zwierig over het podium danst wanneer hij over zijn vader vertelt, die er na vijftig jaar alleen voor staat. Een gouden vondst, dat hoverboard. Het maakt de verhalen zowel dynamisch als luchtig.

Acda is prima bij stem en wordt bij­gestaan door de uitstekende muzikanten David Middelhoff (gitaar) en Laura Trompetter (percussie). Motel klinkt dus als een huis, maar niet alle liedjes beklijven de eerste keer dat je ze hoort.

In een voorstelling vol persoonlijke gedachten valt Ik hoop dat je kat sterft, over hoe onaardig we op sociale media met elkaar omgaan, zelfs behoorlijk uit de toon. Dat zou van talloze andere cabaretiers kunnen zijn en had best in de montage mogen sneuvelen.

Motel
Door Thomas Acda
Gezien 20/12, DeLaMar Theater
Te zien t/m 30/12, aldaar; 13/2, Schouwburg Amstelveen

Inhoudelijk is wat Acda vertélt ook vaak interessanter dan wat hij zingt. Hij was altijd bang te laat te zijn, tot hij merkte dat er dan niets gebeurt. Juist als je te vroeg bent, schep je ruimte voor onaangename verrassingen.

Goed, dat is wat anekdotisch, maar hij beschouwt ook zijn eigen ­leven en geluk door het lot van een jeugdvriend af te zetten tegen dat van hem. Erik zit in een gekkenhuis, Thomas komt op bezoek. Of toch andersom? Dat Acda de succesvolle van de twee zou zijn, is immers maar een kwestie van perspectief.

Een aanvankelijk wat muf verhaal over zijn rol in de musical Fiddler on the Roof mondt ook uit in stevige zelfreflectie, net als een prachtige ontmoeting in Schotland waarvan je alleen maar kunt hopen dat hij hem niet heeft verzonnen.

Je zou Motel zelfhulpcabaret kunnen noemen, maar dan wel van het betere soort. Acda is in het eerste lied nog een door zijn ego geobsedeerd mens. Daarna klapt hij langzaam open, zonder expliciet tot een voor­gebakken conclusie te komen.

Of het moet de conclusie zijn die in de mooiste zin van de avond schuilt: 'sterven in je eigen armen kun je niet'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden