Plus

Therapeuten over moederbanden

Therapeuten zien veel volwassenen die problemen hebben met hun moeder. De band is vaak intens en roept ingewikkelde emoties op: jaloezie, verering, verwaarlozing of juist verstikking.

Beeld Andrea Wan

Vijf stellingen over de complexe relaties tussen moeders en kinderen. 'Wat je ook doet, je lijkt altijd wel wat aan te richten als moeder.'

1. De band met je moeder is uniek

"Je plooit je als baby naar je moeder, dat begint al bij de eerste zucht," zegt de Amsterdamse Iki Freud, psychoanalyticus gespecialiseerd in moederbanden en verre familie van Sigmund Freud. "Omdat ze de vrouw is die ons eerst in zich draagt en ons ter wereld brengt, kan het niet anders dan een unieke band zijn die we met haar hebben."

Toch hameren psychologen erop dat het idee dat een kind niet zonder de biologische moeder kan, niet klopt. Dat maken alleenstaande vaders, stief- en adoptieouders steeds duidelijker. "Een kind kan perfect een goeie eerste band opbouwen met iemand die niet zijn of haar eigen moeder is, zolang er sprake is van hechting en intimiteit," zegt professor gezins- en orthopedagogiek Guy Bosmans.

Kinderpsychiater Peter Adriaenssens is verbaasd dat het idee dat de moederband uniek is anno 2016 nog bestaat. "Een kind heeft een unieke band met iedere opvoeder. Zeker nu vaders meer een rol spelen, wordt dat duidelijk," zegt Adriaenssens.

Wel laat die grotere betrokkenheid van mannen nog meer de verschillen zien, zoals hoe de moeder meestal beter emoties detecteert en de vader doorgaans sterker is in praktische zaken. "Die verschillen zijn belangrijk. Dat wil echter niet zeggen dat een kind niet zonder de biologische moeder kan: vrienden en familie kunnen een afwezige moeder of vader vervangen.

Maar wanneer de vrouw die ons op de wereld zet ook de eerste is met wie we een affectieve band opbouwen, ontstaat een zeer sterke connectie, zowel fysiek, psychologisch als mentaal. Hersencellen van volwassenen die een foto van hun moeder zien, vertonen meer activiteit dan wanneer ze een foto van een geliefde beroemdheid of van hun vader zien. Ook de stem van de moeder, die een baby bij de geboorte al herkent, maakt op biologisch niveau meer los dan een andere stem.

"Het blijkt dat de amygdala (een deel van de hersenen dat emoties en vooral angstreflexen verwerkt) van de moeder 's nachts actiever is dan die van de vader wanneer de baby huilt," zegt Bosmans. En omdat de moeder de baby droeg en de eerste is met wie een kind doorgaans een relatie aangaat, heeft ze een grote macht. "We worden geboren met de behoefte ons te hechten, meteen. De huid en de stem van de moeder zijn krachtig cement," zegt Adriaenssens. "Zelfs een kind dat mishandeld is, zal de moeder blijven aanklampen. We zoeken bescherming, ook al is die mank."

Door die eerste connectie maakt de moeder ook de meeste emotionele aanspraak op haar kind. Hoe dat verloopt, kan een leven lang doorwerken. Iki Freud: "Zodra een kind geboren is, projecteert een moeder onbewust eigen verlangens op hem of haar. Tijdens de zwangerschap heeft ze een fantasiebeeld van het kind gemaakt maar het eigenlijke kind beantwoordt daar niet aan. Het is niet blond en kalm maar donker en heftig. Een moeder moet vaak aan haar baby wennen en leren kennen."

Onderzoek toont dat de impact van het eerste emotionele contact bepalend is voor latere liefdesbanden. "Een ongeruste moeder verdraagt slecht dat haar kind haar niet continu nodig heeft. De baby probeert onbewust aan haar verlangens te voldoen en kan niet zonder haar. Zo'n baby slaapt vaak licht en huilt vaker, wat de moeder extra angstig maakt," zegt Freud. De band wordt al gauw te intens.

Ander voorbeelden: de moeder met een postnatale depressie. Freud:"De baby voelt de stemming van de moeder haarfijn aan. Hij probeert haar op te vrolijken, dat kan een levenslang patroon worden. En een moeder die een baby overprikkelt en steeds contact wil, maakt juist dat hij zich afwendt. Het kind kan de moeder als te beklemmend ervaren. Dat kan leiden tot een patroon van terugtrekking."

Voor dit artikel vroegen we de volgende experts te reageren op vijf stellingen:

Iki Freud (psychoanalyticus gespecialiseerd in moederbanden, Amsterdam), Guy Bosmans (professor gezins- en orthopedagogiek, KULeuven), Nathalie Laceur (psychoanalyticus, UGent) en Peter Adriaenssens (kinderpsychiater, KULeuven) .

2. De band met je moeder bepaalt relaties met anderen

"Ik ben geen onzekere man en ik heb relaties, maar toch voel ik me bij vrouwen altijd een beetje ongemakkelijk, verlegen," zegt Bas. "Nu pas, op mijn 45ste, besef ik dat dat met mijn moeder te maken heeft. Ze is zo'n indrukwekkende vrouw. Vrijgevochten. Ondernemend. Ik denk dat ik vrouwen daardoor heel hoog inschat en altijd schroom voel."

Ook Vincent ziet pas op zijn 52ste hoe de band met zijn moeder zijn relaties met vrouwen beïnvloedt. "Meestal loopt het verkeerd af en dat komt omdat ik het slecht kan verdragen dat iemand dichtbij komt met emoties. Maar dat is natuurlijk een basisingrediënt van een relatie. Sinds mijn ouders op mijn veertiende zijn gescheiden, is mijn moeder erg op mij gaan leunen. Ik ben haar emotionele toeverlaat en dat verstikt me meer dan ik zou willen. Maar tegen haar in gaan lukt me nauwelijks."

Omdat we als kind allereerst van de moeder afhankelijk zijn, lijkt het logisch dat zij bepalender is voor hoe we later omgaan met relaties dan de vader. Iedereen lijkt het erover eens dat hoe vader en moeder met elkaar en met het kind omgaan, de relaties in het latere leven bepalen. En dat het inderdaad meestal zo is dat de moeder de 'veilige haven' is en de vader de 'brug naar de buitenwereld.' "Wanneer een moeder bijvoorbeeld angstig en onzeker is, komt het vaak voor dat een kind dat overneemt. Een vader kan dan een buffer vormen en dat afremmen," zegt Bosmans. Hij doet onderzoek naar de manier waarop we ons vanaf dag één hechten aan onze moeder en vader en hoe dat onze relaties met anderen beïnvloedt.

Een zogenaamd 'veilige' hechting komt erop neer dat je ervaart dat er voor je gezorgd wordt en dat je erop kunt vertrouwen dat die zorg er is wanneer nodig. "De aard, intensiteit en frequentie veranderen natuurlijk tijdens je leven, maar ook volwassen kinderen blijven het gevoel nodig hebben dat ze bij hun ouders terechtkunnen."

Minstens zo'n veertig procent van de volwassenen is 'onveilig gehecht', wat zich kan uiten in zich te angstig vastklampen aan anderen of juist in anderen niet toelaten: de basis van de meeste relatieproblemen. "We doen altijd alsof iedereen oké is, maar voor bijna de helft van de mensen is dat niet zo en dat heeft veel met gehechtheid te maken," zegt Peter Adriaenssens.

In het beste scenario is de moeder een soort 'tankstation' van waaruit het kind de wereld in kan vliegen en af en toe emotioneel kan bijtanken. In het onderzoek van Bosmans krijgen kinderen in aanwezigheid van hun moeder een onoplosbare puzzel. "Zij die langer dan de anderen wachten om hulp te vragen aan hun moeder, blijken later gevoeliger voor emotionele problemen wanneer ze een moeilijke periode doormaken." Het probleem is dat ze geen hulp zoeken en de oorzaak is te weinig vertrouwen. "De kans is groter dat iemand dan sneller piekert, zich eenzaam voelt en vermijdingsgedrag vertoont," zegt Bosmans.

Al heel vroeg prent een kind zich automatisch in hoezeer het op zorg kan vertrouwen en ontwikkelt het strategieën om daarmee om te gaan. Over hoe dat precies loopt of misloopt zijn veel meningen, maar is er een valkuil waar alle specialisten naar verwijzen: de al te aanwezige moeder die vergeet dat ze ook een vrouw is. "Overinvestering en een te grote symbiose met het kind zijn een risico, zeker bij meisjes," zegt Adriaenssens. "Het kind krijgt dan de boodschap dat de relatie van de moeder met het kind belangrijker is dan die met haar partner. Sommige partners noemen elkaar zelfs mama en papa. Een kind moet dan te veel verlangens inlossen. Veel beter is dat het kind de ouders ook als geliefden ziet en zo leert dat een liefdesrelatie met iemand anders, die niet de moeder is, fijn is."

Nathalie Laceur, psychoanalyticus verbonden aan de faculteit psychologie van de Universiteit Gent, formuleert het zo: "De tussenkomst van de vader of iemand anders in de moeder-kindrelatie kan het kind ontlasten van de taak die het zichzelf oplegt, namelijk om alles voor haar te zijn. Wanneer die tussenkomst niet werkt en de moeder haar verlangen niet kan richten tot iets dat buiten de band met haar kind ligt, kan dit tot angst of andere symptomen leiden bij het kind."

Beeld Andrea Wan

3. De relatie tussen dochters en moeders is het moeilijkst

Een potentiële 'ravage', zo noemt Laceur de band tussen moeders en dochters. "Een dochter kan zich in haar bestaan, en in het bijzonder in haar vrouwzijn, volledig laten verpletteren door de grillen en verlangens van haar moeder. Ze haat haar moeder, ze verwijt haar te veel beslag te willen leggen op haar bestaan maar tegelijkertijd laat ze dat ook toe en slaagt ze er niet in om zich in haar leven anders te positioneren dan als dochter van haar moeder."

In haar boek Electra stelt Iki Freud dat moeder en dochter als het ware elkaars spiegelbeeld zijn, wat de moeder verleidt om zichzelf in haar dochter te willen zien. Freud: "Onderzoek en ervaring tonen dat moeders meisjes onbewust minder makkelijk loslaten dan jongetjes. Ze zien een dochter al snel als een blanco scherm waarop zij hun wensen kunnen projecteren. Het jongetje is anders en mag sneller zijn eigen weg gaan. Ik zie vaak moeders die het verschil tussen zichzelf en hun dochter, dat zij een eigen persoonlijkheid is, liever ontkennen. Zij wensen een symbiotische relatie, zoals ze die vaak ook met hun eigen moeder hadden. Dan hoor je: 'Mijn dochter en ik voelen hetzelfde, we denken hetzelfde.' Maar dat twee mensen hetzelfde zijn en hetzelfde denken, berust op een misverstand dat vooral dient om conflicten te vermijden."

Een andere valkuil is de moeder die haar onvervulde ambities via haar dochter probeert te verwezenlijken. Een voorbeeld: een moeder komt in therapie bij Freud omdat haar dochter haar niet meer wil zien. Eenmaal komen moeder en dochter samen. "De eerste zegt: 'Jij bent zo mooi en slim, waarom ben je niet gelukkig?' Die dochter ontploft. Persoonlijk contact is wat ze zoekt, niet aan een lijstje ambities van die moeder voldoen."

"Veel vrouwen voelen ergernis of agressie jegens hun moeder. Geremde agressie en schuldgevoel zijn typische vrouwenproblemen," vervolgt Freud. "Omdat de dochter de moeder nodig heeft, is het moeilijk om tegen haar in te gaan en de agressie te uiten. In elke fase van haar leven is de moeder degene op wie ze idealiter kan steunen en waar ze herkenning kan vinden. Denk aan de menstruatie, de eerste seksuele ervaring, zwangerschap." Freud ziet ook dat dochters veel meer dan zoons de neiging hebben zich voor de moeder verantwoordelijk te voelen, voor haar te zorgen, aan haar wensen te voldoen. Angst en onzekerheid worden, vooral door dochters, al te makkelijk overgenomen. "Het is alsof de moeder, of haar stem, altijd in het hoofd van een vrouw aanwezig blijft," zegt Freud.

"Een extreem voorbeeld: een vrouw heeft het gevoel dat haar moeder meekijkt als ze seks heeft met haar man. Een moeder die een afkeer van seks heeft of mannen vies vindt, brengt dat gevoel onwillekeurig op haar dochter over. Maar ook vrouwen die zichzelf onaantrekkelijk vinden hebben dat gevoel meestal van hun moeder overgenomen. Of ze hebben geleden onder moeders kritiek. Moeders kunnen kritisch en afkeurend zijn, zelfs tegen volwassen dochters komt er nog steeds commentaar op hun haar, hun kleding enzovoort. Daar blijven dochters erg gevoelig voor, tot op hoge leeftijd."

4. Je moet je vooral losmaken van je moeder

Ja, het is cruciaal meer afstand in te bouwen tot je vader en moeder als je ouder wordt. Vanaf je achtste heb je al veel minder behoefte aan een moeder die alles voor je doet. Wel heb je iemand nodig die er is als coach, die jou aanmoedigt om zelf dingen te ontdekken. Die langzame verwijdering gebeurt doorgaans automatisch, met meestal een heftige episode tijdens de puberteit. Die afscheiding is belangrijk om je eigen identiteit te ontwikkelen, maar kan alleen maar goed lopen wanneer je eerst stevig gehecht bent, weten de psychologen.

Freud wijst erop dat het aan de kinderen is om die afscheiding in te zetten. "Veel ouders doen dat zelf niet, zie ik, ze zijn bang hun kinderen te verliezen. Je losmaken van je ouders en dus ook van je moeder, althans gedeeltelijk, is een voorwaarde om zelfstandig en autonoom te worden. Het is niet wenselijk om altijd maar weer op je moeder terug te vallen, ook al wil zij dat graag." Alle experts benadrukken steeds de belangrijke rol van de vader om in die situatie voor wat meer afstand en ruimte te zorgen.

Maar dat hele losmaken is ook een omstreden punt. Door het krachtige beeld van de overbeschermende of al te aanwezige moeder ontstaat het idee dat het radicaal moet. "Dat klopt niet, zo weten we," zegt Freud. "De gulden middenweg is het beste, want je kunt ook te los staan van je moeder. Dat leidt tot conflict, of verwijten op afstand. Dat zie je bijvoorbeeld wanneer een moeder niet blij is als een dochter zelf een kind krijgt."

Bosmans ziet ook dat de hechting met de moeder het beste intact kan blijven, alleen moeten moeder en kind in staat zijn op den duur meer afstand in te bouwen. Dat lukt niet altijd, vooral niet bij moeders die zich heel erg in de moederrol hebben genesteld. Het moment waarop de dochter of zoon zelf een kind krijgt, is dan soms een moment van onderhuidse spanning.

Opnieuw gaat het hier niet om de concrete moeder van wie je je moet losmaken, benadrukt Laceur. "Het is eerder loskomen van een bepaalde invloed die jouw moeder belichaamt. Of beter gezegd: voor jezelf een meer bevredigende manier uitvinden om met haar invloed om te gaan. Alleen zo kun je meer jezelf worden."

5. Het is altijd gedoe met moeders

In therapie zal vroeg of laat de band met de moeder uitvoerig ter sprake komen, zegt Laceur. "Ook al zegt iemand in het begin soms expliciet dat zijn probleem niets met zijn moeder te maken heeft, want zijn moeder heeft bijvoorbeeld altijd goed voor hem gezorgd. Mensen zijn soms verrast zichzelf zo veel te horen spreken over hun moeder. Bijvoorbeeld: 'Ik had echt niet verwacht dat ik bij mijn moeder terecht zou komen, ik wou hier eigenlijk alleen praten over mijn verlegenheid naar vrouwen toe.' Om er dan aan toe te voegen: 'Maar ergens had ik wel een vermoeden'."

Is er een verband met de verheerlijking van de moeder? "De moederfiguur staat in elk geval vaak voor het meest onaantastbare, het meest goede. Iets zeggen dat aan dat beeld raakt, is in onze samenleving not done," zegt Laceur. Maar wie heeft nog nooit een foute, onkuise of agressieve gedachte of droom gehad over zijn of haar moeder?"

Freud wijst erop dat moeders bijna zo heilig zijn als de maagd Maria. Een gevolg is dat vrouwen bijvoorbeeld niet begrijpen dat hun moeder jaloers op hen kan zijn. "De dochter is aantrekkelijk en krijgt meer kansen om zich te ontplooien. Dat steekt haar moeder en als gevolg daarvan mist zij belangstelling voor de verhalen van haar dochter over haar studie, haar reizen.

De moeder vraagt niets want ze is stikjaloers. Het helpt niet als je je boosheid tegenover je moeder niet toelaat. Dan word je vermijdend en zeg je nooit waar het op staat om de lieve vrede te bewaren. Je laat je moeder over je grenzen gaan. Dat vermogen om je grenzen te bewaken, ontstaat in je puberteit. Maar verzet tegen de moeder is een groot taboe," zegt Freud.

Het klinkt allemaal problematisch, vooral voor moeders. Wat je ook doet, je lijkt altijd wel wat aan te richten. Maar de moeder zien als oorzaak van je lijden is een groot misverstand. Laceur: "Je moeder de schuld geven van je eigen persoonlijkheid omdat ze bijvoorbeeld altijd nerveus was, laat het vraagstuk onaangetast waarom juist haar nervositeit een impact heeft gehad op jou, en waarom dat juist tot jouw sociale geremdheid heeft geleid en niet tot pakweg hyperactiviteit."

De moeder met wie je worstelt valt dan ook niet samen met de moeder in de realiteit. "In een gezin met verschillende kinderen heeft elk kind uiteindelijk zijn eigen moeder, waarbij die moeder staat voor zeer specifieke en selectieve herinneringen; een bepaalde blik, een zinnetje dat ze ooit heeft gezegd, bepaald gedrag dat het kind op zijn manier heeft ingevuld. De moeder waarover je spreekt, is dus een zeer singuliere ervaring met even singuliere effecten," zegt Laceur.

Freud ziet het als volgt: "Vier kinderen in een gezin hebben vier verschillende vaders en moeders. Ieder kind ervaart hen op eigen wijze. En als er een probleem is, zul je dat zelf moeten oplossen. Als volwassene ben je verantwoordelijk voor je eigen leven en kun je je ouders daar niet meer op aanspreken."

Want het is niet omdat je moeder in jouw ervaring narcistisch is dat je naar haar pijpen moet dansen of omdat ze erg nieuwsgierig is dat je haar alles moét vertellen. Sommigen gaan vandaag nogal wreed om met hun moeder en stoppen haar in een hokje, zoals 'narcistisch' of 'masochistisch'. De reeks 'zelfhulpboeken' daarover gaan echter voorbij aan het feit dat ouders de schuld geven voor je eigen strubbelingen zeer kort door de bocht is. Niet alleen is ieder kind anders, moeders zijn ook dochters.

Daarom gaan therapeuten vaak terug in de geschiedenis. Dan blijkt bijvoorbeeld dat de grootmoeder een zeer verstikkende houding tegenover haar dochter had, waardoor zij dat gedrag herhaalt. Omdat dat is wat ze kent. Of dat een moeder die de dood van haar vader niet kon verwerken omdat ze stoer en flink moest zijn, haar dochter onbewust heeft meegegeven weg te lopen van negatieve gevoelens.

Bosmans: "Het is in gezinstherapie soms treffend te horen hoe ouders, die allemaal heel erg hun best doen, zelf tekorten hebben ervaren als kind en enorme inspanningen doen als ouder, maar ondanks alle goede intenties toch dezelfde teleurstellingen en eenzaamheid injecteren in hun kind. Daarover praten helpt. De boodschap is dan: probeer de ouder te zijn die je zelf zo gemist hebt. En niet: jij hebt met je overbezorgdheid je kind om zeep geholpen."

Om zo dicht mogelijk bij je kind aan te sluiten, moet je zelf goed in je vel zitten. Er zijn geen recepten of handleidingen. "Idealiter voelt het kind dat de ouders zorg bieden. Maar dan moet je die wel kunnen bieden in de juiste vorm voor dat specifieke kind," zegt Bosmans.

Toch is er geen reden voor fatalisme, benadrukken Bosmans en Adriaenssens. "Niet alles ligt vast op driejarige leeftijd, zoals tot begin jaren tachtig is aangenomen. Die foute oneliner heeft een onterecht lang leven gekregen," zegt Adriaenssens. "Andere zorgfiguren, vrienden, collega's en partners kunnen onveilige hechting corrigeren."

Bosmans merkt ook dat, hoewel de blauwdruk die je meekrijgt niet helemaal opnieuw getekend kan worden, gezinnen nog heel veel kunnen winnen met de nieuwste vormen van therapie. Bosmans: "Pubers speken dan teleurstellingen over hun ouders uit, terwijl ouders hun eigen kindertijd bespreken. Dat is erg intens, maar maakt het onzegbare minder zwaar om te dragen door het toch uit te spreken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden