Recensie

The National: Rafelig geschreeuw werkt beter dan bariton (***)

Bands die het grote gebaar omarmen, hebben dat er in de meeste gevallen duimendik bovenop liggen. Coldplay, U2 en alle andere bands in die categorie mikken onbeschaamd op groots en meeslepend. Bij The National ligt het anders: hun grootsheid ligt op het eerste gehoor ergens in een loopgraaf verscholen, om je na verscheidene draaibeurten ineens alsnog bij de enkels te grijpen.

Matt Berninger in de Heineken Music Hall.Beeld Michel Utrecht/Novum

Het uit Ohio stammende vijftal heeft de fijne kneepjes van subtiele dramatiek inmiddels geperfectioneerd, op albums als High violet (2010) en het onlangs verschenen Trouble will find me. Daarop worden de ogenschijnlijk particuliere emoties van zanger Matt Berninger geraffineerd als een Batmanlogo op de lucht geprojecteerd, totdat je er moeilijk meer omheen kunt.

Tot in de puntjes uitgekristalliseerde muziek is het, dwalend in het schemergebied tussen de theatrale indie van Arcade Fire (pre-Reflektor) en de landerige middernachtelijkheid van bands als Tindersticks.

Berninger is meer dan zomaar een zanger van een band, en niet relatief eenvoudig vervangbaar, zoals Tim Smith van Midlake dat recentelijk bleek te zijn. Gezien zijn teksten is hij een melancholicus, constant pirouettes draaiend op de rand van een enorme depressie, en er zijn mensen die lichtelijk nerveus worden van in dodelijke ernst opgevoerde zinsneden als 'Sorrow found me when I was young/sorrow waited, sorrow won'. Maar zijn luie bariton verzacht veel: het is een stem die troostend van alles afdruipt, als warme caramel van een iets te machtige taart.

Dubbeltje
The National lijkt uiteindelijk het geschiktst voor een intieme zaal, maar gezien de daverende populariteit - de band wordt als een Fabergé-ei gekoesterd door zowel pers als publiek - staat de Heineken Music Hall tot de laatste vierkante millimeter vol. Het vreemde is dat deze band op deze locatie tegelijkertijd wel en niet werkt: het dubbeltje valt eigenlijk per nummer een andere kant op.

Voorop gezet: speltechnisch is de boel puntgaaf, Berninger zingt vrijwel foutloos en verraadt tijdens korte bedankpraatjes over een stem te beschikken die gemaakt lijkt om ronkende Hollywoodtrailers in te spreken. Maar de spijker wordt desondanks niet altijd op zijn kop geslagen. Vooral in het eerste half uur klinkt alles wat lafjes en dof, waardoor gedoodverfde favorieten als Bloodbuzz Ohio onverwachts wat zouteloos aandoen.

Alsof de band dat zelf ook doorheeft, schakelen ze daarna in een hogere versnelling. En dan klikt alles wel grotendeels in elkaar. Tegen een achtergrond van een beetje pompeuze, maar wel prachtige projecties op het scherm - vogels, vloeiend bloed, een man in pak die verdrinkt in zee - barsten nummers als Sea of love eindelijk open en lijkt the National -tot dan toe keurig in het gareel - tot leven te komen.

Berninger dankt af en toe zijn bariton af en schakelt over op rafelig schreeuwen, feedback giert rond, intensiteit zindert de zaal door.
Ze herhalen het later nog een keer, tijdens Afraid of everyone. Het lijkt alleen onmogelijk om minimale ballads als het prachtige Hard to find hier doel te laten treffen: daar is het gewoonweg de plek niet voor. Jammer, want juist dat soort nummers zou een zaal middels een collectief kippenvel muisstil moeten krijgen, in plaats van te verwelken tot achtergrondmuziek voor te hard geschreeuwde bierbestellingen.

Misschien is het een les voor de volgende keer. In een kolos als de HMH is grover geschut nodig: minder ingehouden dramatiek, veel meer rafel en vuur.


Gehoord: 7/11
Waar: Heineken Music Hall

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden