Recensie

'The Grand Budapest Hotel' is een onweerstaanbare komedie (*****)

'The Grand Budapest Hotel' van Wes Anderson (44) is een meesterlijke reconstructie van een verloren wereld - die alleen in het hoofd van de filmmaker bestaat.

Beeld ap

In een Oost-Europees bergmassief, bij het kuuroord Nebelsbad, stond een majestueus hotel, waar adellijke families met heilzame baden en de beoefening van wintersport op krachten konden komen. In de hoogtijdagen van de republiek Zubrowka was 'The Grand Budapest Hotel' een befaamd instituut, maar tijdens het interbellum sloeg het noodlot toe.

Hotelkroniek
De imposante suikertaart viel ten prooi aan de duistere krachten die Zubrowka van de landkaart zouden wissen, en er was de onverkwikkelijke affaire rond de dood van hotelgast gravin Céline Villeneuve Desgoffe und Taxis en de diefstal van Johannes van Hoytls Jongen met appel, het pronkstuk uit haar kunstcollectie. Een schrijver bezocht het vervallen instituut in de jaren zestig en publiceerde het boek 'The Grand Budapest Hotel'.

De nieuwe komedie van Wes Anderson lijkt te zijn gebaseerd op de gelijknamige hotelkroniek, maar net als bij Andersons 'The Royal Tenenbaums' zijn de literaire wortels ook aan het brein van de maker ontsproten. De Amerikaan verwerpt het realisme en omarmt het kunstmatige, dat in zijn films met kleurrijke stijlmiddelen, maffe personages en ambachtelijke trucagetechnieken opzettelijk wordt benadrukt.

Bont
In dat opzicht overtreft zijn achtste film alle voorgangers: de wereld van Anderson was nimmer zo bont, gedetailleerd en rijk geschakeerd als in deze pastiche van de Europese geschiedenis. De film belicht de teloorgang van het hotel en de republiek vanuit de optiek van de schrijver in de jaren tachtig en diens gesprekspartner in de jaren zestig, maar het leeuwendeel speelt zich af in de jaren dertig.

Anderson gebruikt daarbij drie beeldformaten, die de tijdsprongen op een cinefiele manier inzichtelijk maken, maar hem ook de vrijheid geven een grote variatie in stijl en compositie aan te brengen. De naar de filmgeschiedenis knipogende vorm weerspiegelt de inhoud van 'The Grand Budapest Hotel', waarin Anderson uiteenlopende genres als de thriller, de oorlogsfilm, de bajesfilm en de romantische komedie samenvoegt. De film heeft een gepast weemoedige ondertoon, maar is bovenal een onweerstaanbare komedie, waarin trefzekere grappen in beeld en dialogen in ijltempo worden opgediend.

Reliek
Het absurd omvangrijke sterrenensemble wordt aangevoerd door hotelconciërge Ralph Fiennes, die een verrassend komisch talent aan de dag legt. De acteur schittert als een vleesgeworden vertegenwoordiger van de Oude Wereld, die zowel stijlvol, fijnbesnaard en erudiet als vulgair, hooghartig en doortrapt is. Zijn monsieur Gustave belichaamt alles waar 'The Grand Budapest Hotel', de film en het fictieve instituut, voor staat.

Hij is een reliek uit een tijdperk waarin mannen met gevoel voor grandeur en oog voor schoonheid nog koning te rijk waren, tot de middelmaat tot norm werd verheven en rare snuiters het veld moesten ruimen. Het zal geen toeval zijn dat Anderson in zijn eerste soloscenario zo'n fraaie paradijsvogel centraal stelt.


Lees vandaag (12-3) in Het Parool een interview met regisseur Wes Anderson.


The Grand Budapest hotel
Regie: Wes Anderson
Met: Ralph Fiennes, Tony Revolori, F. Murray Abraham, Saoirse Ronan, Jeff Goldblum
Bioscoop: Cinecenter, Kriterion, The Movies, City, Tuschinski

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden