Lijstje

The Big Five van Amsterdam: deze 5 dieren kun je zomaar tegenkomen

Vier stadsecologen maakten Het Amsterdamse beestenboek, een geïllustreerde gids met ruim zestig dieren die in de stad voorkomen. Wie vormen de Amsterdamse big five?

Ringslang Beeld Shutterstock

Zojuist verschenen: Het Amsterdamse Beestenboek, een naslagwerk dat gaat van grauwe gans tot paardenkastanjemineermot, van roodwangschildpad tot kleine modderkruiper: wilde dieren die gewoon om ons heen leven. Maar je moet het wel even zien.

'Een kwart van alle dieren die in Nederland voorkomen, is ook in de stad. Voor een klein gebied is de biodiversiteit enorm,' zegt stadsecoloog Anneke Blokker.

Collega Auke Brouwer: 'Dat heeft met de ligging te maken, tussen duingebied en weides. Maar ook groot water - het IJ - en klein: de plassen, de grachten. En dan is er nog de overgang van brak naar zoet water door de verbinding met de zee. Daarom zit er bijvoorbeeld ook haring in het IJ.'

De ogen openen voor het dierenrijk van Amsterdam, dat is de missie van Het Amsterdamse beestenboek. Want weet ervan en je ziet ze. De één (konijn) wat makkelijker dan de ander (zeehond), maar alle zestig komen ze hier voor. Vandaag noemen we er vijf. The Big Five. Niet per se de grootste, maar wel de opmerkelijkste.

Het Amsterdamse beestenboek Beeld Bas Lubberhuizen
1. Vos: grootste landzoogdier in de stad

Stadsecoloog Auke Brouwer: 'Jonge mannetjes gaan slenteren en kunnen dan soms in het hart van de stad opduiken. In de tuinen om het Vondelpark worden ze al steeds vaker gezien. Of we er last van hebben? Och, zo veel zijn het er niet, hoor. In Zürich en Londen komen ze echt in groten getale de stad in, maar hier niet. Ze zijn juist nuttig, want ze eten vooral ongedierte, zoals ratten. Maar hij heeft zijn reputatie niet mee, hè, dus hij krijgt overal de schuld van.'

2. Gierzwaluw: je ziet hem pas als je het doorhebt

Ecoloog Daalder: 'Ik moet mensen er soms nog op wijzen terwijl ze met honderden boven hun hoofden zweven. Maar eenmaal gespot vinden mensen het prachtige vogels. En stadsdieren bij uitstek. Ze zitten vooral in de binnenstad – voornamelijk in kieren en gaten van oudere huizen. De grootste kans dat je ze ziet, is op een zwoele zomeravond op een terras in De Pijp.'

Collega Anneke Blokker: 'En ze zijn nuttig. Een gierzwaluw vangt per dag zo’n negenduizend insecten. Moet je je voorstellen dat ze dat niet deden, dan leefden we hier in een constante insectenplaag.'

3. Ringslang: enige slang die in Amsterdam voorkomt

De IJdijken aan de oostkant van de stad herbergen een glibberig geheim: al eeuwen overwinteren ringslangen er in het droge binnenste. Op Rokjesdag, de eerste warme lentedag, komen ze naar buiten om te zonnen. Ecoloog Blokker: 'Mensen vinden ze wel eens eng, maar ze zijn niet gevaarlijk. De grootste die we ooit tegenkwamen, was één meter dertig. Meestal zijn ze formaatje schoenveter.'

Nog steeds geen dier dat je graag in je bed vindt, maar stadsecologen zijn zonder vrees. 'Voor de grap zou je er eens eentje op moeten pakken. Dan zie je wat een goede acteurs het zijn. Ze spelen dan dood; slap hangend, bloed uit hun bekje en ze hebben zelfs de geur van de dood. Je ruikt nog drie dagen naar dode slang, maar bijten zullen ze niet.'

4. Zeehond: uiterst zeldzaam, grootste waterroofdier

Van de Big Five is deze het moeilijkst te spotten. Maar zo eentje moet er tussen zitten. Daalder: Dit is andere koek. Hiervan zijn maar één of twee waarnemingen per jaar.' Met de zeehonden gaat het steeds beter en met de nieuwe Hondsbossche Zeewering bij Camperduin komen ze dichterbij. De stadsecologen verwachten dus meer waarnemingen. Collega Brouwer: 'De meeste kans heb je bij het IJ, er wordt er wel eens eentje vanaf het terras van Eye gespot.'

Daalder: 'Eigenlijk willen we een strandje voor ze opspuiten in het IJ. Stel je voor dat ze daar regelmatig liggen te zonnen!' De zeehond die onlangs in de Oudegracht in Utrecht zwom, werd uit het water gevist. Dat zou men in Amsterdam niet zo snel doen. Daalder: 'De natuur moet spontaan zijn. Anders kun je net zo goed naar Artis gaan.'

5. IJsvogel: gewoon de allermooiste

Hoe ironisch: de ijsvogel heeft niets op met ijs. Integendeel, strenge winters zijn dodelijk voor het delicate vogeltje. Maar na een paar zachte winters komen er steeds meer in Amsterdam. Ze zijn te zien op rustige plekken waar water is: de Diemervijfhoek, het Amsterdamse Bos, het Westelijk Havengebied, Noord. Daalder: 'Dit is het mooiste beest van de stad, deze móét je een keer spotten. En dat is niet moeilijk als je de plekken kent, en het geluid. Dat is heel hard en hoog.'

Daalder: 'En let dan op de blauwe streep over het water. In Noord, waar ik woon, zie ik hem bijna elke dag. Er zijn mensen die speciaal naar Limburg gaan om hem te spotten maar dat hoeft helemaal niet. Bij de ijsvogels in Amsterdam kun je zelfs dichterbij komen. Ze hebben een iets andere attitude dan hun soortgenoten op het platteland. Ze durven meer, zijn minder schuw. Amsterdamse branie? Ja, dat moet het zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden