Column

Terwijl buiten 'kankerhoer' schalt, worden binnen dromen gemaakt

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken, waaronder recentelijk nog Ajax, Mijn Club (2015). Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Roos SchlikkerBeeld Linda Stulic

'Ken je niet uitkijke, kankerhoer!" De taxichauffeur met het dunne snorretje schuift zijn compensatiebolide voor mijn moederfiets als ik door de Marnixstraat zwoeg.

Ik reed door groen, maar vergeven van zijn eigen gelijk steekt hij zijn middelvinger op als een uitroepteken van vlees. Ik kijk snel naar het zitje voor me. Mijn zoon pulkt aan zijn wiebeltand. Nog even en hij heeft een grotemensengebit. Het gaat te hard.

Maar nu zie ik vooral zijn bleke gezicht. "Die meneer had zeker een rotdag," zeg ik. "Ja." Even stil. Een tong die hij als een hagedis uit het gat tevoorschijn laat schieten. Dan fluistert hij: "Maar Johan had zoiets nooit gezegd. Zeker weten."

Sinds hij stierf is bij ons De Verlosser opgestaan. Op YouTube zoekt mijn zoon dagelijks naar 'beste doelpuntuh joohan kruiv', hij heeft talloze documentaires gezien en 's avonds murmelt hij mee als ik Cruijffie van Jan Eilander voorlees. Hij weet alles over Betondorp, over ­Johans liefde voor Rietje Tietje ("Hihihi, Tietje") en over de meester die met de liniaal sloeg.

"Dat doen ze niet meer, hè mam." Nee, dat is veranderd. Zoals zoveel.
Maar wat bleef is Smit-Cruyff op de Elandsgracht, ooit opgezet door Johans broer Henny, waar mijn jongen vandaag gloednieuwe kicksen mag uitzoeken.

Zodra we de deur openen, is de kankerhoer vergeten. Daar staan ze. Tientallen bewaarde Puma's, het leer craquelé als een oud schilderij. Daar hangen de foto's. Van Johan, Rijkaard, Pelé, het babyspek nog op de wangen. Daar staat het bankje waar Cruijff zelf vaak nieuwe schoenen probeerde.

"Ik sjit op het bankje van Johan," slist mijn zoon stralend. Hoeveel kinderen hebben hier niet gezeten, hun billen in de afdruk van hun held?

Laatst vertelde een vader me dat hij zijn zoon mee naar de Arena had genomen. Per ongeluk vlak bij de grootste fanatici geplaatst, hadden ze de dik verloren wedstrijd amper gezien. Wel zagen ze geduw, hoorden termen als mongolenzooi, kankertrainer, tyfusbende, er vielen klappen, vuurwerk siste. Dante's inferno. De man had zijn kind in tranen afgevoerd. "Zo is er niks aan," zei hij. "Alles is verhard. Niets is zoals ooit."

En inderdaad, de stad is veranderd. Kankerhoer kwam in plaats van minkukel, gladiool en dropveter. Kinderen krijgen geen slaag met een liniaal, maar ouderen worden in hun portiek bekogeld. Hondenpoep verdween, maar Nutella fungeert als smeerolie tussen toeristendrommen.

Ach Amsterdam. Je verademt, benauwt, slibt dicht en splijt open, verbrokkelt, verrot, vernieuwt en herbouwt, je verandert, meandert, je verkankert, vertokkiet, veryupt en verhipt, je breekt open, breekt af, je verloopt, je ontzet, je brandt, je verzandt, je schreeuwt en je steigert.

Niets. Blijft. Gelijk.

Maar midden in al die beweging is er Smit-Cruyff. ­Gewoon een zaak waar je voetbalspullen koopt. Waar wachtende moeders geen latte macchiato krijgen, maar een kop filterkoffie, terwijl hun zoons in het gangpad op hun nieuwe schoenen die ene passeerbeweging van Johan proberen na te doen. Terwijl buiten op straat het 'Kankerhoer' tegen de huizen schalt, worden binnen dromen gemaakt. En is de Toekomst nog brandschoon.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden