Oud Amsterdam

Terug naar de verschrikkelijke winter van 1684

In de depots van het Stadsarchief Amsterdam ligt het kilometerslange archief van notarissen uit 1578-1915. Het Stadsarchief en Parool.nl publiceren samen verhalen die verstopt zitten in de tienduizenden dikke boeken en bundels. Deze week: de hel van 1684.

Oorlogsschepen tijdens een storm, Ludolf Bakhuysen, ca. 1695Beeld Beeldbank Rijksmuseum

Het kantoor van Simon van Sevenhoven was uitgestorven in de eerste drie maanden van 1684. De zeer strenge winter was een ramp voor de in zeezaken gespecialiseerde notaris. Maar nu brak april aan.

Schepen liepen de haven van Amsterdam binnen en Simons kantoor zat weer vol scheepslui die over hun reis met ontberingen wilden verklaren. De verschrikkelijke winter was eindelijk achter de rug.

Die winter begon al halverwege november. Er stak toen een 'extraordinaire' storm op boven de Noordzee die vele slachtoffers zou eisen. Acht oorlogsschepen van 's Lands Oorlogsvloot, waaronder de Woerden en de Prins te Paerd, zonken naar de bodem van de Noordzee.

Naar schatting twaalfhonderd mensen kwamen om het leven in deze storm, één van de grootste scheepsrampen uit de Nederlandse geschiedenis.

Vrees voor schip, goed en leven
Ook de bemanning van schip de Emarencia en Emeria kwam in de zware storm terecht. Het schip was eerst zonder veel problemen van Bourgneuf via Amsterdam naar Koningsbergen gevaren, maar eenmaal terug in de Noordzee moest de bemanning vrezen voor 'schip, goed en leven'.

Boven Het Kanaal hingen donkere wolken. De bemanning van schip de Fortuijn kreeg volgens de verklaringen te maken met een storm van zeventien etmalen. Noodgedwongen moesten zij uitwijken naar het eiland Wight, ten zuiden van Engeland.

Een aantal dagen later probeerde stuurman Emanuel Pieters het schip terug naar Amsterdam te loodsen, maar weer werd het schip teruggeblazen naar het Engelse eiland. Ook de Joanna Maria had last van het noodweer.

Tot ieders verbazing was de lading wijnen na twintig etmalen storm 'die den enen dag harder waijde als de anderen' en een strenge winter nog geheel intact toen zij op 4 april de Amsterdamse haven binnenliepen.

Meer bijzondere verhalen uit Alle Amsterdamse Akten vind je op deze website van het Stadsarchief.

Amsterdam onbereikbaar
De ongelukkigen die in de novemberstormen terecht kwamen en het nog konden navertellen waren pas maanden later thuis. Op de stormen volgden namelijk twee maanden van strenge vorst. In december en januari was Amsterdam bijna niet te bereiken, omdat de Zuiderzee dichtgevroren was.

Schepen die nog voorbij Texel wisten te varen moesten veelal aanleggen in Medemblik en wachten tot de dooi zou inzetten, maar daar was de ruimte beperkt. Omdat 'de haven met schepen in 't hooft bezet' was en de rest van het water te ondiep, moest schip de Lammerenberg een andere toevluchtshaven zoeken.

Schipper Wouter Hartman en zijn bemanning vertellen dat ze wilden aanleggen bij Texel, maar dat 'eene loots daartoe geen moet hadde'. Uiteindelijk vaart het schip door, maar door de aanhoudende vorst heeft het schip 'geen gelegentheijt om tot Medenblicq te komen'.

Het schip moet terugkeren naar het Nieuwe Diep bij Den Helder, een vaargeul waar veel schepen uiteindelijk blijven liggen tot het einde van de ijzige dagen. Ook dit leverde voor enkele schepen nog moeilijkheden op, omdat het water niet diep genoeg was.

Meer problemen
Ook elders langs de Hollandse kust gaf de strenge winter problemen. Drie bemanningsleden van schip de Krijgsman zitten op 13 april bij de Amsterdamse Van Sevenhoven. Zij voeren op 6 januari langs de Zeeuwse kust op weg naar Rotterdam.

Verschillende pogingen om de Maas op te varen mislukten door mist, sneeuw en ijsgang. Alternatieven om de winter door te brengen waren er nauwelijks, want ze hoorden van de lokale bevolking 'dat de Maes en Goeree dicht met ijs beset waren'. Uiteindelijk heeft de Krijgsman de reis voort kunnen zetten richting Texel en uiteindelijk dan toch Amsterdam.

Schip de Bloemtuijn legde die reis in tegenovergestelde richting af: de schipper zag dat er 'geen occasie was binnen Texel te comen'. Uiteindelijk is het schip 21 januari 'met groot perikel door het ijs heen, in de haven van Goeree gecomen'.

Daar moest behoorlijk wat schade aan het schip hersteld worden, voordat het 3 april de reis naar Amsterdam kon vervolgen.De Maas, de Theems, de Schelde en alle andere grote rivieren zijn al weken dichtgevroren als in februari eindelijk de dooi inzet.

De winter van 1683/84, één van de strengste winters uit de Europese geschiedenis, is dan eindelijk voorbij.

Lees hier eerdere verhalen uit de Alle Amsterdamse Akten

Alle Amsterdamse Akten

Miljoenen akten liggen nog begraven in het archief van de Amsterdamse Notarissen. Met hulp van vele vrijwilligers werkt het Stadsarchief Amsterdam aan een project waarin 'Alle Amsterdamse Akten' worden geindexeerd.

Meedoen kan via Velehanden.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden