PlusPortret

Terug naar de jeugd van songfestivalzanger Jeangu Macrooy

In Paramaribo kon Jeangu Macrooy niet zichzelf zijn. Dus haalde hij met crowdfunding 17.000 euro op, nam afscheid van zijn tweelingbroer en vertrok naar Nederland. Terug naar de Surinaamse jeugd van de Songfestivalzanger.

Jeangu Macrooy, nu 26, vertrok als 20-jarige uit Suriname naar het conservatorium in Nederland en werd ontdekt.Beeld ANP

Die tropische avond in hotel Torarica, 20 ­december 2017, valt Jason Eduard even stil. Is dat Jeangu, op dat podium? Jeangu ­Macrooy, die onzichtbare jongen van het Surinaamse conservatorium, die een paar jaar eerder naar Nederland is vertrokken, bespeelt het publiek nu zo zelfverzekerd en swingend alsof hij nooit anders heeft gedaan. “Jeangu had altijd al een mooie stem, maar in Torarica stond ik versteld. Hoe hij zichzelf presenteerde, bewoog, met het publiek omging. Hij was écht veranderd.”

Anderen in Paramaribo, die broeierige stad met zijn 250.000 bewoners, koloniale geschiedenis, te veel casino’s en dito zwervers langs de kades, zijn net zo verrast. Dat die stille Willie uit Suriname zich inmiddels tot een soort ‘James Brown van de Lage Landen’ heeft ontpopt en, door zijn uitverkiezing voor het Eurovisie Songfestival, inmiddels gast aan tafel bij DWDD is. Oud-docent bewegingsleer Alida Neslo (65), nog steeds actief op het lokale conservatorium, begint als vanzelf over de rups en de vlinder en concludeert dat Jeangu ‘eindelijk’ zijn cocon heeft verlaten. “Hij was vroeger altijd zo geremd en nu is hij zichzelf, dat is prachtig om te zien.”

Ook Jeangu’s moeder Jeannette John (52), ­docent aan het FHR Institute for Higher Education in de hoofdstad, heeft hem sinds zijn studie in Nederland zien veranderen. “Toen hij daar net woonde, belde hij me over álles. Zelfs of hij die oranje jas nu wel of niet moest kopen. Nu heeft hij me niet meer nodig.”

Jeugdfoto’s van Jeangu Macrooy, met tweeling­broer Xillan.Beeld Privebeeld

Ze woont nog altijd in het blauwe huis in Tourtonne – een typisch Surinaamse wijk vol huizen op palen, zwerfhonden en dor gras – waar ­Jeangu, tweelingbroer Xillan en hun vijf jaar jongere zusje Eve opgroeiden. In het sobere woonvertrek, met matras op de vloer en een van Jeangu’s schilderijen aan de muur, zoekt ze naar die ene foto die de jeugd van de tweeling ­samenvat. Op het vergeelde kiekje buigen Jeangu en Xillan zich over een A4’tje. “Ze gebruikten altijd een vel, waarbij de een van links tekende en de ander van rechts. Op dezelfde manier schreven ze later songs. De één een regel en dan de ander.”

Ze beschrijft de twee als ‘rustige, zachtaardige jongens’ die meer weg hebben van vader Jerrel dan van haar. Jerrel (54) beaamt dat later in het kantoor tussen de potten Wippy, de pindakaasproducent waarvan hij financieel manager is. “Wij drieën maken weinig lawaai. We zijn meer van het observeren.” Op oude foto’s zijn de broers nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Xillan, zeven minuten later geboren, is alleen iets korter dan Jeangu, die zijn aparte naam dankt aan een samenvoeging van Jeannette en Guno, de tweede naam van zijn vader.

Wolkenkrabbers

Creatieve jongens zijn het volgens de ouders, die rond de tiende verjaardag van de tweeling scheiden. Jeannette: “Bij voetbal landden hun ballen méters naast het doel, maar bouwen, ­tekenen en knutselen konden ze wel. Er was zelfs een leraar die vond dat ze eerder van school moesten om kunstenaar te worden maar ik zei: eerst een diploma. Ze konden goed leren. Jeangu zat vaak bij de top drie van zijn klas.” Na basisschool en ‘mulo’, de onderbouw van de middelbare school in Suriname, ronden ze het vwo af.

Jeugdfoto van Jeangu Macrooy, met zijn tweelingbroer Xillan.Beeld Privebeeld

In hun jeugd klinkt overal en altijd muziek. ­Vader Jerrel houdt van de reggae van Bob Marley, Jimmy Cliff, Third World, moeder Jeannette van diva’s als Whitney Houston, Mariah Carey en Céline Dion. Zij geeft de twee als ze dertien zijn twee bruine Yamahagitaren. Later komen er meer gitaren, een keyboard, zanglessen, en dost Jeangu zich op de middelbare school zelfs als David Bowie uit. Jeugdvriend Jamey Reso (25), voormalig lid van Jeangu’s band Between ­Towers: “Hij was heel verlegen, maar liep wel een paar weken met een regenbooghanenkam rond.”

Op hun zeventiende kunnen de broers in 2011 terecht op het net opgerichte Conservatorium van Suriname – gesponsord door de in Paramaribo zo machtige katholieke kerk. Voormalig ­artistiek directeur Albert Arens herinnert zich hun audities: “Ze hoorden bij ons thuis: ze hadden een rijke, diepe stem met een enorm bereik. Maar er waren ook dingen die beter konden. Zo moesten ze af van het accent dat ze zichzelf hadden aangeleerd. En waren ze erg introvert.”

De tweeling komt in 2011 met Between Towers, een typisch jeugdbandje dat eigen nummers met die van Amy Winehouse afwisselt. De naam is een vondst van een vriendin die de slungelige broers met wolkenkrabbers vergelijkt. Bassist Jason Eduard (30), die ook aan het conservatorium studeert: “Publiek in Suriname is zelden bereid te betalen: muziek is hier vermaak, geen ­beroep.” De soul en rock van de tweeling doen het sowieso niet lekker: Suriname is meer van de reggae, soca, kaseko, door moeder Jeannette fijntjes als ‘billenschudmuziek’ weggezet. ­Jamey, gitarist en drummer in Between Towers: “Onze muziek vonden sommigen boring.”

Dat Jeangu en Xillan überhaupt de bühne op kunnen, komt omdat hun ouders voor Surinaamse begrippen best goed verdienen, en ­behoorlijk ruimdenkend zijn. Jamey: “De meeste Surinaamse ouders willen niet dat hun kinderen hun kop boven het maaiveld uitsteken.” Dat heeft volgens hem alles te maken met het recente verleden, de staatscoup, de Decembermoorden en de angst die daaruit voortvloeide. “Er wordt ons geleerd niet te veel te dromen.”

Gay

Vader Jerrel heeft in de tijd best eens twijfels. “Ik vond het leuk dat de jongens artistiek waren, maar maakte me ook zorgen. Vooral over Jeangu. Die droomde wat té groot. Hij was helemaal geen praatjesmaker, maar had het zelfs over een carrière in de VS.” Jeangu zelf weet het na een tijdje op het Surinaamse conservatorium, waar weinig lesuren, docenten en studenten zijn, ­zeker: om het te maken, moet hij naar Nederland, waar hij drie keer op vakantie is geweest.

Met twintig jaar meldt Jeangu zich bij de ­Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag én het conservatorium in Enschede aan: hij twijfelt tussen zingen en schilderen. Het wordt Twente en najaar 2014 zwaait zijn ­familie hem op vliegveld Zanderij uit. Jeannette: “Dat was de eerste keer dat Xillan en hij ­gescheiden werden en dat was vooral voor Xillan heftig. Jeangu ging een nieuw leven tegemoet, voor Xillan bleef alles hetzelfde.” Xillan komt twee jaar later naar Nederland, naar het conservatorium in Amsterdam.

Jeugdfoto van Jeangu Macrooy, met tweeling­broer Xillan, zijn ouders en zusje Eve.Beeld Privebeeld

Er is nog een reden dat Jeangu popelt om weg te gaan. Hij heeft ontdekt dat hij op mannen valt en denkt dat hij zich vrijer kan bewegen in ­Nederland dan in het nog altijd conservatieve Suriname. Op zijn zeventiende neemt hij zijn moeder in vertrouwen. Jeannette: “Ik kwam op een avond laat van werk, hij zat te dralen op de trap in de keuken, niet wetend hoe te beginnen. Toen het hoge woord eruit was, vroeg hij: hoe denk je nu over me?”

Die onzekere vraag raakt haar. Ze dacht dat ze duidelijk had gemaakt dat ze voor elk soort liefde openstaat. “Ik ging hier wel naar de Pride Month, juist om de lokale homogemeenschap te steunen. Maar Jeangu herinnerde me eraan dat ik ook weleens iets zei als ‘doe niet als een mietje’. Ik heb hem toen één ding op het hart ­gedrukt: be true to yourself. Hij moest huilen. Er viel een last van zijn schouders.”

Ze is niet verrast over Jeangu’s verhaal, ook niet als Xillan een jaar later uit de kast komt. “De boys hadden altijd meisjes over de vloer, maar nooit vriendinnen.” Ze heeft het er dan zelfs al eens met een collega over gehad. “Die antwoordde: als je denkt dat ze gay zijn, moet je bidden. Dat schokte me. Dat ze het direct afwees.”

Met zijn vader had Jeangu het er niet over, wat Jerrel zelf niet vreemd vindt. “Ik ben van een ­andere generatie. Een generatie die nog meekreeg dat homo’s griezels waren waar je als jongen ver vandaan moest blijven.”

Homoseksuelen leerde Jerrel pas kennen in Nederland, waar hij eind jaren tachtig studeerde. “Toen ik als bartender in de Rotterdamse club Nighttown werkte, zag ik zoveel homomannen dat het volstrekt normaal voor me werd.”

Jeugdfoto van Jeangu Macrooy.Beeld Privebeeld

Volgens Juan Pigot (45), voorzitter van Parea, vereniging voor gay professionals, is Suriname een stuk toleranter dan buurlanden als Guyana, waar homoseksualiteit nog altijd een misdrijf is. “We hebben een wet die discriminatie op seksuele geaardheid verbiedt, we hebben al zeven keer een Gay Pride Parade gehad, en er ligt een ‘Verklaring van Paramaribo’, waarin grote ­bedrijven partnerregelingen openstellen voor partners van hetzelfde geslacht.”

Toch snapt Pigot, die zelf pas tijdens zijn studententijd in Amsterdam uit de kast kwam, dat Jeangu in Paramaribo in de knel kwam. “Er is geen wetgeving die een relatie tussen stellen van hetzelfde geslacht mogelijk maakt, en er zijn nog altijd politici die homofobe uitspraken doen. President Bouterse sleepte de geaardheid van advocaat Gerard Spong erbij toen Spong hem niet wilde verdedigen bij het proces rond de Decembermoorden.”

“Trek je hier een strakke short aan, kan je zeker nare opmerkingen verwachten, waarvan ­‘boeler’ (Surinaams scheldwoord voor homoseksueel, red.) nog de minst erge is. Er is een ­cultuur van Latijns-Amerikaans machismo.”

Moeder Jeannette merkt dat sommigen het onderwerp opzichtig vermijden. “Dan vragen ze me wanneer Jeangu een vriendin krijgt, terwijl inmiddels echt wel duidelijk is dat hij op mannen valt.”

Braindrain

Voor Jeangu’s vertrek is er nog een horde: geld. Jeannette en Jerrel, die hun salaris uitbetaald krijgen in de zwakke Surinaamse dollar, kunnen Jeangu’s collegegeld, dagelijkse kosten en ­garantstelling van tienduizend euro om zich in Nederland te vestigen, niet opbrengen.

Via crowdfunding sprokkelt Jeangu eigen­handig 17.000 euro bij elkaar: vrienden doneren royaal voor zijn droom, hij verkoopt zijn schilderijen en organiseert een optreden in café Zus & Zo.

Jeugdfoto van Jeangu Macrooy.Beeld Privebeeld

Jeugdvriend Jamey: “Veel jongeren ­geven hun dromen door geldgebrek op, maar Jeangu ging gewoon door.” Geïnspireerd door zijn vriend vertrekt Jamey dit voorjaar ook naar ­Nederland, voor zijn eigen muzikale carrière. Ook bassist Jason Eduard overweegt de oversteek door Jeangu. “Wat hij ons leerde: je hoeft niet bang te zijn.”

Zangdocent Arens wordt er op zijn beurt een beetje triest van. Hij zou graag zien dat ex-studenten van het lokale conservatorium in Suriname blijven en les gaan geven aan getalenteerde kinderen. “Maar dit is het lot van dit land, vrees ik. Een permanente braindrain.”

Jeugdvriend Jason Eduard denkt weer terug aan het optreden in hotel Torarica in 2017. Jeangu is op het Twentse conservatorium ontdekt door producer Pieter Perquin. Hij krijgt de hit High on You en speelt op Lowlands en North Sea Jazz. En: hij wordt verliefd en slentert met vriend Sebas van der Sangen, die hij in Amsterdam ontmoet heeft, relaxed in zijn geboorteplaats Paramaribo rond. Ongegeneerd. ­Ontspannen. En, bovenal, vrij. “Eén ding werd me tijdens dat concert duidelijk; Jeangu is there en hij is ready voor het grote podium.” 

Song nog altijd geheim

Hoewel er al volop over wordt gespeculeerd, is de Songfestival­inzending van Jeangu Macrooy nog altijd geheim. Het nummer wordt begin maart gelanceerd, maar hoe en waar: daar wil manager en producer Pieter Perquin (Perquisite) niks over kwijt.

“Ik kan alleen zeggen dat het eraan komt, dat Jeangu het nummer zelf heeft geschreven en dat we het samen verder hebben uitgewerkt.” Kenners van Macrooys nummers hopen op een song met soul en een eigenzinnige, persoonlijke tekst.

Dat Jeangu een Surinaams en geen Nederlands paspoort bezit, is voor het Songfestival geen probleem. Landen mogen artiesten met een andere nationaliteit sturen. Een van de beroemdste voorbeelden: Céline Dion, de Franstalige Canadese zangeres die in 1988 met Ne partez pas sans moi voor Zwitserland uitkomt én wint. Een dubbele nationaliteit (Nederlands/Surinaams) is voor een Surinamer niet mogelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden