Tentoonstelling over David Bowie is rock-'n-roll in het museum (*****)

David Bowie is op 69-jarige leeftijd overleden. In het Groninger Museum is tot en met 13 maart een tentoonstelling over de popster te zien. 'Een lust voor oog en oor', schreef Parooljournalist Peter van Brummelen in december 2015. Lees zijn recensie hieronder terug:

Aalles wat ze over David Bowie Is zeggen, is waar: de tentoonstelling is fan-tas-tisch.Beeld anp

In het Groninger Museum in een zaal gewijd aan Bowies Berlijnse periode staat hij: de synthesizer die zo'n belangrijke rol speelde op de albums Low, Heroes en Lodger. Het is - nerd alert - een EMS Synthi AKS.

Aanraken kun je het analoge apparaat niet, het zit achter glas, maar je kunt er met je snufferd wel heel dichtbij komen. Wauw. Je moet er gevoelig voor zijn natuurlijk, maar beschouw je zijn Berlijnse trilogie als het hoogtepunt in zijn carrière, dan is dit een sensatie.

Bij tentoonstellingen ook altijd een beetje afkerig van een koptelefoon? Bij David Bowie Is voegt de audiotour echt wat toe. Nader de vitrine met de synthesizer en je hoort de donkere klanken die Bowie en de zijnen er in de late jaren zeventig aan onttrokken.

In die tijd was hij het eigendom van Brian Eno, met wie Bowie in de Berlijnse Hansa Studios nauw samenwerkte. In 1999 schonk Eno de synthesizer aan Bowie: 'Wees er zuinig op.' En natuurlijk was David Bowie er zuinig op. Zoals hij zuinig is op alles uit zijn verleden. Als artiest is zijn blik immer voorwaarts gericht, maar hij is zich terdege bewust van de historische waarde van artefacten uit zijn roemrijke loopbaan.

Zegetocht over de wereld
75.000 items telt de collectie die in zijn naam wordt beheerd. Kostuums, decorstukken, schoenen, foto's, affiches, geluidsopnames, films, tekeningen, kattebelletjes - alles wordt zorgvuldig bewaard.

Een goudmijn voor de samenstellers van de tentoonstelling David Bowie Is, die twee jaar geleden opende in het Londense Victoria and Albert Museum en op zijn zegetocht over de wereld nu in Groningen is beland. Maar niet alleen vanwege dat enorme eigen archief is Bowie een gedroomde kandidaat voor een tentoonstelling. Weinig andere popmuzikanten hebben een zo duidelijke affiniteit met kunst als hij. Dat hij zelf nog eens in het museum terecht zou komen, was onvermijdelijk.

De fanatieke Bowieliefhebbers hebben hem natuurlijk al in het buitenland gezien, maar alles wat ze over David Bowie Is zeggen, is waar: de tentoonstelling is fan-tas-tisch. Je loopt erdoorheen en aan het einde wil je nog een keer. Omdat het zo mooi, interessant en spannend is, maar vooral omdat je het gevoel hebt nog lang niet alles écht te hebben gezien.

Davy Jones
Driehonderd items kozen de samenstellers uit Bowies eigen archief. De tentoonstelling is even interessant voor de doorgewinterde Bowiefreak als voor wie zijn werk slechts oppervlakkig kent. Modeliefhebbers, geschiedenisgekken, kunstminnenden, filmfans en natuurlijk muziekafficionado's: echt iedereen komt hier aan zijn trekken.

De eerste zaal is gewijd aan de tijd dat David Bowie nog Davy Jones heette. De nadruk ligt daarbij op de films, boeken, films, tijdschriften, songs en theaterstukken die hem als jongen in het Londen van de jaren vijftig vormden. Op een foto uit 1963 zien we hem poseren als zanger van The Kon-Rads. Zestien is hij nog maar, toch herken je hem direct: heel stijlvol gekleed, toen al, het haar in een superblonde kuif.

Hij was nog een nobody in die tijd, maar het charisma straalt al af van die oude foto. Hij trekt er ook een gezicht op alsof hij al zeker weet dat hij een wereldster zal worden.De rest van de tentoonstelling is thematisch van opzet. In één zaal wordt inzichtelijk gemaakt hoe Bowie als songschrijver te werk gaat, in een andere zien we fragmenten uit de speelfilms waarin hij acteerde (kan hij ook, net zo makkelijk).

Podiumartiest
In de eerder genoemde zaal over Bowies Berlijnse tijd vallen ook de schilderijen op. Collega Iggy Pop schilderde hij in een stijl die doet denken aan de Oostenrijkse expressionist Egon Schiele. Rode draad in de tentoonstelling zijn de kostuums van de vele ch-ch-ch-changes die Bowie als artiest onderging.

In de laatste zaal, gewijd aan Bowie als podiumartiest, kan de koptelefoon af. Daar klinkt de muziek hard als bij een popconcert. De van alle kanten op je af denderende filmbeelden vervolmaken het gevoel bij een show van Bowie aanwezig te zijn. De neiging mee te zingen, klappen en dansen laat zich nauwelijks onderdrukken. Rock-'n-roll in het museum, het kan.

Beeld anp
Beeld anp
Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden