Update

Ten Slotte: Johan Ferrier (1910-2010)

DEN HAAG - Toen de bevolking van Suriname in 1999 de Surinaamse 'politicus van de eeuw' mocht kiezen, kwam er een winnaar uit de bus die het toegekende predicaat dubbel en dwars verdiende: Johan Ferrier. Decennialang immers had hij zijn land met een warm hart gediend. Eerst als onderwijzer en leraar en daarna als politicus.

Bovendien viel zijn leven grotendeels met de twintigste eeuw samen, want hij werd op 12 mei 1910 in Paramaribo geboren. De man die voor vele Surinamers een vader des vaderlands was overleed in de nacht van zondag op maandag op 99-jarige leeftijd.

Johan Henri Eliza Ferrier wilde van jongs af aan graag onderwijzer worden. Omdat die opleiding veel geld kostte, zocht hij op z'n veertiende na twee jaar middelbare school een betaalde baan. In de avonduren haalde hij het onderwijzersdiploma en op z'n zeventiende stond hij al voor het eerst voor de klas.

Een paar jaar later bemachtigde hij via een schriftelijke cursus de hoofdakte die hij nog niet bezat, met de bedoeling te emigreren naar een ander Nederlands rijksdeel, Indië, waar men om goed gekwalificeerde onderwijzers zat te springen. Z'n vader maakte echter korte metten met dat plan en hield hem voor: ''Als iedereen die wat geleerd heeft naar het buitenland gaat, wie blijft dan hier om wat te doen voor Suriname zelf?''

Die boodschap knoopte Johan in z'n oren. Hij besloot dienstbaar te zijn aan zijn land en heeft dat in zijn verdere leven naar vermogen in praktijk gebracht. In 1945 werd de populaire onderwijzer, die door z'n leerlingen liefkozend oom Johan werd genoemd, naast zijn werk op school politiek actief. Dat leidde in 1946 tot het lidmaatschap van de Staten, het Surinaamse parlement. In datzelfde jaar was Ferrier de medeoprichter van de Nationale Partij Suriname.

In de loop van 1947 wilde Ferrier zich op onderwijsgebied verder ontwikkelen. Hij vertrok naar Nederland, waar hij aan de Universiteit van Amsterdam sociale pedagogiek ging studeren. In één moeite door promoveerde hij in 1950 tot doctor, op het proefschrift 'De Surinaamse samenleving als sociaalpedagogische opgave'.

Vervolgens vestigde hij zich met zijn gezin weer in Suriname, aanvankelijk als leraar, later als directeur van de kweekschool in Paramaribo en topambtenaar voor het Surinaamse onderwijs. De politiek bleef echter zijn belangstelling houden, hetgeen ertoe leidde dat hij in 1955 minister-president en minister van Binnenlandse Zaken werd.

Na opnieuw een uitstapje van enkele jaren naar Nederland, waar hij voor het ministerie van Onderwijs werkte, was Ferrier in Suriname twee jaar lang (1966-1968) directeur van het ertsbedrijf Billiton. Hij stapte niet uit eigen beweging uit het bedrijfsleven, maar omdat de Nederlandse regering hem in maart 1968 benoemde tot gouverneur van het rijksdeel Suriname.

Bij het aantreden van het kabinet-Den Uyl in mei 1973 kreeg gouverneur Ferrier een grote verrassing voorgeschoteld. Zonder dat hij er van tevoren over was ingelicht, hoorde hij premier Den Uyl in de regeringsverklaring zeggen dat het kabinet ernaar streefde Suriname eind 1975 onafhankelijkheid te schenken. ''Ik wist niet wat ik hoorde. Men had mij niets over dat voornemen verteld'', zei hij later.

Hoewel hij de voorbereidingstijd voor de onafhankelijkheid veel te kort vond, zette hij zich loyaal en enthousiast in om er het beste van te maken en toen zijn land in november 1975 op eigen benen verder mocht, werd Ferrier de eerste president.

In de aanloop naar dat moment had hij met lede ogen aangezien dat duizenden landgenoten, met name van Hindoestaanse komaf, naar Nederland emigreerden omdat ze niet in een vreedzame en voorspoedige toekomst van de jonge republiek geloofden. Tevergeefs probeerde Ferrier de uittocht tot staan te brengen.

Staatsgreep
Een nieuwe tegenslag kreeg hij te verwerken toen in februari 1980 een groep militairen onder leiding van de sergeants Bouterse en Horb een staatgreep pleegde en het kabinet-Arron afzette. Ferrier, die nota bene bij het bereiken van de onafhankelijkheid op het standpunt had gestaan dat Suriname eigenlijk geen leger nodig had, overwoog zijn ambt als president neer te leggen, maar alle partijen - de militairen incluis - deden een beroep op hem om aan te blijven.

Hij wist de coupplegers er nog wel toe te brengen een nieuw kabinet te accepteren onder leiding van de arts Chin A Sen, maar toen de militairen in de zomer het parlement buitenspel wilden zetten, was voor Ferrier de maat vol.

Hij trad af, vertrok naar Nederland en ging in Oegstgeest wonen. Chin A Sen werd behalve premier ook president van Suriname. Bij zijn afscheid uit Paramaribo had Ferrier in een toespraak tot Bouterse en zijn troepen hen nog op het hart gedrukt 'niets te doen waarvoor jullie je als Surinamer zouden moeten schamen'. Tot zijn grote verdriet pakte dat anders uit, vooral tijdens de beruchte moordpartijen in december 1982.

''Als de democratie terugkeert, kom ik ook weer naar Suriname'', zo had Ferrier beloofd. Hij hield woord. In 1988 vestigde hij zich met zijn vrouw weer in Paramaribo, hoewel het laagje democratie dat over het land lag maar flinterdun was. Als gevolg van privé-omstandigheden ging Ferrier in de loop van de jaren negentig opnieuw in Nederland wonen.

Zijn echtgenote Edmé Ferrier-Vas stierf in 1997. Ferrier had acht kinderen uit twee huwelijken. Zijn dochter Kathleen trad in zijn politieke voetsporen: in 2002 werd ze Tweede Kamerlid voor het CDA. (GPD)

Johan Ferrier (1910-2010). Foto ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden