Ten slotte: Dolf van den Assem (1931-2009)

Aan het werk in Baarn, mei 1995.

Jood ben je, daar kies je niet voor. Daar heeft Dolf van den Assem z'n leven lang mee geworsteld, ja, zich tegen verzet. Dat hij op de sabbat overleed in het joods hospice Immanuel aan de Amstelveenseweg, spoort niet met de levenslange verduistering van zijn identiteit, wel met de eerste drie woorden van dit stuk.

De misschien wel beste pianostemmer die Amsterdam in de twintigste eeuw heeft gekend, kwam zijns ondanks toch weer een beetje naar huis.

Dit is het levensverhaal van een man die al jong afleerde zich waar dan ook maar aan te hechten. Een man die kinderlijk vrolijk kon zijn, dan weer woedend, op instanties vooral, of op parkeerautomaten, die zijn leven volledig op de piano richtte, omdat daarbuiten de ledigheid dreigde. Een groot en geroemd vakman, die de kleppen van duizenden instrumenten opende, maar de kleppen in zijn hoofd gesloten hield.

Jacques Rudolphe werd in 1931 geboren in de Tilanusstraat, als enig kind van Isaac Polak en Sarah Polak-Arpels. Zijn vader stierf in 1941, een jaar nadat de oorlog was uitgebroken. Moeder Sarah werd in 1943 opgepakt en vermoord in Sobibor, op 2 juli, de datum waarop Dolf nu begraven wordt.

Hoe hij het precies gered heeft, zal nooit meer worden opgehelderd. Misschien dat een buurvrouw hem naar binnen heeft getrokken.

Hij werd ondergebracht bij pleeggezinnen. Een daarvan was de familie Van den Assem in de Vancouverstraat. Bij deze al wat oudere kinderloze mensen keerde Dolf in 1946 terug, om er tot 1961 te blijven; de woningnood was groot. In 1962 liet hij bij de burgerlijke stand zijn achternaam wijzigen in Van den Assem. Van huis uit seculier, wilde hij ook in het dagelijks leven geen Jood meer zijn; hij had ervaren hoe gevaarlijk het kon zijn.

Hij deed na de oorlog de ambachtsschool, leerde meubelmaken en begon bij orgelbouwer Flentrop in Zaandam, maar zijn hart lag meer bij de piano. Hij leerde stemmen bij Kettner en Duwaer en werkte bij Klooster en bij Goldschmeding. Later was hij zelfstandig, met klanten als de theaterschool, Carré, Louis van Dijk en Cristofori.

Van 1977 tot 2001 was Van den Assem de vaste stemmer van het Concertgebouw, waar hij later 's nachts toegang tot het gebouw kreeg om rustig te kunnen werken. Tijdens de grote concerten zat hij in de coulissen om in de pauze de vleugel nog wat bij te stellen of nog tijdens het concert een snaar te vervangen, waarop hij zelf dan ook eens applaus kreeg.

De grote Alfred Brendel vroeg hem zijn privéstemmer te worden, maar hij wilde vrij man blijven. Brendel had voorafgaand aan een concert geëist dat de toetsinslag tussen de tien en elf millimeter zou zijn en was erg onder de indruk geraakt toen Dolf dat exact zo had ingesteld.

Hij werkte dag en nacht, zegt vriend Peter Dekker. ''Hij leidde een vrij eenzaam bestaan. Ik weet zeker dat hij graag getrouwd was en kinderen had gekregen, maar hij kon zich met geen mogelijkheid binden. Hij zei er nooit veel over, maar hij heeft in zijn jeugd een grote verlatingsangst ontwikkeld.''

Dekker keek er niet van op toen bleek dat Dolf in 1982 in de Dijsselhofkliniek zijn neus, al te Joods naar zijn gevoel, had laten verbouwen. Het enige dat hij er over zou zeggen: ''Zo, nu kunnen ze me nooit meer vinden.''

In de jaren zestig had Van den Assem nog een slordige zestigduizend gulden Wiedergutmachung kunnen opstrijken, maar hij weigerde die aan te vragen: ''Ze gooien het maar in de brievenbus.''

Vier weken geleden werd Van den Assem onwel in de zaak van pianohandelaar Fred Bockting op het Marnixplein en volgde opname in Immanuel. Bockting: ''Het ging snel slechter met hem. Het eten smaakte hem niet meer, hij was sterk vermagerd, maar daar wilde hij niks van weten. Hij heeft daar nog iemand zo gek gekregen hem naar de studio van Arnold Mühren in Volendam te brengen, om nog een piano te stemmen.'' Vorige week woensdag wilde hij niet meer, zaterdag gleed hij weg in zijn slaap.

Dolf van den Assem laat een grote werkplaats op de Valentijnkade na, met onder meer een snarenspinmachine. Het testament is nog niet geopend, maar er lijkt een verrassing in te staan voor het Pianolamuseum in de Westerstraat. (ALBERT DE LANGE)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden