Tegengestelde ideologieën, gezamenlijke belangen

PlusTheodor Holman

Als men een terroristische aanslag pleegt, en men pakt de daders, dan blijkt hun morele rechtvaardiging altijd te zitten in: uw rechtsstaat is de mijne niet. 

“Wij erkennen een andere god, een ander parlement, een ander rechtssysteem, andere wetten, andere rechters, en andere grenzen, dus wij zitten per definitie hier opgesloten en onze moordpartij was slechts een uitbraakpoging.”

Dat is de reden waarom terroristen nooit spijt hebben en menen iets goeds te hebben gedaan. Hun omgeving – en wat is er belangrijker dan je eigen familie, vrienden en vriendinnen, volk en land – juicht toe wat er is gedaan.

Zijn er onschuldigen vermoord? Jullie hebben met je oorlogen tegen ons onze onschuldigen vermoord.

Hoe moeten tegengestelde ideologieën naast elkaar kunnen bestaan? Misschien door gezamenlijke belangen te hebben. Ik moet iets van jou en jij iets van mij. Van de meeste mensen op het werk weet je eigenlijk niet wat ze precies denken. Daar kom je pas achter als het gezamenlijk belang wordt verstoord.

Ik kom hierop omdat ik de kerstdagen heb gebruikt om het stoffige ‘Indische archief’ van mijn vader enigszins te ordenen. Als assistent-resident en rechter in Indië had hij ook te maken met aanslagen van nationalisten. In brieven naar zijn schoonouders in Nederland beklaagt hij zich over Den Haag. 

‘Ze snappen niet wat er in Indië precies aan de hand was en is.’ Mijn vader spreekt met de nationalisten. De gewelddadige Bersiap (betekent ‘Weest paraat’, strijdkreet van de nationalisten) was weliswaar in 1947 afgelopen, maar er bleef onrust, vooral tegen Indische Nederlanders.

Mijn vader ergert zich steeds meer aan Nederland en de Nederlanders in Indië.

‘Wat Nederland hier doet is helemaal onbegrijpelijk. Lijn kan ik er nog steeds niet in zien en eenieder voert een grenzeloze opportuniteits­politiek en probeert zichzelf er zo goed mogelijk in te draaien. Voor de volle 100% geeft niemand zich want je moet klaar staan om ieder ogenblik weg te springen.’

Net als in de oorlog ziet hij mensen die de hoop opgeven, en anderen die daardoor fanatieker worden.

Hij ziet het als ‘een natuurlijk proces’.

Hij hoort van aanslagen van nationalisten en schrijft: ‘Het waren opgehitste domme jongens die lezen noch schrijven konden.’

Dan schrijft hij: ‘Ik denk veel na over schuld en rechtvaardigheid. Zij haten ons als wij de jappen. Is mijn haat verdwenen? Wat heb ik aan begrip?’

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden