Plus

Taai hotelproject Van de Vijsel na 20 jaar toch open

Het is het symbool van de Amsterdamse hotelgekte, de houthandel die hotel werd. Ooit vurig gewenst, lang hartgrondig tegengewerkt, maar na twintig jaar toch open: Hotel Van de Vijsel op de Overtoom. 'Ik vind het moeilijk om hier te zijn.'

Het interieur van Van de Vijsel verwijst in de kamers en vooral in de lobby naar de houthandel die hier twee eeuwen gevestigd is geweest. Beeld Eva Plevier

"Wat voor hout is dat?" vraagt de 78-jarige Arnold Ekelschot, terwijl hij belangstellend de houtsoort op de wand van hotelkamer 201 bekijkt. "Is dat Parana pine?" Arjen van den Hof, exploitant van Vondel Hotels moet hem het antwoord schuldig blijven. "U bent de kenner, daar kan ik niet tegenop."

Ekelschot is terug op de plek op de Overtoom waar hij ruim een kwart eeuw houthandel Van de Vijsel uitbaatte. Tot rond de eeuwwisseling 'zo'n jonge knaap van de gemeente' hem kwam vertellen dat hij er weg moest. "We hadden geen milieuvergunning. Nooit nodig gehad ook."

Daarmee begon een gevecht dat de oud-ondernemer heeft getekend. Hij heeft er gemengde gevoelens over dat er twee decennia later toch een hotel staat op de plek waar twee eeuwen hout werd opgeslagen. "Heel mooi geworden hoor, maar ik vind het moeilijk om hier te zijn. Het is geen pretje geweest. Het waren mijn goede jaren en qua gezondheid heb ik die aan dit project gegeven. Er was te veel negativiteit."

Van de Vijsel, dat in 2004 voor het eerst op een groslijst hotelplannen van de gemeente Amsterdam verscheen, is een van de taaiste hotelprojecten van de stad. Weerstand uit de buurt, verzet van de naaste buren, tegenwerking door het stadsdeel, gedoe met de Stopera. Tot aan de Raad van State is er geprocedeerd.

"Kenmerkend voor Amsterdam," verzucht Ekelschot. "Als je wat anders wilt, krijg je weerstand."

Monumentenstatus
"Ik had altijd best goed contact met de buren. Totdat de houthandel weg moest. Daarna ging het mis. Toen heeft de buurman er via het Cuypersgenootschap voor gezorgd dat het een monumentenstatus kreeg. Dat heeft het me heel moeilijk gemaakt."

Maar de houthandel, die zich uitstrekte achter de gevels van de Overtoom, stond er al heel wat langer dan de woningen die er later op uitkeken. Nieuwbouw was een mogelijkheid. "We hebben aan een parkeergarage gedacht, of appartementen. Maar dat was lastig met vergunningen."

En zo werd het, in een periode dat Amsterdam ze nog omarmde, een hotel. Dat leverde allengs weer hele nieuwe weerstand op in een stad die al snel drukte vereenzelvigde met toeristen en hotels.

"De stress was groot," zegt Ekelschot. "Op een gegeven moment was de geldpot leeg. Ik had geen bedrijf meer. Het enige dat ik nog had, was deze plek."

"Ik ben altijd ondernemer geweest; dit was ook mijn pensioen. Maar als lege houthandel was het niks meer waard, ik kon het niet verkopen. Er moest wel iets anders komen. En met mijn bouwkundige achtergrond sprak zo'n project me ook wel aan."

Terwijl de houten loodsen almaar krakkemikkiger werden, kwam er een hotelontwerp met 82 kamers in vier paviljoens dat exact het grondplan van de houthandel volgde en het monumentale voorhuis op de Overtoom intact liet.

Kelderkamers
In 2014 verkocht Ekelschot de houthandel alsnog, inclusief kant-en-klaar ontwerp. De exploitatie kwam uiteindelijk terecht bij de achterbuurman - Hotel Vondel grenst aan de voormalige houthandel.

"Het was een van de moeilijkste hotels om in mijn hoofd te krijgen," zegt eigenaar Van den Hof. "Ik vond het heel moeilijk voor te stellen hoe het uiteindelijk zou worden. Pas toen het gebouwd werd, zag ik het: mooie lange gangen, mooie trappartijen. Die kelderkamers, waarin je helemaal niet merkt dat ze onder de grond liggen, vind ik eigenlijk de mooiste."

Bij het interieur speelt de historie van de plek een hoofdrol. De straatstenen in de lobby verwijzen naar het houttransport dat hier met paard-en-wagen arriveerde, het verkoopkantoor is nu restaurant. En overal zit hout.

"Elke balk hebben we genummerd, zodat ze allemaal konden worden teruggebouwd."

In sommige kamers lopen de balken dwars door de badkamer. "Grenen," zegt Ekelschot, terwijl hij er heel even zijn hand op legt.

Opkomende keten
Het vijftiende jaar van Vondel Hotels was 'heftig en intens'. De Amsterdamse hotelier (acht hotels, drie appartementenhotels en een 'bed & no breakfast') opende in korte tijd vier vestigingen, waaronder Mercier (46 kamers) in de Jordaan.

De hausse is nog niet ten einde.

11 januari opent Hotel de Pontsteiger (25 kamers) in de gelijknamige kolos in de Houthavens. Begin 2020 volgt een lang bevochten hotel met 84 kamers op de Geldersekade. "We werken mee aan een plan voor de Silo's op het Zeeburgereiland en we zijn bezig met een ontwikkeling in Noord."

Dat Vondel al die hotels nog kan openen, komt doordat het projecten zijn van ver voor de hotelstop die nu in de stad geldt. "Geldersekade is een cadeautje, net als Mercier en Van de Vijsel. Dat is nu twintig dagen open en kan zichzelf al bedruipen. Dat toont ook aan dat in Amsterdam nog steeds behoefte is aan hotels."

Verdere groei komt van buiten. "We zijn nu in Maastricht open en we zijn in Leiden en Utrecht bezig met het opzetten van kleinschalige hotels."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden