PlusInterview

Syrische hulpverlener: 'Redden we een kind, dan is er hoop'

Hulporganisatie de Witte Helmen uit Syrië greep net naast de Nobelprijs voor de Vrede. Hun leider Raed al Saleh was donderdag even in Amsterdam. 'De waanzin moet stoppen.'

Vrijwilligers van de Witte Helmen in actie na een bomaanval. De organisatie zegt te werken voor alle groepen slachtoffersBeeld EPA

Raed al Saleh (32) was vorig jaar terug op de markt van Darkush, een klein plaatsje in noord-Syrië. Er was een bom afgegaan, net als twee jaar eerder. Zelfde plaats, zelfde tijd. Met één verschil: deze keer waren Saleh en zijn Witte Helmen wél voorbereid.

"Het was die eerste keer verschrikkelijk," zegt hij. De totale vernietiging. "Overal lagen lichamen. Gereedschap om te graven was er niet, de gewonden konden we nauwelijks helpen. Er stierven die dag 112 mensen."

Ze waren als verlamd. "De shock maakte hem sprakeloos," zegt zijn tolk. "Hij moest een nacht in het ziekenhuis blijven."

Het was het begin, zegt Saleh. Hij wist dat er meer training nodig was en meer en beter gereedschap. Na de explosie van vorig jaar konden ze alle overlevenden onder het puin vandaan halen en konden de gewonden worden behandeld. Dat gaf moed. Het voorkomt dat hij wegzinkt in moedeloosheid, zegt hij. "Als we een kind levend onder het puin vandaan halen, krijgen we weer hoop. Dan vergeet je weer wat er de rest van de dag is gebeurd."

Saleh is leider van de Witte Helmen, officieel de Syrian Civil Defence, de burgerorganisatie die in actie komt om na bombardementen en bomaanslagen zo veel mogelijk mensen te redden.

Onlangs greep zijn organisatie net naast de Nobelprijs voor de Vrede. Gisteren was hij even in Amsterdam, voor een toespraak bij TEDx in de Stadsschouwburg. Wat is zijn boodschap?

"Dat er nog altijd mensen zijn die hoop hebben," zegt hij.

Vatbommen
Hij is moe, hij kan zijn hoofd er nog maar nauwelijks bij houden. De afgelopen drie dagen is het gebied waar de Witte Helmen actief zijn, meer dan vijfhonderd keer getroffen door luchtaanvallen, vaak met vatbommen.

Het aantal slachtoffers is immens. Al Saleh staat dagelijks in contact met de drieduizend vrijwilligers in het veld. Ondertussen reist hij de wereld over om mensen op te roepen hun regeringen onder druk te zetten de waanzin in Syrië te stoppen. Hoe? Dat weet hij ook niet.

Al Saleh was verkoper van elektronische apparatuur in het plaatsje Jisr ash-Shugur toen in 2011 de protesten tegen het regime van Assad op gang kwamen en hij moest vluchten naar Turkije. Daar werkte hij als vrijwilliger in het vluchtelingenkamp, deelde eten en kleding uit. Hij dacht: dat moet ik ook in Syrië doen. In het land krioelde het van de interne vluchtelingen.

In Turkije werd hij in 2013 met twintig mannen en vijf vrouwen geselecteerd voor een training in reddingswerk. "We werden met koppels een donkere kamer in gestuurd," zegt hij.

"Na afloop vroeg de trainer: wat heb je gezien? Niets, dus. Toen het licht aanging, zagen we dat er twee poppen onder het puin lagen. We realiseerden ons: dit is wat er elke dag in Syrië gebeurt en wat we al die tijd hebben genegeerd."

's Nachts besloten ze het reddingswerk een fulltime verantwoordelijkheid te maken. Al Saleh, de man met de meeste ervaring, werd tot leider gekozen.

Na drie jaar hebben de Witte Helmen in Syrië 120 centra in acht districten, op de been gehouden door donaties van particulieren en overheden uit de hele wereld. Al Saleh verwacht dat zijn organisatie volgend jaar uitgroeit tot 3400 vrijwilligers. De nieuwe aanwas bestaat vooral uit vrouwen, een groep waar tegenwoordig actief onder geworven wordt.

Slogan
Het gevaar, zegt Al Saleh, loert altijd: 147 vrijwilligers vonden de dood. Vaak komen de vliegtuigen terug voor een tweede ronde bombarderen, net als zijn mensen aan het werk zijn gegaan. Een van de centra is zelf al eens doelwit geweest. Vijf mensen kwamen daarbij om.

Raed al Saleh is leider van de Witte Helmen, officieel de Syrian Civil DefenceBeeld Reuters

Volgens het Syrische regime zijn de Witte Helmen partijdig en hebben ze banden met de terroristen van Jabhat Fateh al-Sham, opvolger van Al-Nusra. "Denkt u," zegt hij, "dat wij vragen stellen voordat we iemand onder het puin vandaan halen? Wij werken voor alle Syriërs, ongeacht hun etniciteit, religie of overtuiging."

Natuurlijk was hij teleurgesteld dat de Witte Helmen de Nobelprijs niet wonnen, zegt hij. "Het zou het lijden van het Syrische volk wereldwijd onder de aandacht hebben gebracht en mensen stimuleren om hun regeringen onder druk te zetten."

De organisatie heeft een slogan, zegt de tolk. Terug te vinden in de Koran, de Bijbel en de Thora: 'Wie een leven redt, redt de mensheid'.
Wat verwacht hij, nu in de VS Donald Trump aan de macht is gekomen en die in Syrië ruim baan lijkt te gaan geven aan de Russen? Hij haalt zijn schouders op. Hij praat niet graag over politiek. Dan: "Ik heb net een lezing gegeven in Harvard. Zelfs de Amerikanen weten niet wat er gaat gebeuren. Hoe moet ik het dan weten?"

Hij mist zijn familie, zegt hij. Zijn vrouw en kinderen, een zoon van acht en een dochter van negen, leven in een vluchtelingenkamp aan de Turks-Syrische grens. Hij ziet ze vier dagen per maand. Ze zijn ongerust. "Maar ze weten wat ik doe, ze hebben video's gezien van het reddingswerk. Ze kunnen omgaan met mijn afwezigheid omdat ze de resultaten van mijn werk zien."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden