Surinames grootste dichter Michaël Slory overleden

Michaël Slory, een van de belangrijkste schrijvers en dichters van Suriname, is woensdagochtend op 83-jarige leeftijd overleden.

Michaël Slory Beeld Michiel van Kempen

Afgelopen zomer presenteerde Slory (Coronie, 1935) nog een nieuw boek: 'Alsof men alles loslaat'. Het betrof een bloemlezing, samengesteld door Michiel van Kempen, UvA-hoogleraar Nederlands-Caribische literatuur. Van Kempen kende Slory goed en geldt als kenner van de Surinaamse en Antilliaanse literatuur.

In Nederland is Slory vrij onbekend, zegt Van Kempen. "Maar een groter dichter vind je niet in de Nederlandse Cariben. Deze man was in zo veel opzichten uitzonderlijk. Extreem intelligent en belezen. Hij heeft 60 jaar gepubliceerd."

Een absolute dichter
Slory was volgens Van Kempen wat je een absolute dichter noemt. "Het hele leven was voor Slory poëzie, niet de franje aan de samenleving, maar het hart van de samenleving. Ik ben niet zo'n man van grote woorden maar in dit geval mag Suriname zeker een traan laten, hoor."

Slory's carrière begon in Amsterdam, waar hij Spaans studeerde en in het gezelschap verkeerde van Harry Mulisch, Hugo Claus en Karel Appel. Zijn debuut werd in 1961 uitgegeven door de communistische uitgeverij Pegasus. Hij schreef aanvankelijk alleen in het Sranan, maar later ook in het Nederlands en Spaans.

In 1970, vijf jaar voor de onafhankelijkheid, keerde hij terug naar Suriname. Als postkoloniale auteur was Slory erg betrokken bij de opbouw van het land. "Je ziet 60 jaar geschiedenis van Suriname terug in zijn werk. Maar het gaat er vooral om hoe hij dat deed. Zijn gedichten waren van een eenvoud. Pas als je ze herleest, zie je wat voor diepgang hij bereikte."

Nationale figuur
Volgens Van Kempen kon Slory over van alles dichten. "Niets was hem te min. Bijvoorbeeld het vuil in de straten. Je kunt je moeilijk voorstellen dat iemand dat hier doet. Maar hij deed dat."

Michaël Slory Beeld Michiel van Kempen

Slory won zeven literaire prijzen, was een zeer gelauwerd dichter, zegt Van Kempen. "Maar daar kun je natuurlijk niet van leven. Het was altijd sappelen voor die man. Hij leefde op het niveau van de armen."

De dichter verkocht zijn eigen bundels op straat. "Iedereen kende hem ook. Echt een nationale figuur. Terwijl, ik vraag me soms weleens af of mensen in Nederland Harry Mulisch nog wel kennen. Of Ilja Leonard Pfeijffer."

Paramaribo
Wie kennis wil maken met zijn werk moet volgens Van Kempen de bloemlezing 'Ik zal zingen om de zon op te laten komen' lezen. "Dan heb je een overzicht van alles wat hij heeft gedaan."

Overigens heeft Van Kempen nog vaak geprobeerd om de schrijver eens naar Nederland te krijgen. "Alle grote literaire festivals wilden hem hebben. Hij was een fenomeen als hij optrad. Zoals hij kon voordragen, dat was geweldig."

Eens was er een verzorgde reis vanuit Nederland naar Afrika opgezet. "Maar nee, hoor. Hij ging niet. Laat mij maar in Paramaribo, zei hij. Ik geloof dat hij nooit meer Suriname uit is geweest."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden